donderdag 16 april 2015

Op Vlaamse "wegen" (1)

Het is half april. We, lief en ik, zijn een weekje naar het zuiden, zowaar weer eens in Vlaanderen. Deze keer voor het eerst sinds tijden weer eens met zijn beidjes. Onze geliefde poes, Tabby, is helaas afgelopen december overleden. We hebben de poes jaren lang mee moeten sjouwen. Ze leed aan suikerziekte en had dus extra verzorging nodig. Insuline prikken, ze moest afgepaste maaltijden krijgen om de zoveel uur, nu ja, je kent het misschien wel. Nu zijn poezen enorm conservatief, of beter, ze houden niet van veranderingen in hun vaste leventje, dus een vakantietrip met een kat maken is niet al te gemakkelijk. Veel langer dan een uur in een reismand op de achterbank van een auto houdt zo'n beest het niet vol. Dus ja, je actieradius wordt dan beperkt tot een straal van zeg een goede 100 kilometer rond je woonplaats, hoewel, eerlijk is eerlijk, we daar wel mee gesjoemeld hebben. Zo zijn we in Smilde (Drente) geweest, ook nog eens ergens in het zuiden van Brabant en ja, dat ging allemaal wel goed. Maar, het bloed kruipt waar het niet gaan kan, dus ja, we wilden wel weer eens naar België. Voor het land, ook, voor de mensen, voor het eten, nu ja, noem maar op. Dus reisden we, op de verjaardag van de oudste zoon, af naar Zutendaal, een plaatsje tussen, kortweg gezegd: Maastricht en Genk. De fiets, nu ja, dat hoef je niet te vragen, die ging natuurlijk mee. Ik had al flink wat gefietst, dit jaar, ondanks het toch wel natte en frisse voorjaar, dus ik was behoorlijk in vorm.
Zoals dat gaat ben je de eerste vakantie dag met van alles bezig. Reizen, inchecken, uit- en inpakken van het voertuig, shoppen in een omgeving die je niet kent en dan wat te eten scoren en zo is het al tegen een uur of zeven als je eindelijk gaat zitten. Dan moet je ook nog even wat mensen bellen om hun te feliciteren (oudste zoon) en instructies te geven omtrent voeren van katten (jongste zoon). Dus ga je pas de volgende ochtend op stap, met het bangelijke voorgevoel dat je altijd hebt bij fietsen in België. Ik ken het land ondertussen vrij goed en ik weet bijna al de makken die dat land heeft. Slechte wegen, onvoldoende bewegwijzering, nauwelijks bestaande fietspaden en zo goed als, nu ja, totaal, ontbrekende bewegwijzering voor fietsers. En dit, overigens bekende geheel, kwam ik natuurlijk weer tegen. En niet alleen die dinsdag, de eerste fietsdag, maar ook de volgende dagen was dat lot me weer beschoren. Nu heb ik, gelukkig, een goed richtingsgevoel en ook nog eens een redelijk verstand, dus aan de stand van de zon of aan de richting van de wind, kon ik aardig uitmaken welke kant ik dan uit moest als alternatief. Maar, toen ik eens richting Tongeren en zo wilde en het "fietspad", zoals vaak, opeens eindigde in een "Autostrade" zoals men hier in goed Vlaams zegt, zonder een alternatief voor de fietser, begon ik toch weer te wanhopen. Ik zocht en vond, uiteindelijk, een bordje dat me ongeveer in de richting van Hoesselt, niet te verwarren met Hasselt, zou voeren, dacht ik. Het fietspad, nee, het pad, om toch iets aardigs te zeggen, had gesolliciteerd om mee te mogen doen aan Parijs-Roubaix, je weet wel, maar de jury die over de aanmeldingen van paden moest beslissen, had het pad weggestemd: 'Nee, nee, pad, over zoiets slechts laten we echt geen mensen rijden. Nee, zelfs geen wielrenners, hoor. En ook niet in Parijs-Roubaix. Nee, dit ziet er onmenselijk uit.' 'Maar', huilde het pad een beetje, 'ik ben in België aangemerkt als fietspad, echt waar, ik heb er een paar bordjes van bij. De Belgische toeristenbond vindt me een gewoon fietspad.' De jury bleef menselijk, maar onverbiddelijk en duwde het pad zachtjes en met een schouderklopje de deur uit. 
Ondertussen, tussen gevloek en gescheld mijnerzijds op de wegbeheerders (of het gebrek aan die) door, begon ik de discussie die nu heerst in Vlaanderen over het zwerfvuil, behoorlijk te begrijpen. Ik zie zwerfvuil in ons land. Vooral in de steden, dat kan niet anders, in mijn baan moet ik regelmatig de parkeergarage en de omgeving van mijn werkplek, een super, wat "opkuisen", ik doe even Vlaams. Ik mopper dan wel, natuurlijk. Ook laat ik me wel eens laatdunkend uit over de "assholes", ik doe nu even Amerikaans, die hun lege blikjes of flesjes of zelfs MacD verpakkingen in de berm van de weg smijten. Maar de zooi, de troep, de meuk, kortom de bende die hier in de bermen van de wegen ligt is dramatisch. Veel en heel veel. 
De Vlaamse regering is nu een discussie aangegaan om op lege blikjes (fris en bier) statiegeld te gaan heffen. Maar zegt men, dat kost te veel en zo. Nou ja, dat kan wel zijn, maar ga dan mensen inzetten die de bermen schoon houden, denk ik dan, maar nee, dat gebeurt ook niet. Maar: het is niet alleen blikspul hoor: er liggen hele vuilniszakken in de berm of van die shop zakjes met gebruikte luiers of resten van BBQ erin. 
Dus reed ik vandaag, donderdag, maar eens een stukje Ons Land in, richting Maastricht. Man, een heerlijkheid. Goede fietspaden, wegwijzers die je alle kanten op wezen, de goeie richting op ook nog, schone bermen en mensen die die bermen nog schoner maakten. Maar: wegwijzers, man, in overvloed! Ik zou niet mis kunnen rijden, al zou ik het willen. Dan ga ik bij Smeermaas, ja, echt, geen -kaas, maar -maas, de grens over. En dan begint het gesodemieter weer. Om de halve minuut moet ik met mijn handschoentjes mijn banden schoon wrijven vanwege al het gebroken glas of het harde plastic van de kapot gereden achterlichten die allemaal op de fietspaden, (die naast de 90 kilometer wegen liggen), terecht gekomen is.
Eigenlijk ben ik der helemaal klaar mee, met dat gefiets in dit apenland. Nou ja, dat is niet fraai gezegd. Nee, dit land heeft zoveel goeds en zoveel moois. Bier, natuurlijk, frieten, ook, natuur, historie, nou ja, noem maar op. Maar, laat ik het zo zeggen: dit land is inefficiënt. Het volk dus ook, dat ligt natuurlijk aan de regering. Nu ja, regeringen. Ze hebben er hier minstens drie en ik geloof zelfs vier. Dus ja, hoe goed kan je dan regeren? Niet dus. Oh, we, mijn lief E. en ik, zijn best wel Belgen fans, daar niet van. 'Maar', zegt ze, wijs als altijd, 'waarom wij ons aangetrokken voelen om af en toe in dit land te zijn, is ter compensatie voor de dingen in Nederland, die wel allemaal goed geregeld zijn. Dat we altijd alles afspreken en ons aan die afspraken houden. Dat we wel ons land opruimen en dat we wel allemaal dezelfde kant op willen. Aan het zelfde zeel trekken', doet ze "Vlaams". 
Nu ja, het zal wel. Ik heb voor morgen nog een rondje gepland. Ik heb de kaarten bestudeerd en ik denk dat het goed zal gaan, dat ik niet zal moeten zoeken. Maar: ik weet dat het weer op een debacle zal eindigen, mij in een staat van frustratie achterlatend.
Nu ja, het zal wel zijn. Nu heb ik een heerlijk glas donker Bels bier voor, een stukje Saucisson d' Ardenne onder handbereik, een pakje Belga zonder filter ligt bij de asbak.
Nou ja, de dagen zijn zonnig, mijn benen zijn p... bruin, mijn armen volgen en ik heb het naar mijn zin.
Maar eh, zullen we Vlaanderen niet gewoon bij ons land voegen? Wij doen dan de infrastructuur en zorgen voor de efficiënte van het besturen van de streek en zij zorgen, zeg maar voor bier en worst en zo? Lijkt mij een goede deal, hoor.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...