Het zou vandaag, (ik schreef dit verhaal al weer even geleden) droog zijn, maar bij het opstaan hing er een
dikke mist, die de straten er behoorlijk nat bij liet liggen. De fietskeuze viel daarom ook op de SC, mijn reservefiets, want met dit weer
wordt het materiaal er niet schoner op. Omdat ik afgelopen zondag de OC, de buitenspeelfiets, al keurig en netjes en blinkend had
gepoetst en al helemaal geen zin had om dat nog eens te doen, maar ook omdat de SC wel weer
eens een sopje mocht, was die keuze dus het vangen van twee
vliegen in een klap.
Ik had gisteravond bedacht dat ik eigenlijk al een tijd niet in de
richting van Kortenhoef was geweest en, aangezien de wind uit het zuiden kwam,
was dat dus een mooie bestemming.
Ik pompte nog even de bandjes op en E. en ik zwaaiden nog
even. Ik vertrok door de mist, over het inderdaad kletsnatte
fietspad naast de provinciale weg naar die naar Ouderkerk aan de Amstel gaat. In het Frans zou dat dorpje "Vieux eglise sur Amstel" heten. Eigenlijk ook wel mooi, toch?
Het valt me op dat er, hoewel het een donderdag en dus een gewone werkdag is, toch nog de nodige mannen op sportieve
fietsen forenzen, in de buurt van mijn dorp. (Ik heb een 'verplichte' vrije dag. Het aantal uren in onze winkel rijst de pan uit, dus vroeg mijn manager me om een vakantiedag te nemen. Die drukken dan niet op de kosten van het budget, of zoiets.)
Ook fietst er, natuurlijk, nog wat schooljeugd, maar verder heb ik de
wereld bijna voor mij alleen, vooral buiten het dorp. Als ik dan Ouderkerk zelf binnen fiets, begint een vaal zonnetje
voorzichtig door de nevel te prikken. Dan gaat het opeens snel en, direct na de nieuwe rotonde die is aangelegd bij de brug over de Waver, is de mist
bijna helemaal opgetrokken en fiets ik in heerlijk zonlicht langs dat watertje. Ik wil eigenlijk langs de A9 en dan verder parallel aan de A2 naar Abcoude, maar het fietspad is
als bij toverslag verdwenen en ook de ventweg die dan weer naast het fietspad ligt is ribbedebie. Men is bezig de zaak opnieuw "in te richten" zoals het heet.
Ik moet dus omkeren en via de oude Holendrechtse weg en langs het: “bultje van John”, richting
Amsterdam zuidoost fietsen. Dat “bultje van John” is een vogel spotplaats, een
kunstmatige verhoging in het land, dat uitziet op de Ouderkerkerplas. Het schijnt vernoemd te zijn naar een of andere
vogelliefhebber, die al weer even geleden overleden is, zo blijkt uit een
infobordje aan het hekje dat toegang geeft tot die plek en die zich beijverd heeft voor de aanleg van zo een spot plek. De Ouderkerkerplas staat bekend om haar vele trekvogels, die hier komen rusten en foerageren voor en tijdens hun lange tochten van noord naar zuid en omgekeerd. De plas zelf is een zandgat, gegraven tijdens en voor de aanleg van A2, A6 en al de overspanningen die moesten worden gemaakt in die jaren.
Ik ga over het steile fiets- en loopbruggetje over de A2 en zie dat het
momenteel rustig is op de drukste snelweg van Nederland. Een groot gedeelte van deze weg
is nu al helemaal af en dat is dus ook te merken aan het aantal files dat hier met
name ’s middags staat. Dit stuk van de A2 is zesbaans. Aan beide zijden, dus.
Ik rij Amsterdam zuid oost in en ook de mist, die hier nog
heel dik hangt. Mijn vreugde voor de keuze van de SC wordt nog vergroot als
ik een omleiding moet pakken, omdat men met werkzaamheden aan het fietspad
bezig is. Die omleiding bestaat uit een twintigtal van die stalen
rijplaten, die dik onder de bruine smurrie liggen.
Op de Ruwielswal, de historisch grens tussen Noord Holland en Utrecht, komt me een groep bio-geitenwollen sokken
stok slepers tegemoet, die het hele pad in beslag nemen en waarvan er een met een gilletje (een hij) opzij springt als
ik niet van plan ben om voor hen in de ankers te gaan. Die Ruwielswal is een echte wal. Er is, in een ver verleden, een sloot gegraven en daarachter heeft men een walletje opgericht, met kreupelhout als hazelaars en wilgen. De grens tussen beide provincies is hier heel grillig en, volgens een oud onderwijzer van mijn lagere school, kwam dat om dat Utrechtse bisschoppen en Hollandse graven elkaar hier ieder meter land bevochten. Zie boeken als Fulco de Minstreel. (Niet? Onbekend? Check eens de site: Guttenberg project. Daar zie je allemaal gratis downloads van boeken die al bijna vergeten zijn. Het is de moeite waard, mocht je van lezen houden.)
Iets verder moet ik slalommen om een groep honden heen die
luid blaffend hun commentaar leveren op ja, op wat eigenlijk? Vlak voor Weesp is de mist haast nog dichter en spatten
regendroppels onaangenaam koud en nat op mijn helm en hoofd en rollen zo mijn kraag in. Van het landschap zie ik nu niet veel meer, hooguit de sloot aan
mijn rechterhand en, vaag, de provinciale weg links, waar het autoverkeer met
ontstoken licht en mistlampen rijdt. Door die nattigheid, vermoed ik, ben ik een van de weinige
fietsers, in elk een van de weinigen die recreatief bezig zijn.
Bij Fort Uitermeer, een van de vele forten van de Stelling van Amsterdam, steek ik de provinciale weg over en
vervolg mijn tocht aan de overkant van de weg en de trekvaart op Naarden. Ik fiets het Natuurgebied Naardermeer binnen maar zie niet veel
van die natuur, of dat gebied, hoewel het bijna lijkt of de zon hier ook niet meer lang verstek zal
laten gaan.
Dat is, vlak voor ik bij de Hilversumse Meent kom wel weer helemaal anders, want het lijkt
wel of het nu gaat regenen, zo somber en donker wordt het opeens. De temperatuur is overigens niet slecht, het zal, ondanks de vochtigheid, toch gauw een
graad of 16 a 17 zijn.
Voor het Spanderswoud langs ga ik richting Ankeveen en neem
daar de afslag naar Kortenhoef.
Ik begrijp nu ook wel waarom Nescio, ook zijn bekende drie werken kun je downloaden via dat project, zo gek was op dit lintdorp. Er staan allerlei alleraardigste panden met leuke geveltjes
en in het centrum, rond de kerk, staan ook nog wat patriciërs huizen. Maar, de mist is zo dik en het wegdek af en toe opvallend
glad, dat ik mijn concentratie voor het verkeer nodig heb.
Vlak voor Loosdrecht kruis ik de weg Hilversum – Haarlem en
volg het parallel lopende fietspad dat richting Haarlem gaat. Ook hier vallen dikke condens druppels uit de bomen die via de gleuven in mijn helm, tokkend op mijn (kale) kruin
vallen en ook hun weg vervolgen richting kraag, nek, rug en achterwerk. Ik ril en huiver een beetje.
Toch wel heerlijk, zo’n week vakantie, denk ik. Ik heb inderdaad een week vrij, want met al die uren die ik
nog als tegoed vrije uren heb staan, moet ik er af en toe wel even uit kunnen.
Daar staat tegenover dat ik in de zomer wel gewoon doorwerk, als
iedereen drie weken, of langer, weg is. E. en ik heb geen schoolgaande kinderen meer, dus we zijn niet gebonden aan de drukke periode van het jaar. Vaak gaan we in voor- of najaar, buiten het seizoen, een weekje weg. Lekker rustig vaak en, ja, ook veel goedkoper.
Op de brug over het Amsterdam Rijnkanaal probeer ik staande
op de trappers naar boven te komen, maar dat lukt maar tot voorbij de helft. De verkoudheid, waar ik een week of zo aan gelden heb, is weliswaar zo goed als voorbij, maar de
kracht en de macht zijn toch wel grotendeels weg, maar door tochtjes zoals deze
te rijden keert dat ook wel snel weer terug, is mijn ervaring.
Als ik, verderop onder de A2 doorfiets, is het fietspad bijna nog warm van
het asfalt dat er net is neergestort. De A2 is helemaal op "de schup" geweest, zoals ik al schreef, maar de fietspaden zijn ook onderhanden genomen, merk ik nu. Uit de tunnel gekomen rijd ik opeens, heel gek, het felle zonlicht
binnen. De mist is hier helemaal weg en er hangt nog een enkele sluier wolk in de hemel. Twee oudere heren op mooie, ouderwetse toerfietsen komen net
van het fietspad over de A2, ik rijd even met hen op en we maken een praatje. Het zijn aardige mannen, die alle tijd van de wereld hebben en vertellen dat ze al vijfentwintig jaar, weer of geen weer, eenmaal per week een tocht van een uur maken. Ja, ook in regen en sneeuw, vertellen ze. Dat maakt niet uit. 'We zijn beiden gepensioneerd', zegt de ene. 'Dus we kunnen een week doen over het schoonmaken van de fietsen', zegt de ander.
Zij gaan verder richting Vinkeveen en ik ga terug naar de stad, langs het
fietspad langs de A2, die verborgen is achter de effectieve geluidschermen. Het is nu zelfs zo aangenaam dat ik mijn mouwstukken maar af doe.
Ik draai langs de Holendrecht, ook zo een mooi moeras riviertje, en passeer de boerderij met de
gevelsteen die aangeeft dat zij eigendom is van de Bond van Duitse Ridders, een
al eeuwen oude Ridderbond, die meerdere boerderijen rond Abcoude bezit. (De behoorlijk, en ik druk me zacht uit, prins Bernhard is ook lid van die orde. Hetgeen meer over de orde zegt dan over de man.) Langs de Bullewijk kom ik Ouderkerk weer binnen en iets later ben
ik, 1000 Kcal armer en 2 uur later terug thuis. Ik poets de fiets, wat echt heel erg nodig was en maak nog
een praatje met de baas van de Mycom winkel, die naast mijn woning gelegen is.
’s Middags zit ik heerlijk te genieten van mijn vrije middag en kan ik weer naar hartenlust lachen om een
aflevering van “According to Jim”, de enige Amerikaanse comedy die heel echt te
pruimen is.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten