We, mijn familie en ik dus, een broer en twee zussen, (ik ben, met mijn zesenzestigste de jongste van het stel), zijn en waren, al heel wat jaren her, nog steeds, gebrouilleerd. Triest ja, maar helaas is het zo.
Na jaren in (te) diepe stilte heb ik nu weer contact met een paar van mijn zogenaamde oomzeggers. (Via de sociale media overigens. Begrijp me goed, een van die oomzeggers is nu slechts zes jaar jonger dan ik ben.)
Een jaar of twee geleden heb ik met hem, Koert, en mijn oudste zoon, S, die van die "nieuwe fiets", een hele mooie tocht door de duinen van ons Noord Hollandse land gereden. Hoe gaat zuks dan, na afloop? 'Goh man, kom eens mijn buurt op, dan fietsen we weer eens in Drente?' En ja, beloofd is beloofd en uiteindelijk werd het een dag of wat geleden dat die belofte werd ingevuld en dat het ook echt ging gebeuren. Dus ja dan uiteindelijk hadden een datum afgesproken en dat gebeurde.
Ik maakte, de fiets op de achterbank, de doorsteek naar zijn woonplaats, de hoofdstad van Drente en, toevallig, mijn geboorte plaats. Ik kleedde me bij hem om, in zijn fraaie woning en we dronken een lekker bakkie en we vertrokken. Man, wat een mooie tocht was dat. Wat is Drente een prachtige (fiets) provincie en wat wat wist mijn gids/neef goed de weg! We deden allemaal natuurgebieden aan, we fietsten door allemaal totaal verstilde dorpen, als Taarlo, Rolde, Anderen, Annen, Eext, Gieten en zo en ja, ik genoot weer. Hier lag mijn jeugd, hier lag mijn 'voormalige' leven. Mijn vorige MULO school was opeens eens een 'college' geworden, maf genoeg. Ik herkende wel het klaslokaal waar ik had gezeten en de woning van de hoofdmeester. Neef had daar een fruitige anekdote over, waar we heerlijk om gelachen hebben. We daalden de Hondsrug af, een oude heuvelrug, door de laatste ijstijd opgeworpen, omdat de ijskap smolt en enorme brede rivieren deed ontstaan. De Hunze en de 30 kilometer verderop liggende Eems, en ja, ook de Dollard en de (voormalige) Lauwerszee zijn nog restanten van die enorme natuurbewegingen van 30.000 jaar her.
We deden mijn 'geboorte' dorp aan. "Daar woonde die, daar die en ja, goh, hoe heette die nu?" oreerde ik, toch wat ontroerd. We maakten ons rondje af, het minuscule Drouwen deden we aan en zo verder. We zagen weer hunebedden en reden door heel veel slechte staande mais velden. De boeren/telers gaan het slecht hebben dit jaar, door de enorme droogte.
Na dik dertig jaar bij de marine gediend te hebben, dat was namelijk een varend en vaak buitenlands bestaan, en, nadat ik vanaf mijn achttiende levensjaar in het westen van ons land had gewoond, maar af en toe eens naar Drente terug was gekomen, daalde nu opeens al helemaal de rust van het oude land, (de Olde Landschap zoals die word genoemd), maar vooral de stilte, de kalmte en de vriendelijkheid van de mensen en het landschap, maar vooral de toegankelijkheid van deze provincie (weer) op me neer. Ik genoot met hele dikke teugen.
Wil ik er ooit weer gaan gaan wonen? Nee, never, no way. Ik ben te veel een stadsmens geworden en ja, mijn lief komt al helemaal uit de Residentie en nee, geen dorps leven voor ons, hoor. Maar: rust gevend is zo een bezoek wel. Nogmaals, ik genoot en neef annex gids ook. Tot hij lek reed. Maar goed, dat was vrij snel opgelost en even later streken we neer bij de: "Molen van mijn vader". Nee, natuurlijk is het lied natuurlijk getiteld: "Het tuinpad van mijn vader", (Wim Sonneveld ik schreef er eerder over en ik heb op dat befaamde tuinpad ook gefietst, maar goed, de ouwe molen van mij ouwe heer stond te pronken in de zon. (zie daarover eerdere Blogs.)
Met een fraaie kromming van allerlei wegen kwamen we uiteindelijk aan in Grolloo, 'Blues village'. Indien je niet waarom: het gaat om Cuby and the Blizzards en Google dat maar eens. De NL blues op zijn aller best.
(Ik kwam, in de jonge jaren, ja heel lang her, geregeld in het dorpje. Cuby, wijlen Harry Muskee en zijn band repeteerden in zijn boerderij en daar mocht je dus gewoon bij zijn. Sterker, je kreeg af en toe nog een bakkie koffie of zo. Later die middag gingen we, al dan niet op de brommer, helemaal onder de indruk naar huis. Maar soms vatten we een biertje bij café Hofsteenge, toen een boerencafé in het midden van het dorpje.)
Nu ja, we legden nu ook weer eens aan bij Hofsteenge, maar ik herkende de kroeg helemaal niet meer terug. Het was nu een hele chique horeca gelegenheid, met terras en plek voor fietsen. Neef/gids, Koert, had me al eerder die dag gek gemaakt dat we daar een zogenaamde Grolse bol zouden gaan doen en ja, die bestelden we uiteraard.
(Even dit: ik heb veel horeca personeel meegemaakt in mijn leven. Als er ergens meer perfecte horeca mensen rondlopen buiten Hofsteenge, dan ga ik je niet geloven! Ik geef dat personeel plus 10 plus! Wat een supertent is dat.)
De Grolse Bol kwam en ja, man, wat zijn smaakontdekkingen, wat zijn smaak explosies? Ik heb, geloof ik, nooit een meer smakelijke hap gehad. Man, oh man, nog maar. Een hele appel in bladerdeeg, met een hele fijne laag poedersuiker/kaneel en dat allemaal op een bordje met lauw warme vanille saus. Na dik drie uur fietsen telt dat, maar de service en de bediening waren ook helemaal perfect!
Een uurtje later waren we terug in Assen. We hadden een top fiets dag gehad, we hadden genoten, we hadden stilte, natuur, herinneringen. Wat wil een mens nog meer?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten