TOEN:
(aanzwellende muziek van Charles Aznavour: Yesterday, when I was young
De weg kronkelt aangenaam en omzoomd door bos naar boven. Langzaam kom ik mijn klim ritme. De hele weg stijgt gemiddeld 4 tot 5%, en voor mij, als absoluut niet-klimmer, is dat een perfecte stijging, hoor. De ketting blijft voorlopig op het buitenblad want door de vele trainingskilometers van de afgelopen maanden heb ik macht zat.
(aanzwellende muziek van Charles Aznavour: Yesterday, when I was young
De weg kronkelt aangenaam en omzoomd door bos naar boven. Langzaam kom ik mijn klim ritme. De hele weg stijgt gemiddeld 4 tot 5%, en voor mij, als absoluut niet-klimmer, is dat een perfecte stijging, hoor. De ketting blijft voorlopig op het buitenblad want door de vele trainingskilometers van de afgelopen maanden heb ik macht zat.
Ik moet aan Jan
Raas denken.
Dat was ook zo
een typische machtsklimmer die de schonkige Vlaamse Ardennen met een groot
verzet weg maalde en al zijn overwinningen in de naar hem vernoemde Amstel Gold
‘Raas’ op zijn macht behaalde. Dat druistige,
aanvallende van Raas maakte dat hij tot een van mijn topfavorieten in het rijtje
renners aller tijden behoort. Aan het einde van
het gevreesde stuk van 10% van die heuvel ben je ook bijna boven en ik ga er nu aan aan beginnen,
vlak na het Natuurdiorama.
Links van me
daalt een ongeplaveid weggetje af naar een paar boeren bedrijfjes en aan mijn rechterhand strekt zich een mooi heideveld
uit, dat nog steeds een mooie paarse gloed van de bloei over zicht heeft.
Voor me ontwaar
ik een fietser gehuld in een, zie ik het echt goed? Ik geloof het niet maar het is waar: de knakker rijdt in een Bolletjestrui'.'De trui die alleen ware klimmer uit de TDF mogen dragen. De man heeft het
kennelijk zwaar want hij gaat stampend en aan zijn stuur trekkend heel moeilijk naar boven. Nu weer eens staand,
dan weer zwaar op zijn zadel neerkomend.
Ik nader hem
redelijk snel, ik rijd nog steeds op het buitenblad, niet al te soepel meer draaiend, want ik voel wel dat de weg
nu echt oploopt. En als ik dichterbij de man kom zie ik het echt. Weer zo’n loser die zich zo
nodig moet hullen in een tenue dat hij nooit verdiend heeft en, aan zijn manier
van fietsen te zien, ook nooit zal verdienen. Een bollentrui met Festina erop. Zo een van die de boef Virenque heeft gedragen.
Ik kom nu op zijn
achterwiel en hoor het gesteun en gekreun van zijn ademhaling. De dood of de
gladiolen, denk ik, nou gaat die ketting natuurlijk helemaal niet meer van het
buitenblad af, natuurlijk.
Ik passeer de
imitatie-Virenque met een korte groet en, ter extra demotivatie, fluit ik een
paar noten van het zomerhitje van dat jaar. Dit is pure
flinkdoenerij van mijn kant natuurlijk, want ik voel mijn poten en mijn longen
nu ook behoorlijk, maar ja, ik kon het niet laten.
Even later ben ik
boven.
Waar mijn enorme
aversie tegen het soort clowns vandaan komt, die zich hullen in Gele, Bolletjes, Nationale, Wereldkampioen, Groene of wat dan ook truien, heb ik mijzelf ook heel lang
afgevraagd. Het zal wel iets met mijn Noord-Nederlandse Calvinisme te maken
hebben, of zo. Iets in de orde
van grote van: Gij zult niet pronken met de veren van een ander, iets
dergelijks toch.
Ik weet wel dat
ik er, zeker tijdens mijn actieve carrière, al een hekel aan had als een
meerdere goede sier ging maken met een voorstel van een lager in rang
geplaatste, zonder deze daarvoor de ‘credits’ te geven, zoals het in goed
Nederlands heet.
Zelfs in mijn
post-carrière jaren, in mijn baantje naast mijn pensioen, heb ik meegemaakt dat
een door mijn helemaal uitgewerkt hygiëneplan door mijn toenmalige chef aan de
directie van het bedrijf werd aangeboden onder zijn naam. Die man is later
bevorderd en overgeplaatst en of dat hier nu mee te maken had zal ik wel nooit
te weten komen. (Wel weet ik dat hij mij, jaren later, hij was toen een soort personeel baas, Human Resource Manager, of zo, kwam vertellen dat mijn contract met onmiddellijke ingang werd gehalveerd. 'Nee, goh, nee, we waarderen je enorm, je bent een top medewerker, maar ja, we bezuinigen, helaas voor jullie mensen, maar ja, je weet het, niet waar?' De l.. durfde het niet alleen tegen me te vertellen en had een jongere trainee, een aardige meid, bij zich, om de klap te verzachtten, zoiets. Nu ja, klap? Ik was toen eigenlijk al helemaal klaar met die toko, maar dat even terzijde. (Ik vond af en toe
gedeeltes van mijn plan terug in de handboeken die door de directie zijn
uitgegeven over hygiënemaatregelen. Ere wie ere
toekomt denk ik altijd, maar de man in kwestie niet. Hij was een jop hopper. Na een jaar of wat ging hij naar Mandemakers keukens, een firma die nu totaal verdwenen is, nar ik begrijp. Ik hoop dat die "kale"zoals we hem noemden, ook verdwenen is. Soit!
Eenmaal boven gekomen
wachtte ik even op de ras klimmer, nou ja, even, een goeie sigaret later komt hij
pas boven. Ik stap weer op
en ga naast hem rijden, het daalt nu iets en ik vraag, puur uit zelfbevrediging, op een aangename
toon waarom hij zo een shirt draagt, terwijl hij klimt met de gratie van een
debiele en zwangere zeekoe.
Zijn antwoord is
een korte vraag “Wie, bitte?”
Is het goddomme
ook nog eens een Duitser.
Ik dender dan
maar de mooie afzink in en kom al heel snel bij de kruising met de N 35.
Als kind ben ik
ooit wel eens in Nijverdal geweest maar ik wil het plaatsje aan de Regge nog
wel eens bezoeken. In no time ben ik
in het, voor Nederlandse dorpjes en stadjes, zo herkenbare centrum. Een
grootgrutter, een ETOS, Kruidvat, AKO en Blokker zijn er allemaal gevestigd
natuurlijk. Ik ben dan ook al
gauw uitgekeken en draai in het centrum om.
Mijn doel nu is
de Hellendoornse berg. Als ik terug fiets blijkt dat de laatste lettergreep van Nijverdal
terecht gekozen is.
Het is een
pittige klim die me terugvoert naar de afslag Hellendoorn. Bij het bekende
Avonturenpark ga ik linksaf de Hellendoornse berg op over de Sanatoriumlaan.
Deze klim is in
verhouding tot de Holterberg een makkie, maar wel een mooi makkie.
Als ik weer
beneden ben kom ik in het dorpje Lemele met de beruchte klim van die naam.
Flauwekul,
natuurlijk. Het is een mooie,
glooiende weg naar boven met een niet al te geweldig fraai uitzicht als je boven
bent.
Dat geld niet
voor de Luttenberg. Het uitzicht vanaf daar is adembenemend weids.
We zijn hier ooit
een met de kinderen op vakantie geweest en ik herinner me nog dat de kids niet
uit het, onoverdekte, zwembad waren weg te meppen.
Nettoresultaat na
1 week vakantie: 3 snotverkouden, koortsige kinderen die alleen maar rillerig
binnen wilden zitten.
Leuk hé,
vakantie?
Mijn goede vriend F., die in de buurt logeerde, was toen, met het gezin even over in die tijd. Ook hun dochters waren fiks verkouden geworden, vertelde hij.
Mijn goede vriend F., die in de buurt logeerde, was toen, met het gezin even over in die tijd. Ook hun dochters waren fiks verkouden geworden, vertelde hij.
Terugkerend via Mariënheem, Herman Finkers, schiet door me heen, en Haarle, zet ik mijn fiets
tegen de schuifpui van de bungalow in NieuwHeeten.
De kinderen
hebben de tv de hele ochtend afgestemd op Kidnet en begroetten me enthousiast: “Hoe laat ga je
nou ook maar weer fietsen, Pa?”
Ik heb die vakantie nog heel
veel prettige fietskilometers afgelegd in Salland.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten