De lief en ik gaan, zover dat mogelijk is, twee keer per jaar op vakantie. Velen vinden dit misschien weinig, anderen vinden het misschien veel. Het is zo dat we twee keer 's jaars een weekje weggaan, in het voor- en na seizoen, als alles nog betaalbaar is. De enige onzekere factor is het weer dan, maar ja, het kan in het hartje an het vakantieseizoen ook ballenweer zijn. Vorig najaar viel onze vakantie uit, omdat een familielid die de kat zou verzorgen en op het huis zou passen, ongelukkig een been brak. Daarvoor was degene aangewezen op hulp en steun, van en naar het ziekenhuis halen en brengen en zo. We cancelden de vakantie en kregen keurig het hele bedrag van de verzekering terug. Goed, zoals altijd gaat de fiets mee. De lief, zij regelt dat soort zaken, had een bungalowpark in Simpelveld, Zuid Limburg, gevonden. Een sober park, sobere huisjes, maar ik hoef geen 5 sterren, tegen idem prijs, tijdens mijn vakantie.
We kwamen (afgelopen) vrijdag aan en dan is de dag al bijna over, je moet nog boodschappen doen, tassen uitpakken en zo en wat te eten scoren. Maar de dag daarop, het was prachtig weer, was ik vroeg op pad. Ik wilde even naar Aken, dat in de buurt ligt. Nu is het, de oplettende lezer zal dat wel weten, geen meter vlak in Zuid Limburg en ja, de tocht van zaterdag ging dan ook niet over strakke polderwegen. Nu had ik niet al te veel getraind in het voorjaar, het weer was bar en boos, maar de laatste weken had ik toch de nodige k's kunnen maken. Het viel me dan ook 100 % mee, dat ik het lange, vals plat maar dan net iets meer, naar Vaals goed verteerde. Vaals is niet veel, maar Aken is bijzonder fraai, hoewel men de binnenstad heeft uitgerust met kasseien, die minder slecht liggen dan in de koers van vandaag, (Parijs-Roubaix) maar die toch geen rustig en prettig fietsen veroorzaakten.
Vandaag was het dan de bedoeling om naar Moresnet te fietsen. Dat is een stadje, ja, maar het is tevens de naam van een verdwenen landje. Hoe dat, verdwenen? (Je kan het boek van Philips Droge kopen dat Moresnet heet, maar ik verklap het in het kort.) Toen Napoleon uiteindelijk was verslagen en het grondgebied van ons land onder koning Willem I groter was dan ooit tevoren, heel België en Luxemburg was toen Nederlands, bleef er een klein, raar, driehoekig stukje land over, dat liep vanaf Vaals, het toenmalige vierlandenpunt, tot zo rond zeven kilometer zuidelijker. Het stukje was zo belangrijk omdat er een van de weinige zink mijnen van de wereld lag. Nu wilden de Pruisen, we noemen ze nu Duitsers, dat stukje dolgraag hebben. Zink was een gewilde delfstof in die tijd. Maar ook koning-koopman Willem wilde graag wat extra munten verdienen voor zijn land. Omdat men een zoveelste oorlog vreesde werd besloten om het gebiedje tot een neutrale staat te verklaren en zo was Neu-Moresnet geboren. Omdat het landje, groot 3,3 km in het kwadraat, belasting vrij was, was het al gauw een vrijstaat van smokkelaars, kroegbazen, bordeelhouders en hun vrouwelijke werknemers. De misdaad teelde wierig en de ene veldwachter die het staatje rijk was kon weinig uitrichten. In 1919, na de Eerste wereldoorlog, werd het staatje opgeheven en ging het, Duitstalig en al, tot het koninkrijk België behoren. Ik ontdekte die vreemde geschiedenis nu al weer zo een tien jaar geleden, tijdens een vakantie in Vaals. Ik was het drielandenpunt op gefietst en zag daar een bordje: Vierlandenweg. In een bierschap in een supermarkt in Vaals zag ik "Moresnet" bier en las, heel kort, iets over dat landje op het etiket. Via de jongste dochter, die het opzocht op het WWW, kwam ik achter de geschiedenis van dat landje. Diezelfde vakantie reden we er eens doorheen, pakten een terrasje en die hele geschiedenis is me mateloos blijven interesseren. Het boek van Philip Droge, dat is o met umlaut, was dan ook een heerlijke openbaring.
Soit. Vandaag was het dus de dag van "Moresnet revisited". Ik daalde, dik vijftig in het uur, van Simpelveld af naar Nijswiller, sloeg daar af naar Vaals, klom tien kilometer en draaide af naar Gemmenich. Ik had die klim meerdere malen gereden en het is een pittige. Ondanks, ik herhaal me zelf, de vrij weinig fietskilometers, nog geen vierduizend, kwam ik aardig boven, hoewel ik nu wel weer begreep dat roken en klimmen niet een goed huwelijk vormen. In Gemmenich zag ik het bordje "Moresnet" en blij van zin reed ik die richting op. Zoals vaker en eigenlijk bijna altijd, was ik verkeerd gereden. In het land van de Belgen staan borden altijd NA de afslag en dan natuurlijk wijzen ze naar een driesprong, zoek maar uit welke kant je op wilt. Ik koos een richting, vrij steil naar boven over een steeds steiler en smaller wordend weggetje en eindigde op een naturisten camping. Zonder naturisten, nog, helaas, misschien.
Ik keerde op mijn schreden terug en vond het wel best verder. Die middag zouden de lief en ik er nog wel met het voertuig op uit trekken, hadden we al afgesproken. Ik draaide richting Vaals in en zag allerlei afsluit hekken, nadars genoemd, met borden als 'Deviation' hetgeen omleiding betekent. (Bij latere navraag zou er een hardloopwedstrijd langs komen.) Iets verder stond een politiewagen met zwaaiende lampen de weg half te blokkeren. Het was een vrij brede weg. De agent stopte het tegemoet komende verkeer met het bekende: "De hand die niet het wapen grijpt, verticaal in de lucht met de handpalm naar buiten" gebaar. Een auto stopte prompt en ging aan de kant staan. Zijn volger begreep kennelijk niets van het gebaar van de 'flik' en reed door, recht op de wout af. Ik passeerde net de politie wagen en de agent aan de veilige kant en ik zag hoe de agent, als een getrainde BBE'er, in een flitsende beweging zijn wapen uit de holster haalde en die door laadde en op de voorruit en het hoofd van de bestuurder richtte. Ik heb vaak genoeg met wapens te maken gehad om te weten hoe het doorladen van een Glock klinkt! De agent riep iets heel hard in het Frans. Ook iets heel onaardigs, want ik hoorde het woord "Merde". De iets oudere bestuurder begreep het gebaar ook meteen en stopte en stak zijn handen in de hoogte.
Wauw! De Belgen zijn 'on the ball' na die narigheid die ze een jaar geleden beleefd hebben, begreep ik. Ik klom verder en kwam thuis en ging douchen en toen gingen de lief en ik ook een stukje rijden en toen kwamen we wel in Moresnet en toen reden we ook fout dor een verkeerd bord en toen wilden we een terrasje zoeken en toen moesten we tien terrassen af en toen vonden we er een en toen kon ik mijn auto niet kwijt en toen liet ik de lief uit de auto en zij pikte het tafeltje in en toen moest ik nog een half uur zoeken naar en parkeerplek en toen vond ik er een op een kerkhof en toen gingen we wat drinken en toen naar huis en toen zag ik Greg Van Avermaet Parijs Roubaix winnen.
En toen was ik zo rozig als de pest van al dat buiten zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten