Ik ben ooit, in een vreemde bui lid geworden van een echte fietsclub. Dat was vlak voor mijn FLO, mijn 'pensionering' bij de marine. Ik was toen bang dat ik in een sociaal gat zou vallen. (Nooit gebeurd, maar door die fietsclub bijna wel. Lees het verhaal en denk na voor je je aanmeldt bij een dergelijke club!) '
Door een
enorm mazzeltje is het aan het clubbestuur gelukt om een delegatie van de
fietsclub in te kunnen schrijven voor de Elfstedentocht. Deze
wordt traditioneel verreden op de tweede pinksterdag die dit jaar op 9 juni
valt. De tocht gaat vrijwel langs dezelfde route als de echte Elfstedentocht , met dezelfde dorpen en steden, en
is ook van een vergelijkbare lengte. Dat je
voor deze tocht ingeschreven kan raken is geen sinecure, er is namelijk een enorme
wildgroei aan deelnemers en het organiserend bestuur wil alles nog behapbaar en
controleerbaar houden, zeker in verband met de veiligheid. Er is
dus ook een ballotage, die weliswaar minder streng is dan voor de echte stoere
mannen op de ijzers, maar toch.
Nadat ik
met nog een aantal clubleden als fietsend jurylid ben meegereden met de
Leidsevaart Marathon, zijn we klaar voor de Tocht der Tochten. Even
over die marathonlopers: ik dacht dat wij fietsers een onbeschaafde groep mensen
waren, die op straat spogen en hun neus tussen duim en wijsvingers leegden maar
die lopers slaan alles. Ik zag
mijn persoonlijke protegé (je wordt aan een kanshebber toegevoegd en moet met hem/haar meefietsen en af en toe een drankje of een spons aanreiken) met handen vol de ontlasting uit zijn broek scheppen
en langs de kant van de weg smijten. Vervolgens vroeg hij schijnbaar om
drinken, denk ik, want hij wees met zijn bruine vingers op mijn bidon. Het was
een Rus, dus verstond ik hem maar even niet en ben wat verderop bij een
verzorgingspost een beker en een spons gaan halen. De man
werd nog derde ook, Luc Krotwaar won, en na afloop wilde mijn Rus me een hand
geven. Ik hield het maar bij een schouderklopje voor hem.
Het is logisch
dat niet de hele club mee kan naar Friesland en er moest dus een keuze gemaakt
worden uit een aantal liefhebbers voor deze prachttocht. Gelukkig
werd ik uitgekozen en daar was ik echt heel blij om want deze happening wilde
ik absoluut niet aan mij voorbij laten gaan. Met mij
werd nog een groepje aangewezen waar ik wel aardig mee door een deur kon. (Dacht
ik.)
Een van
die leden was Kees, een nieuw lid. Jan en oude Jan hadden er niet zoveel zin,
de afstand en de massaliteit trokken hen niet zo, en bleven thuis.
Het is
goddeloos vroeg als we moeten starten in het Friese land. Gelukkig
ligt onze start in Bolsward en dat ligt dan wel weer lekker dicht bij de Afsluitdijk. Het
vertreksein zal om 0630 uur worden gegeven. Op dat
moment ben ik ‘in between cars’ om diverse redenen. Ten eerste kost een
voertuig een smak geld en staat die in ons gezin meestal stil, want Pa loopt in
5 minuten naar zijn werk en Ma ‘metro’t’ in 10 minuten naar haar werkplek.
Tijdens
de vakanties of voor familiebezoek huren we dan een auto en dat is op jaarbasis
aanmerkelijk goedkoper. Dat, in
combinatie met de waanzinnige parkeertarieven in de hoofdstad, en de kosten
voor een parkeervergunning in de buurt van je eigen voordeur, maakt de ‘no car’
keuze een stuk gemakkelijker. Nadeel
is dan wel dat ik voor alle "extramurale", wat een woord, fietsactiviteiten aangewezen ben op de
transportfaciliteiten van clubleden. Dat we
de benzinekosten delen of dat ik dan de koffie en het gebak voor mijn rekening
neem spreekt voor zich en daar zijn verder ook nooit problemen over.
