OOK ALWEER EEN WAT OUDER VERHAAL, TROUWENS. IK LAAT HET EVEN ZO ALS IK HET TOEN OPSCHREEF!
Ik had gisteravond
geen heuse of echte planning gemaakt voor mijn fietstocht voor vandaag. Ik wil
nog steeds naar het Kopje van Bloemendaal, die ik nog nooit beklommen heb, gek
genoeg. Dit beruchte "duintopje" ligt hemelsbreed maar een kilometer
of dertig of zo van Amstelveen, maar het is er om een of andere reden nog nooit
van gekomen. Het liefste van alles zou ik eigenlijk de totale Oranjegekte (EK
2010) willen ontlopen nu dat die bezit van ons land heeft genomen en zeker nu
het elftal een ronde verder is, maar dat zal helaas niet gaan.
De grootste stad,
het kleinste dorp, de meest brede weg of de smalste steeg, ze zijn allemaal tot
gek wordend toe uitgedost met Oranje vlaggen en vlaggetjes, slingers, ballonnen
en wat al niet. Dat gebeurt elke twee jaar weer, als het nationale elftal zich
geplaatst heeft voor een of ander groot toernooi, waarbij "ze" vaak
in de laatste rondes sneuvelen. In de winkel waar ik werk is zelfs een tv
geplaatst, zodat klanten en werknemers, in de baas zijn tijd, de wedstrijden
van het NL elftal kunnen volgen. Voor de klanten worden dan stoelen en een
tafel neergezet en hapjes en drankjes worden dan gratis geserveerd.Collegae die
de wedstrijd willen zien kunnen aanschuiven maar moeten die tijd dan wel weer
inhalen, later op de dag. Wel allemaal heel gezellig en zo en natuurlijk heel
goed voor de klantenbinding, maar ik zelf vind het toch allemaal behoorlijk
overdreven. Want, toen ik aan de filiaal manager, (de vierde of vijfde voor de
huidige) en een hele fijne vent overigens, die zelf een behoorlijke
mountainbiker is, vroeg of hij dat ook zou doen tijdens de Tour de France, werd
die wat kriegel en beweerde dat dat heel anders lag!
Het kampioenschap
Voetbal bracht mensen bij elkaar, beweerde hij! Die flauwekul maakt me dus zo
pissig. Je stelt de ene sport dus vele malen hoger dan een andere. Maar ja,
Koning Voetbal, da's zoveel commercie en zoveel handel en poen, daar zal noot
tegen op getreden mogen worden, vrees ik!
Maar goed, al met
al ben ik pas om half elf 'en route', ik heb een"verplichte" vrije
dag, maar de reden en de achtergrond daarvoor is nu niet zo belangrijk, ik
geniet gewoon van mijn "daggie van de stichting", en het is overigens
een prachtige fietsdag, het is zonnig met een prettige temperatuur, maar met
een wind, die vervelend en vrij strak uit het noordoosten waait.
Omdat ik altijd met
de wind tegen "heen" fiets en met de wind mee "terug", ga
ik dus vandaag maar richting Haarlem en dan zo via Spaarndam terug. Ik volg de
ringvaart richting Badhoevedorp en fiets door dat leuke plaatsje en vervolgens
naar de Provinciale weg naar Haarlem.Ik zit toch nog behoorlijk in mijn maag
met dat vreselijk nare bericht dat ik de afgelopen zaterdag op een reünie van
een club mensen waar ik ooit toebehoorde, te horen kreeg, van de afgelopen
zaterdag, waarin ik hoorde dat Paulus, die goede maat van me, op sterven lag.
Ik had afgelopen zondag, bij mijn thuiskomst, zijn dochter aan de telefoon
gehad, die, zoals men mij had verteld, de contactpersoon was. Zij vertelde dat
hij het vreselijk leuk zou vinden om mij zelf nog te spreken en dat had ik
beloofd. Vandaag rond 1300 zou het wel het beste uitkomen, had ze me verteld.Iets
voor Haarlem steek ik de provinciale weg over en rijd iets terug richting
Amsterdam. Dan draai ik onder de brug door langs de ringvaart en fiets zo door
dat leuke kleine wijkje tegenover Nieuwebrug. Ik ga de Binnen Liede over en ga
door Haarlemmerliede richting Penningsveer. Links van me ligt de “Mooie Nel”
met haar vele jachthavens en rechts van me ligt de polder. Daarachter vervuilen
de kranen van de containerterminal, die er voor vele miljoenen is neergepoot
en, tot het moment van schrijven, nooit is gebruikt, de horizon.
Dan valt mijn oog
op een haast Romaans kerkje, midden in de polder lijkt het. Iets voor Spaarndam
gaat een fietspad die kant op. Er staat een paddenstoel langs de kant van de
weg waarop ik lees dat het kerkje in Spaarnwoude moet staan. Ik bedenk me geen
seconde en sla het pad in. Ik ben natuurlijk veel vaker in deze streken
geweest, maar of ik die kerk ooit bewust gezien heb, of dat ik ooit in dat
dorpje ben geweest? Ik durf het werkelijk niet te zeggen. Na een kilometer of
zo bereik ik mijn doel. Het is een heel klein kerkje, waar het fietspad omheen
gaat en het lijkt wel zo’n oud godsdiensthuis zoals je die op het Engelse
platteland tegenkomt, in van die Engelse tv detectives as Midsummer Murders. Er
staan wat huizen en boerderijen om heen gegroepeerd maar het ie een gehucht.
Het, tegen de toren aangeplakte bouwwerkje is bijna vierkant, net als die
stevige, vrij lage toren. Achter het kerkje is eveneens een heel klein, maar
goed onderhouden kerkhofje. Bij een infobordje stap ik even af en lees dat er in
ongeveer 2500 A.D. al bewoning op de toenmalige strandwal, die hier toen nog
lag, was, opgeworpen door het water van de (toenmalige) rivier het
"Y". In de 80-jarige oorlog is het dorpje met de grond gelijk gemaakt
door de Spanjaarden. Dat zal dan wel tijdens het beleg van Haarlem geweest
zijn, denk ik. Wat leuk is dit allemaal, zeg.
Ik fiets het
historische mini plaatsje uit, zie nog een hoeve die “Einde Rust” heet en een
restaurant dat “De Stal” genoemd wordt, maar volgens mij niet meer in bedrijf
is. Verderop draai ik, na onder de A9 doorgereden te zijn, links af. Voor me
rijd een wat oudere heer op een hybride en die heeft de snit er goed in en ik
moet benen maken om hem te kunnen passeren. Bij Spaarndam fiets ik richting
Halfweg. Als ik daar voor het stoplicht sta, staat er aan de overkant een
groepje (in) Oranje uitgedoste schoolkinderen die vermoedelijk naar huis gaan.
Waarschijnlijk hebben ze vrij gekregen om naar het Nederlandse elftal te
kijken, dat vanmiddag speelt. De Osdoperweg volgend sla ik, een stuk verder, de
Raasdorperweg in en via Sloten en de Oeverlanden rijd ik Amstelveen binnen.
Iets verder, vlak
hij het Amsterdamse bos, ga ik even op een bankje zitten en bel mijn oude
gabber. Iets wat ik met mezelf heb afgesproken. Qua tijd en plek. Van mijn kant
gaat het gesprek zeer moeizaam, maar van zijn kant niet. Hij is nuchter en
spreekt helder over de naderende dood. Paulus, want zo noemde ik hem altijd, om
hem niet te verwarren met een andere Paul en die dan ook weer niet te verwarren
met (toenmalige) schoonzoon Paul.) Ik ken hem sinds het begin van de jaren 80,
toen hij aan boord van de Philips van Almonde kwam als aflosser van die andere
Paul en vandaar Paulus dus. (Die Paul werd aan de wal geplaatst om de
Onderofficiers opleiding te gaan volgen.) Hij was toen net 19, een niet al te
grote vent, die uit Oldenzaal kwam en een sappig Tukker accent had. Het was een
sportieve gozer, die het in zijn jeugd nog gebracht had tot jeugd kampioen
atletiek van zijn district. Zijn bijnaam, bekend bij alle collegae in ons
dienstvak, luidde Spatoe, hetgeen Maleis is voor schoen en Schoenmaker, zoals
zijn achternaam luidde. (Maleis speelt nog steeds een grote rol in de KM, dat
is traditioneel zo gegroeid) Hij had een groot gevoel voor humor en lustte
graag een biertje en een stevig broodje shoarma. Ik zie hem nog aan dek staan
bij onze eerste vaartocht, naar de exotische haven van Delfzijl. Hij zou
misschien ooit, in zijn jonge jaren, de zee wel eens gezien hebben, maar
bevaren had hij haar nooit, want het schip had nauwelijks haar neus buiten de
strekdammen gestoken of hij veranderde van kleur. In plaats van de gezonde roze
en wat bollende boerenkop, veranderde zijn gelaat in asgrauw en zeegroen en nu
kwam zijn atletiek carrière goed van pas, om zo snel mogelijk een toilet op te
gaan zoeken. Hij was trouwens niet de enige van de medische staf die last had
van bewegingsziekte, zoals zeeziekte zo mooi wordt omschreven in de literatuur,
ook de scheepsarts, de helaas veel en veel te vroeg overleden en zeer betreurde
Kees Brandon Bravo had last van de (nauwelijks merkbare) zeegang en zocht zijn
hut maar op, om te gaan studeren, zoals hij dat noemde. Naar Delfzijl, ja, want
ons schip, met veel liefde door de bemanning de ALMO genoemd, het was een
fantastisch schip, moest daar een “drijvende banenmarkt” gaan houden. Dat hield
in dat we een week lang, van dinsdag ochtend tot maandagmorgen aan de steiger
in Delfzijl lagen afgemeerd en dan elke dag geopend waren voor het publiek dat
zijn/haar werk bij Defensie zocht. Er waren rondleidingen aan boord, er
stond een helikopter op het “vliegdek” waarover de bemanning uitleg gaf, maar
ook over van alles en nog wat, (ja jongen, dit is een vliegtuig zonder aanloop,
de heli dan) en er werden, door geëmbarkeerde mariniers, demonstraties gehouden
met rubberboten waaruit die mariniers dan een stuk strand bestormden,
gijzelaars bevrijdden en dat wat torren doen en zo, etc.
Ik heb een jaar met
hem gediend op de ALMO en hij ontwikkelde zich als een prima ziekenpa. En
daarna zag ik ook hem zag ik de Onderofficiersopleiding in gaan en dat deed me
deugd. We kwamen, zoals dat gaat in een kleine organisatie als de Marine,
elkaar geregeld tegen en het grappige was dat hij mijn aflosser werd, toen ik
werd gepensioneerd. We hebben een gesprek, we praatten, ik/we nemen
afscheid. Ik klik mijn telefoon uit en blijf nog een tijd zitten op dast
bankje. Ik voel de tranen in mijn ogen en de emotie ion mijn kop. Na een
behoorlijk lange tijd sta ik op, ik kon niet eerder weg, de mist in mijn ogen
zouden mijn blik vertroebelen, maar ik zie nog steeds niet helder, die laatste
vijf kilometer!
Thuis is mijn lief, die de tv aan heeft staan, opgetogen. Oranje
staat met 1 – 0 voor. Ik vertel haar van mijn gesprek en ze zet meteen de tv
uit, lief van haar.
Paul zal op
uiteindelijk op 0608 overlijden. krijg dat bericht helaas pas een week nadat
hij al begraven is.
Spijtig, ik had graag afscheid genomen van een goede maat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten