Hufterigheid is de naam die voor de vooral jeugdige en mannelijke Amsterdamse fietsers past.
Ik moest dus naar Noord. Dat kan je alleen maar bereiken als je door de stad gaat. Da's niet helemaal waar, natuurlijk. Ik kan gewoon buitenom fietsen en dan zo, via het Amsterdam-Rijnkanaal, door Oost en via de Schellingwouder bruggen en dan zo richting Oostzaan, ook op de plaats van bestemming aankomen. Normaal gesproken zou ik dat ook gedaan hebben, maar ik had die dag, zaterdag j.l., een zogenaamde "dead-line". Ik moest er al om half elf zijn, namelijk.
Dus koos ik voor de kortste weg en die bracht me via de fraaie Berlage brug op de Weesperzij, en dat langs de rivier (ja, de Amstel, oké) en verder naar de grachten en via de Stopera, Rokin en het Damrak, dan om het CS heen, bij de pont.
Die route is overigens, ik schreef het al, een lijdensweg. Ik heb het nog heel even over al die shitzooi die op de wegen ligt, zoals gebroken bierflessen of bierglazen of whatever.
Hoewel ik zogenaamde Kevlar bandjes heb, (dat is de zelfde Kevlar laag die in de "scherf- of kogelvrije" vesten van leger en politie zit, en die ik heel vaak zelf heb gedragen), geven die bandjes nog steeds geen totale garantie op niet lek rijden.
Dus rij je door en over glas. Wat je dan doet als fietser, is je dan over je voor- en achterwiel buigen, met je duim een buis omvatten en met je, gehandschoende vingers, de banden schoonmaken. Dat lijkt heel spectaculair en zeker als je door blijft trappen, maar het is een trucje. Maar, dat trucje blijf je herhalen in "De Stad" en dat tot vervelens toe. Maar, niet alleen het glas en de troep waren mijn tegenstanders, maar voornamelijk de fietsers. Man/Vrouw, vooral jeugdig, maar niet allemaal jongeren overigens, die continue, en dat meen ik echt, de hele tijd op die vervelende dingen kijken die ze de hele effing time in de hand hebben. Daarbij hebben ze ook nog eens van die oorstoppen in om het geluid nog harder te kunnen zetten.
Bij het inhalen is dat niet zo'n probleem. Je kunt hun slingerbewegingen volgen en aan zien komen en daarop reageren. Vergeet hierbij niet dat de meeste mannen op snelle fietsen veel beter een verkeerssituatie in kunnen schatten dan overige verkeersdeelnemers. Dat hebben die "ouwe lullen", zoals mijn generatie tegenwoordig voor wordt uitgemaakt, door schade en schande geleerd. Maar voornamelijk door veel schade. Aan onszelf, aan onze fietsen of aan onze mee fietsen maatjes. Schade die over het algemeen niet te verhalen was, omdat de schuldige, auto- of motorrijder, allang, heel laf, de plek van het ongeval had verlaten, het slachtoffer tussen de brokstukken en de fracturen achterlatend. Nee, dit is geen haat tegen de mensen die niet fietsen. Het is een constatering van het feit dat ik tot meerdere malen toe ben geschept of gesneden door auto's of motoren. Ik heb heel vaak met pleisters en verbanden gefietst. Een maal heb ik er zelfs een operatie in het AMC voor moeten ondergaan omdat een motor terrorist het handig vond om, zonder licht, tegen het verkeer in te rijden op een fietspad. Dus tussen mij en motoren en hun, in mijn ogen debiele berijders, komt het nooit meer goed. (Met die gebroken hand komt het ook nooit meer helemaal goed, hoor!)
Maar, bij het tegemoet rijden van die fietsers heb je wel een probleem. Dat doen die asbakken, want dat zijn het, bij voorkeur op het zelfde fietspad waar jij op rijdt en wat een eenrichtingsverkeer fietspad is. Op zich al irritant, maar, als ze dan ook nog eens steevast op jouw helft van de, voor hen verboden, fietspad helft komen, dan moet jij echt gaan nadenken. Want: ze zijn te druk met de Pod of de Pad om naar de weg te kijken. En: ze hebben van die effing oordoppen in, dus als jij al roept: 'Joh, kun je niet even uitkijken, je rijdt op de verkeerde weghelft', of zulke nette bewoordingen, dan horen ze het niet. Nou ja, dat roep je dus niet. Ik geef je de keuze wat je zou roepen als zo een magoggel m/v, blind en doof, jouw kant op stuurt en je zo goed als op ramkoers nadert?
Wat nu? Nou ja, je bent fietser met ervaring, dus spring je, met fiets en al, dan maar op de stoep. Tenzij er mensen lopen, vrouwen met een kinderwagen of zwaar bepakte "backpackers", dan mot je helemaal in je ankers en alle snelheid verliezen. Is dat erg? Nee? Nou nee, je bent niet in een wedstrijd, natuurlijk, je hoeft niets te winnen, je moet alleen maar naar je werk of zo of een tocht van een hoop uren maken, maar je hebt wel recht op je eigen stuk weg, zeg maar. Als het een keer, oké, twee keer, alla, drie keer gebeurd, daar kun je mee leven, maar zeven keer binnen een kilometer of twee geeft je, vind ik, het recht om wat minder aangenaam te reageren.
Dus reageerde ik wat minder aangenaam. De tiende keer dat er weer een een aanslag op me werd gepleegd, bleef ik op koers, helemaal bewust van mijn stuurmanskunst. (Die heb ik, in overvloed. Ik heb die opgedaan in de ongeveer vijfhonderdduizend, ja een half miljoen (en meer) fietskilometers, die ik heb afgelegd in mijn leven, waarbij ik ook nog eens in zware regenval en onweersbuien heuvels en bergen op- en afreed) en ik bleef mijn opponent goed in de gaten houden. Hij zag me niet, natuurlijk niet, te druk bezig met zijn apparaatje. Hij hoorde mijn waarschuwing ook niet, natuurlijk niet, hij had zijn oorstoppen in. Dus ging ik op tegenkoers en wel heel dichtbij. De man heeft me nooit zien komen, dat is onmogelijk. Maar misschien heeft hij mijn elleboog gezien en gevoeld. De elleboog die onder de pod of pad belandde en het apparaat met een wijde boog over zijn stuur heen, met de oordoppen nog in zijn oren, langs de kant van de weg, waar de Amstel stroomde, deed belanden.
Ik reed door, maar keek wel even om. Ik zag een man die helemaal zijn huis en zijn pod kwijt was. Een vertwijfelde. Een mens die zijn wereld kwijt was, een mens die afgesloten was van het leven, nu. Geen enkele informatie kreeg hij nu nog meer door. De totale leegte was nu zijn deel. Niets zou hem meer bereiken. Een man, alleen in het universum, zonder enig bereik tot zijn moederplaneet. Misschien zou hij weer over moeten gaan tot het lezen van kranten, tot het bekijken van het Tv journaal, de gruwel werd hem te erg! "Ground Control to Major Tom", schoot me te binnen dat domme nummer van die domme man, Bowie.
Staande ter plekke koos hij een scherpe grasspriet en pleegde Harakiri, hoopte ik, maar nee, dat kon ik niet meer zien.
ik had er lol in gekregen en wilde nog wel een slachtoffer op zoeken, maar die was niet voorhanden. Een keurige jonge dame met een fraaie opwaaiende zomerjurk die veel te zien gaf van haar fraaie anatomie, keek wel op tijd op en zei, en passant: 'sorry mijnheer'. Ze had ook geen eens oorstoppen in!
Maar, Barry Stevens zei ooit: "Vooral Doorgaan", en dat zal ik doen! Ik ga vanaf nu het pad terrorisme bestrijden. Met elleboog en schouder! Jullie zijn gewaarschuwd!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten