zondag 19 oktober 2014

Mijn Elfstedentocht 1



Ik ben ooit, in een vreemde bui lid geworden van een echte fietsclub. Dat was vlak voor mijn FLO, mijn 'pensionering' bij de marine. Ik was toen bang dat ik in een sociaal gat zou vallen. (Nooit gebeurd, maar door die fietsclub bijna wel. Lees het verhaal en denk na voor je je aanmeldt bij een dergelijke club!) '

Door een enorm mazzeltje is het aan het clubbestuur gelukt om een delegatie van de fietsclub in te kunnen schrijven voor de Elfstedentocht. Deze wordt traditioneel verreden op de tweede pinksterdag die dit jaar op 9 juni valt. De tocht gaat vrijwel langs dezelfde route als de echte Elfstedentocht , met dezelfde dorpen en steden, en is ook van een vergelijkbare lengte. Dat je voor deze tocht ingeschreven kan raken is geen sinecure, er is namelijk een enorme wildgroei aan deelnemers en het organiserend bestuur wil alles nog behapbaar en controleerbaar houden, zeker in verband met de veiligheid. Er is dus ook een ballotage, die weliswaar minder streng is dan voor de echte stoere mannen op de ijzers, maar toch.

Nadat ik met nog een aantal clubleden als fietsend jurylid ben meegereden met de Leidsevaart Marathon, zijn we klaar voor de Tocht der Tochten. Even over die marathonlopers: ik dacht dat wij fietsers een onbeschaafde groep mensen waren, die op straat spogen en hun neus tussen duim en wijsvingers leegden maar die lopers slaan alles. Ik zag mijn persoonlijke protegé (je wordt aan een kanshebber toegevoegd en moet met hem/haar meefietsen en af en toe een drankje of een spons aanreiken) met handen vol de ontlasting uit zijn broek scheppen en langs de kant van de weg smijten. Vervolgens vroeg hij schijnbaar om drinken, denk ik, want hij wees met zijn bruine vingers op mijn bidon. Het was een Rus, dus verstond ik hem maar even niet en ben wat verderop bij een verzorgingspost een beker en een spons gaan halen. De man werd nog derde ook, Luc Krotwaar won, en na afloop wilde mijn Rus me een hand geven. Ik hield het maar bij een schouderklopje voor hem.

Het is logisch dat niet de hele club mee kan naar Friesland en er moest dus een keuze gemaakt worden uit een aantal liefhebbers voor deze prachttocht. Gelukkig werd ik uitgekozen en daar was ik echt heel blij om want deze happening wilde ik absoluut niet aan mij voorbij laten gaan. Met mij werd nog een groepje aangewezen waar ik wel aardig mee door een deur kon. (Dacht ik.)

Een van die leden was Kees, een nieuw lid. Jan en oude Jan hadden er niet zoveel zin, de afstand en de massaliteit trokken hen niet zo, en bleven thuis.

Het is goddeloos vroeg als we moeten starten in het Friese land. Gelukkig ligt onze start in Bolsward en dat ligt dan wel weer lekker dicht bij de Afsluitdijk. Het vertreksein zal om 0630 uur worden gegeven. Op dat moment ben ik ‘in between cars’ om diverse redenen. Ten eerste kost een voertuig een smak geld en staat die in ons gezin meestal stil, want Pa loopt in 5 minuten naar zijn werk en Ma ‘metro’t’ in 10 minuten naar haar werkplek.

Tijdens de vakanties of voor familiebezoek huren we dan een auto en dat is op jaarbasis aanmerkelijk goedkoper. Dat, in combinatie met de waanzinnige parkeertarieven in de hoofdstad, en de kosten voor een parkeervergunning in de buurt van je eigen voordeur, maakt de ‘no car’ keuze een stuk gemakkelijker. Nadeel is dan wel dat ik voor alle "extramurale", wat een woord, fietsactiviteiten aangewezen ben op de transportfaciliteiten van clubleden. Dat we de benzinekosten delen of dat ik dan de koffie en het gebak voor mijn rekening neem spreekt voor zich en daar zijn verder ook nooit problemen over.

Voor die dag is het nieuwe clublid Kees chauffeur van dienst. De afspraak is dat hij me om KWART VOOR vijf op het hoekje van mijn straat op zal pikken. Wat mij dus nooit, in elk geval hoogst zelden, gebeurt, gebeurt me nu dus wel. Ik verslaap me.

Als ik ergens een gierende hekel aan heb is het aan te laat komen. Man, ik voel me dan zo shit, dat is niet te geloven. Ik schrik die ochtend om 10 voor 5 wakker, schiet in mijn kleding, maak toilet en toiletbezoek maar ik heb tot overmaat van ramp: geen tijd voor koffie!

Geen koffie is bij mij een heikel punt. De ochtendkoffie is mijn EPO. Ik kan niet op gang komen zonder. Er is in die jaren een hitje dat gereld gedraaid wordt op de radio waarvan een stukje tekst ongeveer zo is:

“Ik sta op, nog niet wakker,

Ik wankel door het huis als een stakker.”

Met als refrein:

“Een kopje koffie, Een kopje koffie”.

Dit gaat dan over een man die zijn ochtendbakkie mist.

Ik voel me dus ook zo. Omdat mobiele telefoons toen nog geen algemene gebruiksgoederen waren kan ik Kees dus niet bereiken om uit te leggen dat ik wat later zal zijn. Nu ben ik in ieder geval al te laat dus ik moet echt rap, rap de deur uit.

Gelukkig heb ik, oudergewoonte, de vorige dag al mijn spullen al klaar gelegd en tevens de fiets gepoetst en nagekeken. Even na 5 uur kom ik op het afgesproken punt aan.

Kees is ‘not amused’. Ik put me uit in duizend excuses maar hij is een wat stuurse, hoewel (achteraf blijkt) aardige, man, een IT-nerd of zoiets en een oorverdovend zwijgen heerst dan ook in het voertuig. Op mijn verzoek om even een pompstation aan te doen om een bekertje automatenkoffie (ja, als verslaafde daal je diep af) te scoren wordt dan ook, begrijpelijkerwijs, negatief gereageerd. 'We zijn toch al zo laat', is ongeveer het enige zinnetje dat hij uitspreekt. De weg is lang en leeg en we komen toch nog, al zwijgend, ruim op tijd voor het vertrek in Bolsward. De andere clubleden zijn er al en ik verontschuldig me voor alle zekerheid ook maar bij hen.

Veel van de anderen hebben de pinksterdag-tocht gecombineerd met en weekendje op een camping in Friesland of hebben bij familieleden of vrienden gelogeerd. Bolsward is een fraaie oude stad, die uit een groepje van drie terpen is samengevoegd. In vroeger tijden had het zelfs een haven. Ook was het stadje in die jaren lid van de grote handelsgemeenschap, de Hanze. Omdat we nog een tijdje moeten wachten voor het startschot, kan ik de mooie historische gevels op mijn gemak bekijken. Het vertrek is natuurlijk massaal en, voor zover ik begrijp, zijn er 4 verschillende vertrekpunten in de provincie om al dat fietsgewriemel in goede banen te kunnen lijden. En, er is geen koffie. Het blijkt vrij snel dat bij de overige leden van ons clubje het cafeïnepromillage ook onder het gewenste peil is, ze willen ook allemaal een bakkie doen, maar no way, er is geen lokale middenstander op het idee gekomen om op de tweede pinksterdag om 6 uur in de ochtend een koffietentje te openen. Uiteindelijk is alles geregeld, de startbewijzen gehaald, onze stempelkaarten op zak, de posities ingenomen en dan slingeren we ons het weidse Friese land in. Mooi is het. En massaal. En heerlijk weer. En een vreselijke trek in koffie.

De eerste stempelplaats is Harns/Harlingen zoals prachtig tweetalig op de borden vermeld staat.

Dat klunen niet alleen voor de boys in de kou is, blijkt al gauw, want door het massale vertrek, en de korte afstand naar Harlingen is de groep nog redelijk compact en moeten we ongeveer een kilometer “ridder te voet” spelen.

Het stempelen is, evenals de rest van deze tocht, overigens perfect georganiseerd. Je loopt of fietst een soort fuik binnen en, na je kaart te hebben overhandigd, wordt die snel en met een bemoedigend woord afgestempeld en teruggeven.

(Ik besef dat het jaren te laat is, maar alle hulde voor al die vrijwilligers die ook hun vrije dag hebben ingeleverd om van de Elfstedentocht een fantastisch festijn te maken.)

Bij Franeker is de drukte al een stuk minder. Het is ook alweer een bijzonder mooi stadje dat in de geschiedenis al teruggaat tot het jaar 800 ongeveer en dat zou zijn gesticht tijdens de regeerperiode van Karel de Grote! Als we de oude academiestad van Eise Eisinga verlaten, rijden we door de prachtige streek ‘Het Bildt’, een streek die zelfs een eigen vlag en wapen heeft, geloof het of niet. Ik kan me herinneren dat deze streek de aardappelschuur van Nederland wordt genoemd. Hiervoor dank aan Meester Jansen van de lagere school die o zo ‘boring’ les kon geven in geschiedenis en aardrijkskunde en wiens grote passie zangvogels was. Vandaar dat zijn bijnaam “Gerrit Vogeltje” was.

Wegwijzers dienen plaatsen aan als Boer en Rie en, heel intrigerend, Sexbierum. Maar dat schijnt er helemaal niets mee te maken te hebben. (Helaas, want van een goed verhaal zou ik wel kunnen genieten.) Nee, de plaatsnaam zou verwijzen naar de 6 (sekste) huizen die ene paus Sixtus hier ooit had laten bouwen of iets in die geest. Het plaatsnaambord schijnt overigens met een behoorlijke regelmaat gejat te worden (door studentikoze types)  heb ik begrepen. Het is werkelijk kicken nu, want heel langzaam wordt het Heitelan wakker en loopt het uit. Dat wordt ook de trend voor de rest van de dag. Langs de hele route zitten, staan en liggen enthousiaste Friezen, al dan niet in gezelschap van een of meerdere kratten bier.

Maar geen koffie.


Bij Hallum komen we langs de bekende speculaasfabriek van Hellema en als we het dorp uitrijden hoor ik een metaalachtige knal in mijn achterwiel en rijd ik meteen met mijn velg op de grond. “Fuck, lek.”

Dankzij mijn cafeïne tekort rijd ik, helemaal tegen mijn gewoonte in, wat achter in het groepje en hebben de medef ietsers, ondanks mijn geroep, dan niet door dat ik achterop geraakt ben? Nu is een bandje verwisselen niet een al te groot probleem en ik zit al vrij snel weer in het zadel en zet aan om mijn groep te bereiken. Ik merk echter al gauw dat er iets uit de haak is met mijn achterwiel. Er lijkt haast een soort ‘shimmy’ in te zitten, licht, dat wel, maar toch voel ik het. Ik fiets op een mooie, rooie, Concorde Treviso, Campagnolo afgemonteerd, 2 x 8 tandwielen achter, met mooi contrasterende gele belettering plus mijn voornaam, eveneens in het geel, op de horizontale buis. Beide wielen hebben ook druppelvelgen wat de kans op spaakbreuk stukken minder maakt dan de platte modellen.

Ik stop en stap af en check mijn spaken dan maar. Misschien is er toch een van gebroken.

Maar, niets aan de hand, ze staan allemaal keurig strak in het gelid zoals een peloton mariniers tijdens ‘baksgewijs’. (Heb je je hele leven pech gehad en nooit bij de marine mogen dienen, mag je ook het woord ochtendappel gebruiken.) Ik til de fiets bij het zadel van de grond en draai het achterwiel achteruit en check of er een slag in het wiel zit. Niet dus.

Ok, misschien stukje binnenband tussen de hieldraad van de buitenband? Goed, wiel er weer uit, de fiets voorzichtig in de berm gelegd, het Franse ventiel open gedraaid en de band leeg laten lopen. Dan tussen de palmen en de vingers van beide handen de hieldraad op zijn plaats wrikken om zo het spul op zijn juiste plaats te krijgen. Even later rijd ik weer maar voel de slinger nog steeds. Nu weet ik het echt niet meer, want verder functioneert alles goed. Remmen en schakelen gaat allemaal prima en ik besluit dus maar door te speren. Ik zal morgen wel eens naar mijn fietsenboer Wout gaan, bij wie ik wel eens bijspring als hij het heel druk heeft met reparaties.

Ik ben bijna in Bartlehiem en verwonder me nog altijd over de wereldfaam van een dergelijk plaatsje met een bruggetje en 5 boerderijen. Ik zie dan opeens de bekende kleuren van het  fietsshirt waarin ook fiets voor me rijden. Ze zijn redelijk opvallend, van prima kwaliteit en met een opvallend design. Het is in zwart en rood met een groene steunkleur uitgevoerd met daarop een 'landkaart" waarop de streek rond Amsterdam wordt aangegeven, met alle dorpen en steden in een soort zeegroen. Daarop, in wit de naam van de club.

Heel vaak geeft het shirt aanleiding tot positieve reacties, maar één keer overkwam me toch iets heel vervelends. Ik was al jaren geen lid meer van de wielerclub maar droeg het tenue nog graag, want het is mooi en goed. Ik bevond me op de fiets in Dordrecht, een echte 010 voetbalclubbroedplaats, heb ik later van Serge begrepen, en moest wachten voor een rood licht. Naast me stopte een auto met twee inzittenden. Uiteraard keek ik, een automatisme, even naar de auto om te zien of ik veilig stond. In de wagen zag ik twee types die ik gerust kan typeren als zijnde ‘Hooligans’. Ook het Fijenoord vlaggetje aan de spiegel wees in die richting. De twee keken natuurlijk ook naar mij en mijn tenue en toen die "kakkerlakken", zo schijnen ze te worden genoemd, eenmaal de letters hadden kunnen ontcijferen op mijn shirt, moesten die nog achter elkaar worden gezet. Zo’n hooligan heeft nu eenmaal het IQ van een fles witte wijn op koelkast temperatuur dus dat duurde eigenlijk wel lang. Nu is A M S T E R D A M ook best een moeilijk woord want het heeft meer dan drie letters. Maar dan zoefde dan ook het portierraampje naar beneden.

Ik werd door een hoofd met enorme grote mond en zeil oren, heel kort haar en een ijzerwinkel in de neus, dringend maar absoluut niet beleefd verzocht om, als vieze vuile k.. jood, smerige vuile vieze k.. smous op te rotten naar die k.. stad met die k.. club.

IQ en woordenschat leken aardig in overeenstemming met elkaar, bij deze sportliefhebber.

Ik zal gewoon eerlijk zijn. Omdat hooligans van die zielige en laffe mannetjes zijn die alleen in groepsverband durven op te treden en omdat twee mensen ook al een club is, heb ik geen deuk in zijn portier geschopt, geen deuk in zijn dak gemept met de gebalde vuist, zijn zijspiegel er niet afgetrokken en ook niet op zijn voorruit gespuugd.

Ik ben door het groene licht gereden en heb me heilig voorgenomen om nooit meer in deze, o zo hersenarme, streek van het land te komen.

(Ik kan nu ook heel wat begrip opbrengen voor al die voetballers/coaches/trainers die zich beklagen dat ze elk weekend weer worden getrakteerd op sissende geluiden, op jungle uitroepen en dergelijke.)


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...