Voor die
dag is het nieuwe clublid Kees chauffeur van dienst. De afspraak is dat hij me
om KWART VOOR vijf op het hoekje van mijn straat op zal pikken. Wat mij
dus nooit, in elk geval hoogst zelden, gebeurt, gebeurt me nu dus wel. Ik
verslaap me.
Als ik
ergens een gierende hekel aan heb is het aan te laat komen. Man, ik
voel me dan zo shit, dat is niet te geloven. Ik
schrik die ochtend om 10 voor 5 wakker, schiet in mijn kleding, maak toilet en
toiletbezoek maar ik heb tot overmaat van ramp: geen tijd voor koffie!
Geen
koffie is bij mij een heikel punt. De
ochtendkoffie is mijn EPO. Ik kan niet op gang komen zonder. Er is in
die jaren een hitje dat gereld gedraaid wordt op de radio waarvan een stukje
tekst ongeveer zo is:
“Ik sta
op, nog niet wakker,
Ik
wankel door het huis als een stakker.”
Met als
refrein:
“Een
kopje koffie, Een kopje koffie”.
Dit gaat
dan over een man die zijn ochtendbakkie mist.
Ik voel
me dus ook zo. Omdat mobiele telefoons toen nog geen algemene gebruiksgoederen
waren kan ik Kees dus niet bereiken om uit te leggen dat ik wat later zal zijn.
Nu ben ik in ieder geval al te laat dus ik moet echt rap, rap de deur uit.
Gelukkig
heb ik, oudergewoonte, de vorige dag al mijn spullen al klaar gelegd en tevens
de fiets gepoetst en nagekeken. Even na
5 uur kom ik op het afgesproken punt aan.
Kees is
‘not amused’. Ik put me uit in duizend excuses maar hij is een wat stuurse,
hoewel (achteraf blijkt) aardige, man, een IT-nerd of zoiets en een oorverdovend zwijgen heerst
dan ook in het voertuig. Op mijn
verzoek om even een pompstation aan te doen om een bekertje automatenkoffie
(ja, als verslaafde daal je diep af) te scoren wordt dan ook,
begrijpelijkerwijs, negatief gereageerd. 'We zijn toch al zo laat', is ongeveer
het enige zinnetje dat hij uitspreekt. De weg is lang en leeg en we komen toch
nog, al zwijgend, ruim op tijd voor het vertrek in Bolsward. De
andere clubleden zijn er al en ik verontschuldig me voor alle zekerheid ook maar
bij hen.
Veel van
de anderen hebben de pinksterdag-tocht gecombineerd met en weekendje op een
camping in Friesland of hebben bij familieleden of vrienden gelogeerd. Bolsward
is een fraaie oude stad, die uit een groepje van drie terpen is samengevoegd.
In vroeger tijden had het zelfs een haven. Ook was het stadje in die jaren lid
van de grote handelsgemeenschap, de Hanze. Omdat we nog een tijdje moeten wachten voor het startschot, kan
ik de mooie historische gevels op mijn gemak bekijken. Het
vertrek is natuurlijk massaal en, voor zover ik begrijp, zijn er 4
verschillende vertrekpunten in de provincie om al dat fietsgewriemel in goede
banen te kunnen lijden. En, er
is geen koffie. Het blijkt vrij snel dat bij de overige leden van ons clubje
het cafeïnepromillage ook onder het gewenste peil is, ze willen ook allemaal een bakkie doen, maar no way, er is geen
lokale middenstander op het idee gekomen om op de tweede pinksterdag om 6 uur
in de ochtend een koffietentje te openen. Uiteindelijk
is alles geregeld, de startbewijzen gehaald, onze stempelkaarten op zak, de posities
ingenomen en dan slingeren we ons het weidse Friese land in. Mooi is
het. En massaal. En heerlijk weer. En een vreselijke trek in koffie.
De
eerste stempelplaats is Harns/Harlingen zoals prachtig tweetalig op de borden
vermeld staat.
Dat
klunen niet alleen voor de boys in de kou is, blijkt al gauw, want door het
massale vertrek, en de korte afstand naar Harlingen is de groep nog redelijk
compact en moeten we ongeveer een kilometer “ridder te voet” spelen.
Het
stempelen is, evenals de rest van deze tocht, overigens perfect georganiseerd.
Je loopt of fietst een soort fuik binnen en, na je kaart te hebben overhandigd,
wordt die snel en met een bemoedigend woord afgestempeld en teruggeven.
(Ik
besef dat het jaren te laat is, maar alle hulde voor al die vrijwilligers die
ook hun vrije dag hebben ingeleverd om van de Elfstedentocht een fantastisch festijn
te maken.)
Bij
Franeker is de drukte al een stuk minder. Het is ook alweer een bijzonder mooi
stadje dat in de geschiedenis al teruggaat tot het jaar 800 ongeveer en dat zou
zijn gesticht tijdens de regeerperiode van Karel de Grote! Als we
de oude academiestad van Eise Eisinga verlaten, rijden we door de prachtige
streek ‘Het Bildt’, een streek die zelfs een eigen vlag en wapen heeft, geloof het of niet. Ik kan
me herinneren dat deze streek de aardappelschuur van Nederland wordt genoemd.
Hiervoor dank aan Meester Jansen van de lagere school die o zo ‘boring’ les kon
geven in geschiedenis en aardrijkskunde en wiens grote passie zangvogels was. Vandaar
dat zijn bijnaam “Gerrit Vogeltje” was.
Wegwijzers
dienen plaatsen aan als Boer en Rie en, heel intrigerend, Sexbierum. Maar dat
schijnt er helemaal niets mee te maken te hebben. (Helaas, want van een goed verhaal zou ik wel kunnen genieten.) Nee, de plaatsnaam zou verwijzen
naar de 6 (sekste) huizen die ene paus Sixtus hier ooit had laten bouwen of iets in die
geest. Het
plaatsnaambord schijnt overigens met een behoorlijke regelmaat gejat te worden (door studentikoze types) heb ik
begrepen. Het is
werkelijk kicken nu, want heel langzaam wordt het Heitelan wakker en loopt het uit. Dat
wordt ook de trend voor de rest van de dag. Langs de hele route zitten, staan en
liggen enthousiaste Friezen, al dan niet in gezelschap van een of meerdere
kratten bier.
Maar geen koffie.
Bij
Hallum komen we langs de bekende speculaasfabriek van Hellema en als we het
dorp uitrijden hoor ik een metaalachtige knal in mijn achterwiel en rijd ik meteen met mijn velg
op de grond. “Fuck, lek.”
Dankzij
mijn cafeïne tekort rijd ik, helemaal tegen mijn gewoonte in, wat achter in het
groepje en hebben de medef ietsers, ondanks mijn geroep, dan niet door dat ik
achterop geraakt ben? Nu is
een bandje verwisselen niet een al te groot probleem en ik zit al vrij snel
weer in het zadel en zet aan om mijn groep te bereiken. Ik merk
echter al gauw dat er iets uit de haak is met mijn achterwiel. Er lijkt
haast een soort ‘shimmy’ in te zitten, licht, dat wel, maar toch voel ik het. Ik fiets
op een mooie, rooie, Concorde Treviso, Campagnolo afgemonteerd, 2 x 8 tandwielen
achter, met mooi contrasterende gele belettering plus mijn voornaam, eveneens in
het geel, op de horizontale buis. Beide
wielen hebben ook druppelvelgen wat de kans op spaakbreuk stukken minder maakt dan
de platte modellen.
Ik stop
en stap af en check mijn spaken dan maar. Misschien is er toch een van gebroken.
Maar, niets
aan de hand, ze staan allemaal keurig strak in het gelid zoals een peloton
mariniers tijdens ‘baksgewijs’. (Heb je
je hele leven pech gehad en nooit bij de marine mogen dienen, mag je ook het
woord ochtendappel gebruiken.) Ik til
de fiets bij het zadel van de grond en draai het achterwiel achteruit en check
of er een slag in het wiel zit. Niet dus.
Ok,
misschien stukje binnenband tussen de hieldraad van de buitenband? Goed, wiel
er weer uit, de fiets voorzichtig in de berm gelegd, het Franse ventiel open
gedraaid en de band leeg laten lopen. Dan
tussen de palmen en de vingers van beide handen de hieldraad op zijn plaats
wrikken om zo het spul op zijn juiste plaats te krijgen. Even
later rijd ik weer maar voel de slinger nog steeds. Nu weet
ik het echt niet meer, want verder functioneert alles goed. Remmen en schakelen
gaat allemaal prima en ik besluit dus maar door te speren. Ik zal morgen wel eens naar
mijn fietsenboer Wout gaan, bij wie ik wel eens bijspring als hij het heel druk
heeft met reparaties.
Ik ben
bijna in Bartlehiem en verwonder me nog altijd over de wereldfaam van een
dergelijk plaatsje met een bruggetje en 5 boerderijen. Ik zie
dan opeens de bekende kleuren van het fietsshirt waarin ook fiets voor me rijden. Ze zijn
redelijk opvallend, van prima kwaliteit en met een opvallend design. Het is in zwart en rood met een groene steunkleur uitgevoerd met daarop een 'landkaart" waarop de
streek rond Amsterdam wordt aangegeven, met alle dorpen en steden in een soort
zeegroen. Daarop,
in wit de naam van de club.
Heel
vaak geeft het shirt aanleiding tot positieve reacties, maar één keer overkwam
me toch iets heel vervelends. Ik was
al jaren geen lid meer van de wielerclub maar droeg het tenue nog graag, want
het is mooi en goed. Ik bevond
me op de fiets in Dordrecht, een echte 010 voetbalclubbroedplaats, heb ik later
van Serge begrepen, en moest wachten voor een rood licht. Naast me
stopte een auto met twee inzittenden. Uiteraard keek ik, een automatisme, even
naar de auto om te zien of ik veilig stond. In de wagen zag ik twee types die
ik gerust kan typeren als zijnde ‘Hooligans’. Ook het Fijenoord vlaggetje aan
de spiegel wees in die richting. De twee keken natuurlijk ook naar mij en mijn
tenue en toen die "kakkerlakken", zo schijnen ze te worden genoemd, eenmaal de letters hadden kunnen ontcijferen op
mijn shirt, moesten die nog achter elkaar worden gezet. Zo’n hooligan heeft nu
eenmaal het IQ van een fles witte wijn op koelkast temperatuur dus dat duurde eigenlijk
wel lang. Nu is A
M S T E R D A M ook best een moeilijk woord want het heeft meer dan drie
letters. Maar dan
zoefde dan ook het portierraampje naar beneden.
Ik werd
door een hoofd met enorme grote mond en zeil oren, heel kort haar en een
ijzerwinkel in de neus, dringend maar absoluut niet beleefd verzocht om, als
vieze vuile k.. jood, smerige vuile vieze k.. smous op te rotten naar die k..
stad met die k.. club.
IQ en
woordenschat leken aardig in overeenstemming met elkaar, bij deze
sportliefhebber.
Ik zal
gewoon eerlijk zijn. Omdat hooligans van die zielige en laffe mannetjes zijn
die alleen in groepsverband durven op te treden en omdat twee mensen ook al een club is,
heb ik geen deuk in zijn portier geschopt, geen deuk in zijn dak gemept met de
gebalde vuist, zijn zijspiegel er niet afgetrokken en ook niet op zijn voorruit
gespuugd.
Ik ben
door het groene licht gereden en heb me heilig voorgenomen om nooit meer in
deze, o zo hersenarme, streek van het land te komen.
(Ik kan
nu ook heel wat begrip opbrengen voor al die voetballers/coaches/trainers die
zich beklagen dat ze elk weekend weer worden getrakteerd op sissende geluiden,
op jungle uitroepen en dergelijke.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten