donderdag 6 september 2018

De Holterberg Revisited (2)

TOEN:
(aanzwellende muziek van Charles Aznavour: Yesterday, when I was young 
 
De weg kronkelt aangenaam en omzoomd door bos naar boven. Langzaam kom ik mijn klim ritme. De hele weg stijgt gemiddeld 4 tot 5%, en voor mij, als absoluut niet-klimmer, is dat een perfecte stijging, hoor. De ketting blijft voorlopig op het buitenblad want door de vele trainingskilometers van de afgelopen maanden heb ik macht zat.
Ik moet aan Jan Raas denken.
Dat was ook zo een typische machtsklimmer die de schonkige Vlaamse Ardennen met een groot verzet weg maalde en al zijn overwinningen in de naar hem vernoemde Amstel Gold ‘Raas’ op zijn macht behaalde. Dat druistige, aanvallende van Raas maakte dat hij tot een van mijn topfavorieten in het rijtje renners aller tijden behoort. Aan het einde van het gevreesde stuk van 10% van die heuvel ben je ook bijna boven en ik ga er nu aan aan beginnen, vlak na het Natuurdiorama.
Links van me daalt een ongeplaveid weggetje af naar een paar boeren bedrijfjes en aan mijn rechterhand strekt zich een mooi heideveld uit, dat nog steeds een mooie paarse gloed van de bloei over zicht heeft.
Voor me ontwaar ik een fietser gehuld in een, zie ik het echt goed? Ik geloof het niet maar het is waar: de knakker rijdt in een Bolletjestrui'.'De trui die alleen ware klimmer uit de TDF mogen dragen. De man heeft het kennelijk zwaar want hij gaat stampend en aan zijn stuur trekkend heel moeilijk naar boven. Nu weer eens staand, dan weer zwaar op zijn zadel neerkomend. 
Ik nader hem redelijk snel, ik rijd nog steeds op het buitenblad, niet al te soepel meer  draaiend, want ik voel wel dat de weg nu echt oploopt. En als ik dichterbij de man kom zie ik het echt. Weer zo’n loser die zich zo nodig moet hullen in een tenue dat hij nooit verdiend heeft en, aan zijn manier van fietsen te zien, ook nooit zal verdienen. Een bollentrui met Festina erop. Zo een van die de boef Virenque heeft gedragen.
Ik kom nu op zijn achterwiel en hoor het gesteun en gekreun van zijn ademhaling. De dood of de gladiolen, denk ik, nou gaat die ketting natuurlijk helemaal niet meer van het buitenblad af, natuurlijk.
Ik passeer de imitatie-Virenque met een korte groet en, ter extra demotivatie, fluit ik een paar noten van het zomerhitje van dat jaar. Dit is pure flinkdoenerij van mijn kant natuurlijk, want ik voel mijn poten en mijn longen nu ook behoorlijk, maar ja, ik kon het niet laten.
Even later ben ik boven.

Waar mijn enorme aversie tegen het soort clowns vandaan komt, die zich hullen in Gele, Bolletjes, Nationale, Wereldkampioen, Groene of wat dan ook truien, heb ik mijzelf ook heel lang afgevraagd. Het zal wel iets met mijn Noord-Nederlandse Calvinisme te maken hebben, of zo. Iets in de orde van grote van: Gij zult niet pronken met de veren van een ander, iets dergelijks toch.
Ik weet wel dat ik er, zeker tijdens mijn actieve carrière, al een hekel aan had als een meerdere goede sier ging maken met een voorstel van een lager in rang geplaatste, zonder deze daarvoor de ‘credits’ te geven, zoals het in goed Nederlands heet.
Zelfs in mijn post-carrière jaren, in mijn baantje naast mijn pensioen, heb ik meegemaakt dat een door mijn helemaal uitgewerkt hygiëneplan door mijn toenmalige chef aan de directie van het bedrijf werd aangeboden onder zijn naam. Die man is later bevorderd en overgeplaatst en of dat hier nu mee te maken had zal ik wel nooit te weten komen. (Wel weet ik dat hij mij, jaren later, hij was toen een soort personeel baas, Human Resource Manager, of zo, kwam vertellen dat mijn contract met onmiddellijke ingang werd gehalveerd. 'Nee, goh, nee, we waarderen je enorm, je bent een top medewerker, maar ja, we bezuinigen, helaas voor jullie mensen, maar ja, je weet het, niet waar?' De l.. durfde het niet alleen tegen me te vertellen en had een jongere trainee, een aardige meid, bij zich, om de klap te verzachtten, zoiets. Nu ja, klap? Ik was toen eigenlijk al helemaal klaar met die toko, maar dat even terzijde. (Ik vond af en toe gedeeltes van mijn plan terug in de handboeken die door de directie zijn uitgegeven over hygiënemaatregelen. Ere wie ere toekomt denk ik altijd, maar de man in kwestie niet. Hij was een jop hopper. Na een jaar of wat ging hij naar Mandemakers keukens, een firma die nu totaal verdwenen is, nar ik begrijp. Ik hoop dat die "kale"zoals we hem noemden, ook verdwenen is. Soit!

Eenmaal boven gekomen wachtte ik even op de ras klimmer, nou ja, even, een goeie sigaret later komt hij pas boven. Ik stap weer op en ga naast hem rijden, het daalt nu iets en ik vraag, puur uit zelfbevrediging, op een aangename toon waarom hij zo een shirt draagt, terwijl hij klimt met de gratie van een debiele en zwangere zeekoe.
Zijn antwoord is een korte vraag “Wie, bitte?”
Is het goddomme ook nog eens een Duitser.
Ik dender dan maar de mooie afzink in en kom al heel snel bij de kruising met de N 35.
Als kind ben ik ooit wel eens in Nijverdal geweest maar ik wil het plaatsje aan de Regge nog wel eens bezoeken. In no time ben ik in het, voor Nederlandse dorpjes en stadjes, zo herkenbare centrum. Een grootgrutter, een ETOS, Kruidvat, AKO en Blokker zijn er allemaal gevestigd natuurlijk. Ik ben dan ook al gauw uitgekeken en draai in het centrum om.
Mijn doel nu is de Hellendoornse berg. Als ik terug fiets blijkt dat de laatste lettergreep van Nijverdal terecht gekozen is.
Het is een pittige klim die me terugvoert naar de afslag Hellendoorn. Bij het bekende Avonturenpark ga ik linksaf de Hellendoornse berg op over de Sanatoriumlaan.
Deze klim is in verhouding tot de Holterberg een makkie, maar wel een mooi makkie.
Als ik weer beneden ben kom ik in het dorpje Lemele met de beruchte klim van die naam.
Flauwekul, natuurlijk. Het is een mooie, glooiende weg naar boven met een niet al te geweldig fraai uitzicht als je boven bent.
Dat geld niet voor de Luttenberg. Het uitzicht vanaf daar is adembenemend weids.
We zijn hier ooit een met de kinderen op vakantie geweest en ik herinner me nog dat de kids niet uit het, onoverdekte, zwembad waren weg te meppen.
Nettoresultaat na 1 week vakantie: 3 snotverkouden, koortsige kinderen die alleen maar rillerig binnen wilden zitten.
Leuk hé, vakantie?
Mijn goede vriend F., die in de buurt logeerde, was toen, met het gezin even over in die tijd. Ook hun dochters waren fiks verkouden geworden, vertelde hij.
Terugkerend via Mariënheem, Herman Finkers, schiet door me heen, en Haarle, zet ik mijn fiets tegen de schuifpui van de bungalow in NieuwHeeten.
De kinderen hebben de tv de hele ochtend afgestemd op Kidnet en begroetten me enthousiast: “Hoe laat ga je nou ook maar weer fietsen, Pa?”
Ik heb die vakantie nog heel veel prettige fietskilometers afgelegd in Salland.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...