woensdag 20 april 2016

Vakantie fietsen


Nee, nee, maak je geen zorgen. De laatste vakantie van de lief en ik was niet op De Alp hoor. Dit is gewoon een fotootje uit een van de digitale albums waarin ik mijn Franse avontuur bewaar. Ik kijk ze nauwelijks terug, overigens. Maar goed: "been there, did the thing, got the T-shirt" zoals dat heet.
Nee, de hoofdverloofde en ik waren de afgelopen week in het Brabantse. We hadden een bungalowtje in de buurt van Herpen, ja, nee, niet met een s maar eindigend op en r. Zoek dat plaatsje tussen Nijmegen en Oss, in de buurt van Schaijk en zo. We hadden het weer over het algemeen mee, zeg maar. We hadden slechts een echte regendag en dat is, voor aprilse begrippen, niet veel, toch? Natuurlijk ging de fiets mee, ja, hallo! Niet dat ik hele dagen op mijn orgeltje zit, maar in de ochtend maak ik dan een ritje van een uur of twee, half drie, ben terug voor de lunch en 's middags gaan we dan samen wat leuks doen. We gaan de streek verkennen, lopen door mooie, fraaie vestingstadjes als Megen of Grave, ja geinig toch die naam, en pakken vaak een terrasje. Daar doen we een bakkie en nemen vaak een tosti of iets dergelijks. Aan het eind van de middag zijn we dan terug, zitten nog wat in het zonnetje voor het huisje en nu ja, dan in de avond doe je dingen die je leuk vindt.

Het leuke aan het fietsen in de vakantie in een streek die je niet zo goed kent, is het uitstippelen van een route. Niet elke dag hetzelfde eindje, da's logisch, natuurlijk. Ik heb detailkaarten mee, de ANWB/VVV topografische kaarten, schaal 1:50.000. Hartstikke goeie dingen. Vol details, mooie schaal en bijna slijtvast. In de weken voor we weg gaan stippel ik alvast wat 'vage' routes uit. Grofweg: is de wind west dan die kant, is 't ie oost, dan ga ik daarheen, nu ja, je begrijpt het: heen fiets je met de wind tegen en dus terug hejje het makkelijker, een ouwe trainingswijsheid. 
De avond voordien plan ik de rit in meer detail, onder het genot van een biertje, de ochtend zelf check ik nog even buienradar en dan: 'en route'. Maar: hoe je alles ook plant, je bent geen kenner van de streek, je hebt, zoals de Vlamingen zeggen: geen parkoerskennis. Dus ja, alles is wat vreemd, je weet niet of er wegomleggingen zijn, je kent straten en dorpjes niet en je weet de gesteldheid van wegen en fietspaden niet. En ja, dan kom je voor maffe situaties, soms. En: dat is vaak wel de gein en ongein van het fietsen in onbekend terrein. Ik kwam op een van die dagen in het schitterende oude vestingstadje Ravenstijn, gelegen aan de Maas. Man, man, man, wat is dat een leuk plaatsje. Alleen, men is, niet alleen daar, maar in veel van die stadjes, heel in de authentiekheid geschoten, want de 'binnenstad', ter grote van een flink voetbalveld, is helemaal bestraat met kasseien. Rottig liggende, nauwelijks op elkaar aansluitende .kloostermoppen, die het voor de automobielert al vervelend rijden maakt, maar zeker voor de fietsert op smalle en met hoge druk gevulde zoemende bandjes. Maar, het is wel wat, hoor, bezoek het plaatsje. Het ligt in een uithoek van Brabant, maar helemaal de moeite waard.
Vanaf Ravenstijn wilde ik verder, fietste op beste fietspaden de dijk naar Megen op en hoorde een auto achter me toeten. Ik reed normaal en al helemaal rechts, dus het kon niet zijn dat de bestuurder me een signaal wilde geven, het weggetje was breed genoeg. Onwillekeurig taste ik in een achterzak van mijn fietsshirt, taste nog eens, nog eens, voelde aan en in de andere zakken en: zijnde %@*&!+**, 'G..vernakendenondenondedju', ik voelde mijn mobieltje niet meer in de achterzak zitten. 
Denkende dat de bestuurder/-ster van het voertuig me waarschuwde dat het apparaat uit mijn zak was gevlogen, keerde ik op mijn eh, schreden is dom, nu ja, op mijn omwentelingen terug. Maar, naks/nada/nothing/niets/ne rien. Geen mobiele telefoon te vinden. Oke, het was een oud dingetje, gewoon een mobieltje, een pre-praid Nokia van de Appie, van 12,50. Maar: ik kan er mee bellen en sms'en en meer heb ik niet nodig. Ef dus, want al mijn telefoonnummers van vrienden en familie staan er in. Nogmaals: @#$%!&^*, dus en ja, dan zit ik onthand. Er was maar een oplossing, de zelfde weg terug rijden en dan maar speuren aan de zijkant van de weg om een glimp van het dingetje te zien. Mocht het eventueel niet overreden zijn geworden door een ander voertuig. Ik had het meer dan donkerbruine vermoeden dat mijn mobiel er in de kasseien van Ravenstijn zijn eigen en eenzame leven was begonnen, dus ja, ik moest dat plaatsje ook weer helemaal door.
Dus, gedurende de hele terugweg, maar een kilometer of vijfentwintig, tuurde ik bermen en graskanten, kassei stukken en geparkeerde auto's af, maar niets hoor. Ik zat al allemaal wanhopige plannen te maken om later op de dag naar Oss of Nijmegen te rijden, een belwinkel te zoeken en dan zo een telefoontje aan te schaffen en zo, maar ja, zijn die eenvoudige telefoons nog te krijgen, of is alles van dat moderne spul waar je een godsvermogen voor betaalt en meteen een enorm duur abonnement aan je toges hebt?
Nu ja, nodeloos te zeggen dat ik geen spoor terug vond van mijn "ouwe en trouwe" vriend, die me al zeker tien jaar trouw dient. Een beetje sombermansend kwam ik terug in de bungalow. De lief zat aan de koffie, had een radiozender met lekkere oude hits gevonden, puzzelde een cryptogram in elkaar en keek me verwonderd aan. 'Ging het niet?' vroeg ze, 'een lekke band of zo, je kijkt zo sip?' Ik wilde net helemaal negatief antwoorden, tot ze zei: 'Ja, ik vond het al zo raar, je hebt je telefoon laten liggen, is die stuk of zo?'
En verdomd, naast mijn koffiebeker lag mijn oude mobiel te glimmen in de ochtendzon. Ik pakte hem op en slaakte een zucht van verlichting. De lief schudde haar fraaie hoofd met dieprode lokken. 'Denk nu eerst eens na, voor je weggaat. Dat zeg je altijd tegen mij en de kinderen, is het niet?'
Tsja, vrouwen, hoe veel gelijk kunnen ze hebben!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...