zaterdag 8 november 2014

Afscheid van een maat!


OOK ALWEER EEN WAT OUDER VERHAAL, TROUWENS. IK LAAT HET EVEN ZO ALS IK HET TOEN OPSCHREEF!

Ik had gisteravond geen heuse of echte planning gemaakt voor mijn fietstocht voor vandaag. Ik wil nog steeds naar het Kopje van Bloemendaal, die ik nog nooit beklommen heb, gek genoeg. Dit beruchte "duintopje" ligt hemelsbreed maar een kilometer of dertig of zo van Amstelveen, maar het is er om een of andere reden nog nooit van gekomen. Het liefste van alles zou ik eigenlijk de totale Oranjegekte (EK 2010) willen ontlopen nu dat die bezit van ons land heeft genomen en zeker nu het elftal een ronde verder is, maar dat zal helaas niet gaan.
De grootste stad, het kleinste dorp, de meest brede weg of de smalste steeg, ze zijn allemaal tot gek wordend toe uitgedost met Oranje vlaggen en vlaggetjes, slingers, ballonnen en wat al niet. Dat gebeurt elke twee jaar weer, als het nationale elftal zich geplaatst heeft voor een of ander groot toernooi, waarbij "ze" vaak in de laatste rondes sneuvelen. In de winkel waar ik werk is zelfs een tv geplaatst, zodat klanten en werknemers, in de baas zijn tijd, de wedstrijden van het NL elftal kunnen volgen. Voor de klanten worden dan stoelen en een tafel neergezet en hapjes en drankjes worden dan gratis geserveerd.Collegae die de wedstrijd willen zien kunnen aanschuiven maar moeten die tijd dan wel weer inhalen, later op de dag. Wel allemaal heel gezellig en zo en natuurlijk heel goed voor de klantenbinding, maar ik zelf vind het toch allemaal behoorlijk overdreven. Want, toen ik aan de filiaal manager, (de vierde of vijfde voor de huidige) en een hele fijne vent overigens, die zelf een behoorlijke mountainbiker is, vroeg of hij dat ook zou doen tijdens de Tour de France, werd die wat kriegel en beweerde dat dat heel anders lag!
Het kampioenschap Voetbal bracht mensen bij elkaar, beweerde hij! Die flauwekul maakt me dus zo pissig. Je stelt de ene sport dus vele malen hoger dan een andere. Maar ja, Koning Voetbal, da's zoveel commercie en zoveel handel en poen, daar zal noot tegen op getreden mogen worden, vrees ik!
Maar goed, al met al ben ik pas om half elf 'en route', ik heb een"verplichte" vrije dag, maar de reden en de achtergrond daarvoor is nu niet zo belangrijk, ik geniet gewoon van mijn "daggie van de stichting", en het is overigens een prachtige fietsdag, het is zonnig met een prettige temperatuur, maar met een wind, die vervelend en vrij strak uit het noordoosten waait.
Omdat ik altijd met de wind tegen "heen" fiets en met de wind mee "terug", ga ik dus vandaag maar richting Haarlem en dan zo via Spaarndam terug. Ik volg de ringvaart richting Badhoevedorp en fiets door dat leuke plaatsje en vervolgens naar de Provinciale weg naar Haarlem.Ik zit toch nog behoorlijk in mijn maag met dat vreselijk nare bericht dat ik de afgelopen zaterdag op een reünie van een club mensen waar ik ooit toebehoorde, te horen kreeg, van de afgelopen zaterdag, waarin ik hoorde dat Paulus, die goede maat van me, op sterven lag. Ik had afgelopen zondag, bij mijn thuiskomst, zijn dochter aan de telefoon gehad, die, zoals men mij had verteld, de contactpersoon was. Zij vertelde dat hij het vreselijk leuk zou vinden om mij zelf nog te spreken en dat had ik beloofd. Vandaag rond 1300 zou het wel het beste uitkomen, had ze me verteld.Iets voor Haarlem steek ik de provinciale weg over en rijd iets terug richting Amsterdam. Dan draai ik onder de brug door langs de ringvaart en fiets zo door dat leuke kleine wijkje tegenover Nieuwebrug. Ik ga de Binnen Liede over en ga door Haarlemmerliede richting Penningsveer. Links van me ligt de “Mooie Nel” met haar vele jachthavens en rechts van me ligt de polder. Daarachter vervuilen de kranen van de containerterminal, die er voor vele miljoenen is neergepoot en, tot het moment van schrijven, nooit is gebruikt, de horizon.
Dan valt mijn oog op een haast Romaans kerkje, midden in de polder lijkt het. Iets voor Spaarndam gaat een fietspad die kant op. Er staat een paddenstoel langs de kant van de weg waarop ik lees dat het kerkje in Spaarnwoude moet staan. Ik bedenk me geen seconde en sla het pad in. Ik ben natuurlijk veel vaker in deze streken geweest, maar of ik die kerk ooit bewust gezien heb, of dat ik ooit in dat dorpje ben geweest? Ik durf het werkelijk niet te zeggen. Na een kilometer of zo bereik ik mijn doel. Het is een heel klein kerkje, waar het fietspad omheen gaat en het lijkt wel zo’n oud godsdiensthuis zoals je die op het Engelse platteland tegenkomt, in van die Engelse tv detectives as Midsummer Murders. Er staan wat huizen en boerderijen om heen gegroepeerd maar het ie een gehucht. Het, tegen de toren aangeplakte bouwwerkje is bijna vierkant, net als die stevige, vrij lage toren. Achter het kerkje is eveneens een heel klein, maar goed onderhouden kerkhofje. Bij een infobordje stap ik even af en lees dat er in ongeveer 2500 A.D. al bewoning op de toenmalige strandwal, die hier toen nog lag, was, opgeworpen door het water van de (toenmalige) rivier het "Y". In de 80-jarige oorlog is het dorpje met de grond gelijk gemaakt door de Spanjaarden. Dat zal dan wel tijdens het beleg van Haarlem geweest zijn, denk ik. Wat leuk is dit allemaal, zeg.
Ik fiets het historische mini plaatsje uit, zie nog een hoeve die “Einde Rust” heet en een restaurant dat “De Stal” genoemd wordt, maar volgens mij niet meer in bedrijf is. Verderop draai ik, na onder de A9 doorgereden te zijn, links af. Voor me rijd een wat oudere heer op een hybride en die heeft de snit er goed in en ik moet benen maken om hem te kunnen passeren. Bij Spaarndam fiets ik richting Halfweg. Als ik daar voor het stoplicht sta, staat er aan de overkant een groepje (in) Oranje uitgedoste schoolkinderen die vermoedelijk naar huis gaan. Waarschijnlijk hebben ze vrij gekregen om naar het Nederlandse elftal te kijken, dat vanmiddag speelt. De Osdoperweg volgend sla ik, een stuk verder, de Raasdorperweg in en via Sloten en de Oeverlanden rijd ik Amstelveen binnen.
Iets verder, vlak hij het Amsterdamse bos, ga ik even op een bankje zitten en bel mijn oude gabber. Iets wat ik met mezelf heb afgesproken. Qua tijd en plek. Van mijn kant gaat het gesprek zeer moeizaam, maar van zijn kant niet. Hij is nuchter en spreekt helder over de naderende dood. Paulus, want zo noemde ik hem altijd, om hem niet te verwarren met een andere Paul en die dan ook weer niet te verwarren met (toenmalige) schoonzoon Paul.) Ik ken hem sinds het begin van de jaren 80, toen hij aan boord van de Philips van Almonde kwam als aflosser van die andere Paul en vandaar Paulus dus. (Die Paul werd aan de wal geplaatst om de Onderofficiers opleiding te gaan volgen.) Hij was toen net 19, een niet al te grote vent, die uit Oldenzaal kwam en een sappig Tukker accent had. Het was een sportieve gozer, die het in zijn jeugd nog gebracht had tot jeugd kampioen atletiek van zijn district. Zijn bijnaam, bekend bij alle collegae in ons dienstvak, luidde Spatoe, hetgeen Maleis is voor schoen en Schoenmaker, zoals zijn achternaam luidde. (Maleis speelt nog steeds een grote rol in de KM, dat is traditioneel zo gegroeid) Hij had een groot gevoel voor humor en lustte graag een biertje en een stevig broodje shoarma. Ik zie hem nog aan dek staan bij onze eerste vaartocht, naar de exotische haven van Delfzijl. Hij zou misschien ooit, in zijn jonge jaren, de zee wel eens gezien hebben, maar bevaren had hij haar nooit, want het schip had nauwelijks haar neus buiten de strekdammen gestoken of hij veranderde van kleur. In plaats van de gezonde roze en wat bollende boerenkop, veranderde zijn gelaat in asgrauw en zeegroen en nu kwam zijn atletiek carrière goed van pas, om zo snel mogelijk een toilet op te gaan zoeken. Hij was trouwens niet de enige van de medische staf die last had van bewegingsziekte, zoals zeeziekte zo mooi wordt omschreven in de literatuur, ook de scheepsarts, de helaas veel en veel te vroeg overleden en zeer betreurde Kees Brandon Bravo had last van de (nauwelijks merkbare) zeegang en zocht zijn hut maar op, om te gaan studeren, zoals hij dat noemde. Naar Delfzijl, ja, want ons schip, met veel liefde door de bemanning de ALMO genoemd, het was een fantastisch schip, moest daar een “drijvende banenmarkt” gaan houden. Dat hield in dat we een week lang, van dinsdag ochtend tot maandagmorgen aan de steiger in Delfzijl lagen afgemeerd en dan elke dag geopend waren voor het publiek dat zijn/haar  werk bij Defensie zocht. Er waren rondleidingen aan boord, er stond een helikopter op het “vliegdek” waarover de bemanning uitleg gaf, maar ook over van alles en nog wat, (ja jongen, dit is een vliegtuig zonder aanloop, de heli dan) en er werden, door geëmbarkeerde mariniers, demonstraties gehouden met rubberboten waaruit die mariniers dan een stuk strand bestormden, gijzelaars bevrijdden en dat wat torren doen en zo,  etc.
Ik heb een jaar met hem gediend op de ALMO en hij ontwikkelde zich als een prima ziekenpa. En daarna zag ik ook hem zag ik de Onderofficiersopleiding in gaan en dat deed me deugd. We kwamen, zoals dat gaat in een kleine organisatie als de Marine, elkaar geregeld tegen en het grappige was dat hij mijn aflosser werd, toen ik werd gepensioneerd. We hebben een gesprek, we praatten, ik/we nemen afscheid. Ik klik mijn telefoon uit en blijf nog een tijd zitten op dast bankje. Ik voel de tranen in mijn ogen en de emotie ion mijn kop. Na een behoorlijk lange tijd sta ik op, ik kon niet eerder weg, de mist in mijn ogen zouden mijn blik vertroebelen, maar ik zie nog steeds niet helder, die laatste vijf kilometer!
Thuis is mijn lief, die de tv aan heeft staan,  opgetogen. Oranje staat met 1 – 0 voor. Ik vertel haar van mijn gesprek en ze zet meteen de tv uit, lief van haar.
Paul zal op uiteindelijk op 0608 overlijden. krijg dat bericht helaas pas een week nadat hij al begraven is.
Spijtig, ik had graag afscheid genomen van een goede maat.
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...