Je weet het, het echte fietsseizoen is over. Er wordt nog wat gereden in Hainan in China en een wedstrijdje of zo in Japan, maar de echte koersen zijn voorbij, nu ja, wat betreft het wegseizoen, dan. Ik geloof dat Theo Bos daar in China vier wedstrijden in de sprint heeft gewonnen. Knap. Heel knap en dat bedoel ik ook zo.
Wij, koersliefhebbers in het westen, moeten het nu doen met de cross. De bikkels die, net als die mannen van het ijs, van de (alternatieve) Elfstedentocht dan, niet gehinderd door modder of regen, of door storm of sneeuw, of door wantij, hun ding doen. Gedurende iets meer dan een uur gaan die manen tegen en vooral over de 100% en rijden ze heel vaak en voornamelijk in het rood. Hoewel ik een liefhebber ben van het weg wielrennen, heb ik heel veel respect voor deze mannen en vrouwen. (De pech voor de vrouwen is dat er een Vosje bestaat. Een jonge vrouw die al jaren de cyclocross beheerst, zoals Merckx dat ooit deed op de weg of zoals Sven Nys en vele Belgische voorgangers, dat ooit deed bij de heren elite.)
Dus, en dat meen ik echt, bij gebrek aan beter, kijk ik naar de cross. Nee, ik vind het niet echt geweldig spannend. Een deel van de lol van het kijken naar een wegrit, is de verandering van de omgeving, het uitzicht, de steeds wisselende decors van dorpjes, kastelen en landschappen. En dan bedoel ik niet alleen de grote rittenkoersen of de klassiekers, maar ook de 'kleinere' wedstrijden hebben die charme. Vroeger werd, ik noem maar wat: "Veenendaal-Veenendaal" nog wel eens rechtstreeks uitgezonden. Dat was een prachtige eendagse koers, die van, ja, Veenendaal naar Veenendaal liep en vaak een stukje van de Achterhoek aandeed en zijn finale had op de heuvels van de Gelderse stuwwal, zoals de Posbank en de Emma Piramide en zo. Menig fietsliefhebber kende de omgeving en wist hoe zwaar, al dan niet, die heuvels waren. Het was en is een fraaie koers, die nu 'Dutch Food Valley Classic' heet en zijn status als Nederlandse klassieker een beetje kwijt is, helaas. Ik weet nog dat Bobby Traksel, een voormalig Nederlands fiets wonderkind, die koers, die echt pittig is, ooit won, in '02, staat me bij. Traksel fietst nog steeds, trouwens, hoewel bij steeds meer onbekendere teams. Helaas heeft hij de enorme belofte nooit kunnen waarmaken. Dat had ook te maken met zijn enorme pech en valpartijen overigens.
Ik zag vorige week zondag en afgelopen zaterdag ook weer eens een Nederlandse belofte winnen. Bij het veldrijden, dit maal. Ene Lars van der Haar, Google hem maar. Ik had dat mannetje al in de peiling nadat hij, ik geloof bij de beloften, in '11 en '12 wereldkampioen werd. Vorige zondag ging hij aan de haal met de eerste plek in de Wereldbeker in Valkenburg en zaterdag jongstleden deed hij dat nog een heel dik over in Tabor, in Tsjechië.In de afgelopen wedstrijden waren er ook al veel niet Belgen winnaar in de sport die onze zuiderburen als de hunne beschouwen. De Cyclocross is Vlaams gebied en Vlaamse 'inheritance', erfenis, zeg maar. Simpel en gewoon en ze hebben gelijk. Er zijn nog nooit in een enkele bepaalde sport zoveel winnaars of wereld kampioenen geweest dan de Vlamingen in de cross.Er zijn mannen geweest al Eric de Vlaeminck, Roland Libothon en Sven Nijs, die allemaal vijf, zes of zeven keer wereldkampioen werden in hun tak van sport. Maar, stilaan komt er verandering in de suprematie van de Vlamingen. Stilaan beginnen andere nationaliteiten de erelijsten over te nemen. De gebroeders Van der Poel, zonen van Adrie, ex- wereldkampioen en klassieker winnaar en zo, en tevens kleinzonen van Pou-Pou, Raymond Poulidor, de 'eeuwige tweede' in de TDF, namen al diverse kampioen-truien mee naar huis. Ook Lars Boom deed het altijd sterk in het veld. Nu is zijn naam als wegrenner behoorlijk gevestigd, trouwens. (Over mevrouw Vos zwijg ik maar, zie boven. De keren dat zij geen wedstrijd wint, zijn waarschijnlijk de dagen dat ze niet mee deed. Het Belgische vrouwen veldfietsen is niet al te sterk. Hetgeen dan weer te denken geeft over M/V in sporten in bepaalde landen. Mannen die schaatsen in ons land zijn of WK of EK of net geweest en worden het heel binnenkort weer, terwijl het bij de dames altijd weer net/net en kantje boord is. Idem dus het vrouwen fietsen.)
Maar soit. Lars van der Haar rijdt in Tabor dus naar zijn tweede overwinning op rij in de wereldbeker. Hij rijdt een ander talent, de Duitser Walsleben, ook al eens WK bij junioren, er in de sprint af. De twee jonge mannen hebben de hele wedstrijd beheerst en hun concurrenten verslagen en op meer dan een halve minuut gezet. Hun concurrenten zijn dus eigenlijk alleen de gevestigde Belgische namen en mannen, die niet tegen het geweld van de 'dieje van ons' op kunnen. Dat frustreert. Zeker als jouw land al jaren en jaren de cross beheerst. Het doet me een beetje denken aan de ploeg van (helaas overleden) ploegleider Peter Post, de TI-Raleigh ploeg. Het was in de jaren tachtig. De suprematie van die ploeg was zo groot dat je wist dat er een man van Post zou winnen en dat het alleen maar spannend was, WIE er van die ploeg zou winnen. Na die glorie periode is het minder en minder gegaan met 'onze jongens' en juichen we al als we een rit in Parijs-Nice of de Tirenno winnen.
Maar, nu worden de druiven zuur voor de Belgen. 'Diejen 'Ollanders', met diejen dikke nekken', winnen veel en te veel, volgens hen. Verdacht? Nee, dat durven ze niet te zeggen, zo objectief zijn ze wel. Maar, hebben ze als verhaal, nu wint die Van der Haar alleen maar op droge parkoersen en zie, zeg, zie, zunne, hier, dezen dag wint 'em niet, zie.
Nee, dat klopt. Van der Haar won deze dag niet. Het was een modderparkoers. Hij werd fraai vijfde. Hij had de dag voordien in Tabor gewonnen en was nog niet hersteld van die inspanningen.
Chauvinisme kan ver gaan. Soms heel ver en dat is niet altijd leuk.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten