woensdag 5 september 2018

De Holterberg Revisited (deel een)


De Holterberg ooit en nu. 
Ik ben absoluut geen ‘grimpeur’ en dus  al helemaal geen klimmer, maar ik heb een jaar of wat geleden eens een, in een bolletjestrui gehulde nobody, op de Holterberg er af gereden. Dat was een zwaar bevochten operatie, moet ik je vertellen. Ik reed hem eraf op een redelijk steil stukje en keek voldaan achterom. In de afzink wachtte ik hem op en vroeg hem wat hij er nou zelf van dacht om, op een heuveltje van bijna niks, uitgedost als Richard Virenque, er te worden afgereden. De man lachte wat schaapachtig en zei: “Wie, bitte?” Was het nog een Duitser ook!Ik ga dat verhaal nu en (misschien) in een verdere Blog uitleggen. 

Toen onze kinderen nog klein waren, goh is dat al zo lang geleden, gingen we met het hele gezin, zoals de meeste gezinnen in die tijd, denk ik, in het hoogseizoen, twee weken op vakantie. Wel altijd in Nederland. De lief en ik zijn niet gecharmeerd van het warme zuiden, maar ook zes uur met de auto naar Denemarken of Zuid of West of Oost Duitsland, toen met een gezin met kleine kinderen, is niet te doen en, heel belangrijk, ik moest een dag heen en een dag terug rijden om de racefiets te halen aan het begin van en terug thuis te brengen aan het eind van de vakantie. Ik had namelijk geen imperiaal op het dak. In die tijd, ja ik praat over vijfendertig jaar geleden, hadden we een Lada. Een auto waarin geen enkel comfort te vinden was. Nadat de Lada naar de schroothoop was verdwenen huurden we, voor die vakanties, een huurauto, maar die had ook geen fietsdrager of een imperiaal. 

Als gezin zijn we altijd helemaal content geweest met de vakantiebestemmingen die de geliefde toen (en nu nog steeds) uitzocht, of het nu Drenthe, Overijssel of waar dan ook in Nederland was. (Ik tik dit stukje overigens op een door de lief uitgezocht heerlijk vakantie adres in Holten, een fraaie bungalow met alles der op en der an. Dat is natuurlijk ook de reden van het kopje van dit Blogje.) 
Zoals al gezegd, we vierden en vieren altijd vakantie in eigen land en altijd in een bungalow/huisje  Want: kamperen: jamais, never, nie, nooit. Ik had en heb een absolute pl..... hekel aan dat primitieve gedoe in tenten en caravans. Mijn geliefde heeft dat misschien nog wel veel meer dan ik en ook onze kinderen waren daar toen absoluut niet van gecharmeerd. Mijn oudste zoon en zijn vriendin en hun wonderkinderen echter, gebruiken de caravan geregeld en hebben der nu net een hele leuke vakantie in de Ardennen opzitten, gebruik makend van een aantal caravans die te huren waren. 

Even terug naar die fiets.
Die kon natuurlijk niet mee in een al volgepakte auto, met bagage en kids op de achterbank, dat begrijpen jullie. Als we vrijdags, we gingen toen altijd op vrijdag heen en twee weken later op vrijdag terug, ja logisch, dan aankwamen in de tijdelijke woning en alles hadden uitgepakt, ging ik de zaterdagmorgen heel vroeg terug naar huis, laadde de fiets in, verzorgde de katten, gaf de sleutels af bij de buren die onze katten gingen verzorgen en vertrok dan weer. En ja, ik vond dat leuk. Ik heb en had, totaal geen hekel aan autorijden.
Tegen koffietijd op zaterdag was ik dan al weer terug en reed mijn eerste rit in de nieuwe omgeving dan al aan het eind van de ochtend. Daarna was het boodschappen doen voor ons en de kinderen gingen dan zwemmen of what ever de kids deden
Zo ook dit jaar. De geliefde heeft een bungalowtje gereserveerd in Nieuw Heeten aan de voet van de Holterberg. Het is een mooi, landelijk park met een fraai uitzicht over "Het Nationale Park de Sallandse Heuvelrug", zoals het gebied waarvan Holten de hoofdstad is, officieel heet. Op de zaterdagmiddag doe ik noodgedwongen, want der moeten nog boodschappen gehaald worden en gekookt en zo, natuurlijk geen al te lange rit en stel ik die in het teken van de verkenning van de directe omgeving.
De zondag begint traditioneel, zoals alle ochtenden van de vakantie dat zullen blijven doen.
Ik sta vroeg op en, als het droog is, zit ik rond acht uur op de fiets. Rond een uur of elf ben ik dan weer terug en is het tijd om met het gezin wat uitstapjes te gaan doen naar allerlei zwembaden, nar de midgetgolf baan en/of boodschappen en museumbezoek.
Dat laatste is een geintje.
De kinderen bezoeken wel musea maar we deden dat nooit tijdens de vakanties. Je mot het niet gaan uit lopen lokken.

De zondag breekt stralend aan en na nog een laatste blik op de kaart geworpen te hebben om de route, die ik de avond daarvoor onder het genot van een gele boef heb uitgestippeld, nog even goed in me op te nemen. Ik haal de fiets uit het schuurtje en zoek mijn weg over het voor mij nog niet zo bekende park naar de uitgang.
Het park uitgaande draai ik linksaf langs de N332 naar Holten. Het dorpje uitrijdend kom ik op een klinkerpaadje dat me naar de klim zal brengen. Ik ken die Holterberg. Jaren geleden ben ik hier ooit eens met mijn ex-fietsmaatje A. geweest en ik weet dat er een absoluut pittig stukje van tien % stijging in zit.

Even een terugblik op een terugblik: ooit kluste ik, op de zaterdagen als ik niet voer of niet operationeel of de wacht had, (ik was marineman) bij, bij een fietsenmaker, ene Willem. Hij had een zaak in de Bijlmer, onder het toenmalige station. Later begon hij ook in de wijk Holendrecht een winkel.
Die zaak had overigens een goudmijn kunnen worden als Willem en zijn toenmalige vriendin wat meer op hun zaakjes hadden gelet en dan ook op sommige personeelsleden van wie ik overtuigd ben dat die de halve omzet van een zaterdag in hun broekzak staken. Maar bewijzen had en heb ik daar voor niet. 
Maar goed: op een zaterdag, kwam er een stevige jonge kerel met een mooie Koga de zaak binnen om een klein defect aan zijn remhendel te laten verhelpen.
Willem begroette de man hartelijk en introduceerde ons. “A. fietst ook veel”, zei Willem, “en misschien dat jullie samen wat willen doen?”
We schudden handen, noemden namen en wisselden telefoonnummers uit.
Er werd een paar weken later een afspraak om te gaan fietsen gemaakt en we hebben jaren lang elke zondag (het weer dienende) gefietst. A. had een top baan, hij was vrije jongen en was bezitter van nogal wat oud geld. Hij had ook nog eens een fraaie leasewagen met bijbehorende tank-pas en we reden dan ook vaak gezamenlijk naar plekken in het land waar je in je eentje niet vaak heen gaat. Om daar te gaan fietsen, dus.
We zijn zo ooit eens twee dagen in Pepinster, in Wallonië, geweest toen de Tour daar langs kwam. En ook de Holterberg hebben we in die tijd gereden. Er was iets geks met A.
Ik schreef al dat het een stevige knul was, maar de waarheid is dat hij 25 cm te klein was voor zijn gewicht.
Als je op het vlakke fietst, is dat (vele) gewicht allemaal niet zo’n ramp maar heuvel op is dat dan niet echt een pré. Toch wilde hij, kostte wat kost, elk jaar een dagje Limburg doen of op en in de Overijsselse heuvels gaan fietsen.
Maar nooit, op welk klimmetje, hoe kort ook, dan ook, kwam hij fietsend boven, altijd wachtte ik op de top op een steunende en puffende A., die moeizaam lopend op zijn Lookpedaaltjes met de fiets aan de hand naar boven kwam.
Nadat A., jaren later aangaf dat hij niet meer dan 60 kilometer per dag wilde rijden en dat hooguit aan 20 kilometer per uur, ben ik, heel laf achteraf, zonder iets te zeggen met hem gebroken.
Nu, een dikke bijna dertig jaar later, herbegin ik aan de Holterberg. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...