En ja, zo hadden wij, fietsliefhebbers, tijdens de laatste week van een, zich toch wel van matig naar heel spannend ontwikkelende Giro, opeens twee koersen voor de prijs van een. De Belg, welke zender anders, zond haar "eigen Belgische" ronde ook uit.
(Op hun andere net, en op, geloof ik, alle Nederlandse netten, was het spel der spelen te zien, het tennisspel. Ik noem het dus het spel der spelen, omdat het dermate saai en vervelend is, dat je, als je een half of een heel uur in slaap valt voor de Tv, geen moer gemist hebt, der is niks gebeurd, omdat je, tijdens de saaie uitzendingen, uitgebreid kan koken, vooral tijdens al de vervelende sets, zoals die heten en uiteindelijk dus ook weer niks gemist hebt. Nu ja, je mist het "kreunen" als men ooit, tijdens alle pauzes door, ooit eens een bal moet raken! Nee, nix voor mij!
Gedurende een uur of anderhalf zag je dan op de Belgen Tv een prachtig verslag van hun rittenkoers. Door fraaie Belgische dreven en zo en dan werd er, na afloop van de etappe, vanaf een uur of vier, overgeschakeld naar de Giro. Man, man, mens, wat een genot voor de pure fietsliefhebber. In het begin deed ik de Giro, ik schreef het al, en ik begin er even mee, een beetje af als saai en zo, maar dat veranderde fel in die laatste week! Een paar heerlijk en felle ritten en aanvallen volgden en mooie gevechten van man tegen man op allemaal hel vervelende en besneeuwde bergen werden in beeld gebracht. (Even het verschil tussen sport en spel. In de Giro reden de renners besneeuwde en met hagel bedekte bergen op en af en de wegen werden niet bedekt met kleden en de wedstrijd werd niet gestaakt 'omdat het regende', zoals men vaak kon zien op een statisch beeld vanuit Parijs)
De "tifosi" misdroegen zich naar behoren op de flanken van de Zoncolan. De berg der bergen, zeg maar. Ja, zeggen kenners, maar het was wel logisch dat er van dat idiote publiek stond. De voetbalcompetitie in Italië is afgelopen en al die achterlijke Hooligans zoeken toch een uitlaatklep. Ik geloof meteen dat ze gelijk hebben, die kenners. Ik heb menig keren aan het parkoers van allerlei en alle grote rondes gestaan, vaak met een of meerder van mijn kids en ik heb dit soort idiote toestanden alleen maar meegemaakt op of naast de voetbalvelden. Nooit tijdens de koers!
Maar goed: Wilco Kelderman wordt zevende in het algemeen klassement, Pieter Weenink wint een etappe, Wout Poels rijdt indrukwekkend en het NL fietsen zit goed.
In het land van de zuiderburen is een mooie en fraaie ronde aan de gang. De "Baloise Belgium Tour" heet het tegenwoordig, vroeger dus de Ronde van België. Ik vind het wel wat jammer dat die fraaie, oude, traditionele namen verdwijnen, maar ja, ik begrijp het wel, de sponsors, nietwaar! In die ronde heb ik een voortreffelijke, nee, ik lieg, twee voortreffelijke Nederlandse coureurs gezien. De meest indrukwekkende was denkelijk Tom Dumoulin, die beminnelijke jonge vent uit Maastricht. Hij werd uiteindelijk tweede in het algemeen klassement. Maar: er was een ander aankomend talent. (Dat klopt niet, aankomend en talent? Nu ja.) Da's Mathieu van der Poel, inderdaad zoon van en: kleinzoon van. Van: Van der Poel en van Poulidor, de eeuwige uitdager van Jacques Anquetil. Dat "menneke" is net negentien, maar dat: "giet der ene groete worden joeng", vertelde een Vlaamse supporter op de TV. En dat gaat wel zo zijn. Dat jong heeft overgeërfd talent. Van pa dus: Adri en van opa: Raymond.
Ik ga een brute stelling poneren: binnen tien jaar, dus tot 2024 hebben wij, Nederlanders, drie maal een grote ronde gewonnen. Kelderman, Van der Poel, Dumoulin, Poels. Dat zijn de namen, jat ik een boek titel. Maar, er is veel en veel meer talent! Het gaat gebeuren. En niet alleen grote rondes, neem dat van mij aan! Terpstra is uit zijn pijp gekomen, hij weet na Dwars door Vlaanderen en Parijs-Roubaix en Qatar wat hij kan. Hij is nu, of wordt nu, dertig, dit jaar. Het jaar dat een coureur volwassen wordt en groot gaat zijn en sterk.
"Poeleke", zijn koosnaam dan maar meteen, wint ook nog eens de proloog van "Luxemburg".
De Giro is voorbij, ik doe het dikke cahier toe en berg het op in mijn bescheiden 'bibliotheek' van al die bladen en cahiers van de afgelopen zoveel jaar. Ik ga kranten halen en zie de nieuwe "Tourspecial 2014" al liggen. Tja, de koning is dood, lang leven de koning, zo iets. Het blad weegt bijna een kilo, zo dik. Voorzichtig laat ik het in mijn tas glijden, uitkijkend dat het niet mijn broden plet.
Oh ja, ondertussen wordt het helemaal een spannend verhaal. Er wordt ook nog eens gehockeyd om de wereld cup. Dit jaar eens niet in mijn stad, Amstelveen, maar in Den Haag. Nu is Amstelveen Hockey stad van Nederland, nummer een, natuurlijk. Vijf clubs, drie stadions, hoeveel meer mag het zijn? Hockey? Nee, niet mijn sport. Maar: hoe kan het dat in een sport als die met de stokken en de ballen er geen geouweh... is naar een scheids? Dat er geen oren aangenaaid worden tegen tegenspelers, dat er gewoon twee maal veertig minuten gewoon gespeeld word en dat er geen Schwalbes zijn?
Tja, helaas moet ik wel bekennen dat ik de tenues van de hockeyende dames "wel aardig" vind. En ja, een man wil nog wel eens een blik werpen als zo een mevrouw een strafbal moet nemen en de camera haar schouderpartij met daaronder aanwezige ronde en fraai uitziende anatomie in beeld brengt? Toch?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten