Ergens in juni schreef ik al over hem: over de nieuwe God van het peloton, ene Remco Evenepoel. Omdat het allemaal zo fraai geschreven is, nee, dat riekt naar eigendunk, maar goed, om jullie lezers even te herinneren aan dat Blogje, herhaal ik hier, cursief, nog even een deel van die tekst, om dan weer terug te keren naar de werkelijkheid.
(Maar het is mooi geschreven, hoor.)
Ik
zag vandaag een kroonprins opstaan. Nee, ik zag een nieuwe god. Ik zag:
"De geboorte van een God", zoals Hubert Lampo dat in een van zijn
prachtige novelles noemde. Het was een jong van negentien en een half
jaar oud, ene Remco Evenepoel. Vandaag won hij, groots, in de stijl van
EM, (Eddy baron Merckx), zijn eerste echte prof wedstrijd en hoe! Ik kende
hem al, natuurlijk, de Belgen maakten veel Tamtam over hem, dat doen ze
bijna altijd, bij elke jonge Belg die iets wint, maar: in dit geval
terecht! Wat die jonge vent vandaag liet zien, in die Ronde van België
(die nu de"Baloise Belgium Tour" heet, waarom mot dat allemaal in het
Engels, vraag ik me af) grensde aan het ongelooflijke.
Remco
Evenepoel, nog geen twintig, 'stak zijn neus aan het venster' zoals dat
wordt genoemd en hoe! "Nooit gezien en nooit gekend", waren de eerste
commentaren die de Vlaamse verslaggevers ons meegaven.
Ik
hoorde het commentaar van de jonge winnaar ook nog even: een groot
kampioen, bleek, taalvaardig, goed in zijn analyse, open een eerlijk.
Zijn medevluchter, wereld recordhouder Victor Campenaerts kwam zwaar ten
val en ja, de winnaar vroeg hoe het met zijn gevallen tegenstander
ging. Vrij uniek in het wielrennen, deze vraag van een winnaar overigens! Het pleit voor
hem en ja, ik denk dat ik voor hem ga supporteren.
Ik had het in dat Blog ook nog even over Julian Alaphilippe, maar ik ga er (een beetje) vanuit dat jullie zijn exploten, weer zo een fraai Vlaams/Frans wieler woord, wel hebben meegemaakt in de afgelopen Tour. Ik voorspelde hem, ver voor de TdF al, een fantastische carrière en ja, tot nu toe komt dat uit.
Maar, even terug naar die jonge 'snaak', zoals mijn meest favoriete wieler commentatoren, Wuyts en De Cauwer dat zo mooi noemen. (Ducrot was als commentator al helemaal passe, zeker nadat gedoe over die modderstromen, hoor.) Die Evenepoel, net aan negentien, wint, op een grootse manier de Clasica San Sebastian, zoals dat eens heette. Tegenwoordig heet die, overigens fraaie koers,: Donastia-Donastia-Klasikoa. Waarom die naamwisseling?
Nu kijk, de ronde wordt gehouden in het Baskenland, dat uiterste noordwest deel van Spanje, waar de Basken wonen. Nu zijn Basken verdwaalde Friezen, of Friezen verdwaalde Basken. Ik leg uit: Ze hebben allebei een eigen taal, ze zijn allebei dwarse volken en omarmen de Kaats sport, de sport waar Friezen, naast schaatsen, helemaal goed in zijn, net als de Basken. Da's maf eigenlijk, net zoals het maf is dat Nederlanders heersen in de kolfbal sport. Ok, ik leg dat nog wel eens uit: gereformeerden, dominees en gemengde ploegen en zo, maar man oh man, wat saai! Net als kaatsen en Skutjse sielen, natuurlijk, of verf zien drogen. Of er Baskische schaatsers zijn, daar gaf Google geen uitsluitsel over. Dat er een link ligt tussen die landen, alleen al door dat kaatsen, moet logisch zijn. Bauke Mollema, een Fries van geboorte, rijdt altijd heel sterk in deze rit, hij heeft die al eens gewonnen en werd gisteren vijfde. I rest my case.)
Die jonge man, ik heb het weer over Evenepoel ondertussen, is niet te stuiten, overigens. In deze wedstrijd, toegegeven, ik heb het niet allemaal gezien, ik was, natuurlijk, bij de Gay Pride, zoiets. Nee, hoor, we waren, heel gezellig op visite bij de jongste dochter en haar vriend en dronken heerlijke koffie en liepen enthousiast rond in hun tuin. Ik zag wel de finale, toen we thuis kwamen. Het was Evenepoel dag! Moest hij aanvankelijk lossen, hij nam toen drinkbussen mee, als knecht, voor zijn ploeggenoten, hij ontsnapte, kreeg de Letse kampioen Stujins, van de ploeg van Mollema, mee en reed die helemaal weg.
Op een gegeven moment reed hij en dat niet eens in een afdaling, tegen de zestig in het uur!
Ik rijd veel fiets en, zij die dat ook doen, weten dat je, als goed 'gerodeerde', Vlaams voor getrainde, toerfietser, de vijfendertig haalt, als topsnelheid op het vlakke, weten ook dat zevenenvijftig kilometer per uur, op het vlakke en dat voor een gassie van negentien, ongehoord en onbeschoft hard is.
Maar, wat een fraaie zege was dat, voor de nieuwe 'Merckx', zoals hij nog net niet genoemd mag worden, door de Vlaamse presentatoren. Die hebben natuurlijk meteen 'het lid op de neus gehad', nadat enorme beloftes als Daniel Willems, Fons de Wolf, Dirk de Mol ,Frank Hoste en zo het allemaal niet waar maakten, maar wel de hemel in werden geprezen.
(Gelukkig was daar Tommeke Boonen, een geweldige kampioen! Ook Gilbert was geweldig goed en ja, hij wwas, voor een Waal, sympathiek en dan kregen ze Van Avermaet ook nog, maar nee, dat waren niet de super kampioenen waar de Belgen op aasden. Me dunkt: met zulke kerels, het zal nogal niet zijn, zeg. Wat een winnaars, maar nee, de Belg wilde een nieuwe Baron!)
Belgische commentatoren waren, na De Kannibaal en daarna de opkomst van allemaal andere wielerlanden, waaronder Nederland, jaren op zoek naar die 'Nieuwe Merckx' en meenden die elke maal weer en opnieuw te vinden.
Het ergste voorbeeld van die afgoderij was natuurlijk Frank VDB, Vandenbroucke. Dat was ook al een zogenaamde 'godenzoon' die alles kon en alles wel zou winnen. Dat klopte aanvankelijk ook, maar dat winnen en dat leven bleek al helemaal NIET naturel te gaan. De man leed een vreselijk bestaan, later, stierf in hele erge omstandigheden in een naar bordeel ergens in een ook alweer naar Afrikaans land. Dat is het slechte nieuws.
Het goede nieuws is dat zelfs ik, geloof in de 'Geboorte van een God', zie boven over Lampo. (Lees die novelle, overigens!) Er zijn, ik schreef dat, twee godenzonen geboren, allebei al vernoemd in dit stuk. Tegen die twee wordt het moeilijk koersen in de toekomst.
Maar: er is hoop voor ons Nederlanders, in ons land is er ook een 'godenzoon' geboren. Hij heet Mathieu van der Poel, hij is nog heel jong en hij kan, als hij wil en dat wil hij, ook die twee andere jonge mannen op een hoop rijden.
De toekomst van het wielrennen gaat een gouden tijd tegemoet. Dat is weer een voorspelling die uit gaat komen, hoor!
Even over het bekende zwarte gat na de TdF. Nee, ik heb daar niet echt last van gehad. Ik kon nu zelf weer wat meer fietsen, hoef uit de kranten geen knipsels meer te halen en te verzamelen.
Ja, die criteriums? Leuk voor de niet kenner, ergerlijk voor de wel kenner.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten