Hoe naar de kloten kun je zijn? Man, man, man. In mijn vorige Blogje beschreef ik al dat ik een fraaie tocht had gemaakt naar Gemmenich en omstreken. Vandaag, een veel frissere dag dan gisteren, bewolkt en met een frisse noordwesten wind, wilde ik naar Ubachsberg en Voerendaal en zo verder naar Heerlen en Kerkrade. Ik moest vanuit Simpelveld naar Huls. Hij/zij die die klim kent weet dat het niet handig is om dat met nog nauwelijks opgewarmde spieren te beginnen. (Die klim zit overigens in de Amstel Gold van aanstaande zondag. Ik wil dat abso zien. Zien hoe die stumpers van beroeps wielrenners af moeten stappen en het stuk moeten gaan lopen, terwijl ik het wel gered heb op de fiets.....) Ja, humor, ok.
Laat ik bij het ergste beginnen. Heerlen. Heerlen is een erge, erge stad. Ik weet niet of er een top duizend van lelijke en ongure en onaardige en je-niet-senang-voelende plekken in Nederland is, maar, mocht dat zo zijn, dan staat Heerlen in mijn gevoel op stek 1, (een), met stip en met voorsprong en helemaal afgezonderd! In de eerste plaats blinkt de plaats uit door het totaal gebrek aan enthousiasme voor het plaatsen van richtingborden. Voor fietsers in ieder geval, voor de gemotoriseerden onder ons is het ook al cryptisch, hoor, maar de fietsende en wandelende tak van de mensheid komt er helemaal bekaaid af. Ik fietste door Heerlen op weg naar Kerkrade om zo naar Simpelveld terug te gaan. Ik zag een (1) bekend rood geletterd bordje. Dat was onmiddellijk na een gribus van een fiets viaduct, waar zich, in de donkere hoeken, een aantal jongelieden van diverse stammen en afkomsten van de wereldbevolking, ophielden en waar een zware geur van een geest verruimend product, dikke wolken vormden, die het zicht redelijk belemmerde. Enigszins bedwelmd reed ik de richting van het aanwijs bord uit. Ik reed en reed en zag verder geen reet meer. Na een aantal kilometers kwam ik dus terug bij het groepje onwelriekende rook uit blazende jeugd, die ondertussen versterkt was met meerdere volgelingen van die rook cultuur. Ik had ondertussen de binnenstad van het hopeloos verloren stadje kunnen, nu ja, moeten, bekijken en het was niets en niks en meer dan helemaal niente. Er was een groot, saai, leeg en lelijk en winderig plein voor een lelijk en raar gebouw dat zich schouwburg of theater durfde te noemen. Er lieepen rare, schichtige en er als verslaafden uitziende figuren, die ooit eens hadden behoord tot het menselijke ras, rond. De stad straalde agressie uit, straalde onrust en onzekerheid en angst uit, ze straalde criminaliteit uit.
Door dat er geen spatje zon was vandaag en doordat ik helemaal niet bekend was in "Dodge City", keek ik even later op een informatie: "U bent hier met een rode pijl", bord. Kerkrade wilde niet meer gaan lukken, ik zou dan dat vreselijke en verrekte Heerlen weer door moeten en daar paste ik voor. Dus dan maar naar Voerendaal terug, dan maar over Ubachsberg en zo naar huis. Op de heenweg had ik overigens al om moeten rijden doordat er tussen de beide eerder genoemde plaatsen weg werkzaamheden waren. Men adviseerde nu fietsers en brommers de C te volgen, aangegeven door een geel bord met een punt, waarop een C en een gestileerde afbeelding van een achter aanzicht van een fiets en een brommer. En ja, de borden tierden welig, of weelden tierig, zuks dan, en even later sloeg ik in Voerendaal af naar een klein weggetje. Dat kleine weggetje had aanvankelijk de bedoeling om als vals plat door het leven te gaan, maar in de pubertijd gekomen had het bedacht om maar eens een serieuze klim te gaan worden en was daar ook behoorlijk in geslaagd.
De smalle weg ging door de vlek Winthagen en de straat die door het gehucht voerde, heet, je raad het nooit: Windhagen. Nu ben ik ooit de Alp d' opgereden (ja, bedankt, ja, het was moeilijk, maar wel een enorme belevenis, met een gemiddelde van acht (8) km per uur. Goed uitgerekend deed ik dus ongeveer anderhalf uur over die klim van dertien kilometer aan die acht procent. Ik heb geloof ik ook diezelfde tijd gedaan over de Windhagen, een stuk van nauwelijks twee kilometer. Ik was volledig, maar dan ook echt helemaal en compleet en heel echt en helemaal naar de gallemiezen.Voor hen die de klim niet kennen en een beetje willen doen aan sado masochisme of zelfkastijding: zoek hem eens op.
Uiteindelijk kwam ik terug in Hulst, deed de steile afzink naar Simpelveld met dik zestig in het uur, moest vreselijk in de ho houwers aan het eind van de weg en rook weer de vertrouwde geur van verbrand remblokken rubber beneden.
Vanaf Simpelveld was het nog twee k's klimmen naar huis, tegen acht procent, makkie!
Morgen maar even wat vlakker. Daarna het Drielandenpunt weer eens doen!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten