vrijdag 6 april 2018

Over "Flandriens", deel een, dus over Terpstra.

Ja, die kreet "Flandriens" komt jullie waarschijnlijk niet helemaal bekend voor, begrijp ik. "Flandriens" is een woord dat al heel erg verouderd is. Vroeguh, toen alles beter was, was Flandrien een gangbaar woord. Dat was in de jaren dat er nog echte kerels rondreden op echte, dus stalen, fietsen, zonder dat gedoe van carbon, aluminium en titanium of Beryllium en zo. Ja, dat zijn echte lichtmetalen. Ik heb ooit eens een titanium frame in mijn handen gehad en het leek of het uit zich zelf ging zweven, maar soit, dit dus allemaal terzijde, zoals de Vlaming zegt, want over (niet alleen) de Vlaamse coureurs, gaat dit stukje.
Flandrien betekent: kerel uit Vlaanderen, vrij vertaald en dat was ooit een spotnaam. In vorige eeuwen trokken veel Vlamingen, als seizoensarbeider, ooit de grens over naar het noorden van Frankrijk om daar te gaan werken, in 'den Ast', zoals men schreef. Dat 'In den ast' werken was zoiets als het rooien van vlas of het verwerken van vlas en linnen, laat ik het simpel houden.
Die Vlamingen waren, ik lijk wel erg bevooroordeeld, een boers en druk en redelijk onbetrouwbaar volk, toegegeven dat is overigens nog steeds mijn mening over hen, ik heb met ze gediend en ik ken hun gewoonten en bijzonderheden. Maar goed, het waren wel 'straffe' kerels, die uur na uur doorgingen, dag na dag, week na week en zich afbeulden voor weinig geld en ook nog eens betrouwbaar werk leverden, dit in tegenstelling tot de Franse arbeiders. Ik ben wel weer bevooroordeeld, maar dat geloof ik meteen, dat over die Fransen.

Toen de wielersport zich ging ontwikkelen, nu een dikke honderdveertig jaar geleden of zo, waren het vaak de kerels uit de 'Vlaanders' die een fiets konden kopen, door de verdienste uit Frankrijk en zich zo naar de werkplek konden verplaatsen en ook nog eens in zogenaamde 'kermiskoersen' een paar frankskes bij konden verdienen. Hun "geringe" afkomst maakte hen niet sympathiek bij die wat chiquere Fransen, die nog geloofden in een zuivere gentleman sport en ze, dei Vlamingen, werden gevreesd op die kermiskoersen, vooral door hun bruut en boers voorkomen en door hun manier van rijden. Ze reden inderdaad zoals ze waren, bruut, boers en hard.
Maar ze reden en wonnen veel en vooral, toen de echte wielerwedstrijden, dus in Vlaanderen, opkwamen, werden ze onverslaanbaar. Ze reden door weer en wind, trokken zich niets aan van stormachtig weer, van hagel of (natte) sneeuw en regen. In 1913 organiseerde een Flamand, een man die zich voor een vrij Vlaanderen, dus zonder Wallonië, inzette, een heuse Ronde van Vlaanderen. Zijn naam was Karel Steyaert, beroemd geworden onder de naam Karel van Wijnendaele, de echte grote man achter het Belse fietsen. Hij noemde zich Wijnendaele omdat hij in de buurt van een kasteel met gelijknamige naam gewoond had en het hem meer chique leek om zich zo te noemen.

Korte geschiedenis.
Karel Steyaert kwam uit een gezin met vijftien kinderen. Zijn echte vader overleed al toen Karel anderhalf was. Zijn moeder hertrouwde en Karel zou al vroeg moeten gaan werken. De naam Van wijnendaele nam hij aan omdat Dat deed hij ook wel, maar eerst "liep hij wel school." Hij had een een goed gevoel voor taal en buitte dat uit door stukjes te schrijven in kranten en gedichten en gedichtjes te schrijven voor begrafenissen en bruiloften. Hij begon ook te koersen, maar had al snel door dat hij geen echte renner was.
Hij werd wel steeds meer een Vlaams bewuste en zette zich meer in voor de taal van zijn 'volk.'
Uiteindelijk kwam hij er toe om die bewuste RvV te gaan organiseren. Aanvankelijk leek het allemaal niets te worden, er deden net aan twintig kerels mee, er reden soms maar drie de koers uit, in WO I werd de koers eenmaal gereden en dan ook nog eens op een wielerbaan, maar in de jaren twintig en dertig werd het een heus volksgebeuren, gecombineerd met de stukken die hij, in het Vlaams, een soort Nederlands moest dat voorstellen, schreef VOOR het Vlaamse volk. Hij gebruikte schilderachtige woorden: schaviellen, geesteren en deemsteren en meer van dat fraais, maar de Vlamingen aanbaden hem en zijn taal.

De RvV is dus ongeveer een voorloper van de beweging van de NVA, de Nieuw Vlaamse Alliantie, een voorloper van mijnheer Puigdemon, die zijn eigen staat opeist, iets wat de Vlamingen en vooral Steyaert toen al wilde.

Tja, ik loop weer eens helemaal uit, erg niet? Nu ja, ik verbind Terpstra en Jakobsen, beide Nederlandse coureurs, maar beiden al Flandriens, in het volgende Blog wel bij elkaar. Ja, wij Nederlanders hebben Flandriens, hebben die altijd al gehad, Kuiper, Raas, Knetemann. Maar ja, toen was voetbal nog belangrijker. Wij zitten nu in de onderafdeling 7c qua wat voetbal betreft en misschien moet de voetbal liefhebber het eens op het parkoers zoeken?

Binnenkort meer over NL Flandriens!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...