dinsdag 11 april 2017

Optisch bedrog

Vandaag was het weer eens goed weer, zoals het de afgelopen dagen al was. Frits, ja, dat wel. Maar fritsigheid is een emotie en de mannen van ons Korps hebben me geleerd dat je emoties kunt uitschakelen. Dus deed ik dat dan maar en ging op tijd en route. Eerst was er de afdaling naar Nijswieler en dan de tocht naar Gulpen, waar ze, volgens mijn oudste gabber B., het lekkerste bier ter wereld brouwen. Vanaf Gulpen is het vervolgens een lange klim naar Ingber en allemaal van die dorpjes waar ik heen wilde, met namen als Scheulder, IJzeren en Sibbe en zo. Dat zijn nog helemaal onaangetaste en originele Limburgse plaatsjes. De meeste, oudere, huizen zijn nog opgetrokken uit mergelblokken, zandsteen uit de groeven bij de Sint Pietersberg. Vaak zijn ze nu wat grauw en aan het kruimelen maar ja, mergel is zandsteen, niet waar? Maar fraai is het allemaal en heel pittoresk. Er heerste absolute stilte. Bijna geen mens te bekennen behalve twee mannen in een half camo pak met een T-shirt waar op het rugpand stond dat ze van de Alfa compie van een of andere landmacht eenheid waren en die ik daarom dus meteen maar niet serieus nam, een enkele ouwere man op een fiets met een krom stuur. Ik haalde een jonge, fraaie, blonde vrouw in op een tracking bike, met twee koffers op de bagage drager. In het voorbijgaan maakte ik een praatje. Ze was uit Canada, nu op zoek naar de voorouders die hier vandaan kwamen en op weg naar een verre neef in Valkenburg.
Bij Sibbe daalde ik de Daalhemmerweg af en ja, hoe kan een weg beter vernoemd zijn? Je daalt een tijd en je haalt als snel de zeventig in het uur en de weg ligt heerlijk en is goed geplaveid. De motorische bestuurders weten dat er veel fietsers zijn en houden perfect rekening met de zwakkere weg gebruikers. De bochten zijn overzichtelijk, maar je moet natuurlijk op je qui-vive zijn voor overstekend wild als daar zijn: honen en katten. Een jaar of wat terug zag ik een voorganger hopeloos moeten uitwijken voor een hond die uit het schoekeloen kwam gedoken, zonder door het baasje aan de lijn te worden gehouden en ik zag/hoorde/voelde de akelige smak waarmee de hond werd aangereden en waarmee de fietser ter aarde zonk. Achteraf had de hond niets, maar de fietser had behoorlijke schaafwonden en misschien zelfs een sleutelbeen breuk. 
Erger was dat zijn voorwiel verwrongen was. Kijk, jij als fietser groeit vanzelf aan, maar je fiets niet, toch? Zelf ben ik ook eens door een hele erge hagelbui, het is pas April, naar beneden geschaatst en man, dat was heel angstig.
Op het Grendelplein, aan het einde van de afzink, ging ik links uit de flank om een dikke kilometer tegen vijftien % de Cauberg op te rijden en, zoals gewoonlijk, was dat niet naar genoegen. Ik weet dat Jan Jansen, je kent hem nog wel, van 1968, de "Camerig", een venijnige klim bij het dorpje Camerig, de enigste echte mannelijke klim van Nederland noemde, en ja, dat ben ik wel een beetje met hem eens. Maar die Cauberg! Man, man, wat een rot stuk. Ik heb mijn naam een paar keer af horen roepen toen ik de toeristen versie van de AGR, zijnde de Amstel Gold Race deed. 'Verrek', dacht ik toen, die eerste keer, 'herkennen die gasten me ?' Maar nee, dus. Je hebt een nummerbordje met een chip voor je stuur gebonden, waarin je personalia staan. Maf. 'Lucas Graver uit Amstelveen is gefinisht in ... uur en ... minuten.' Dat is wel kicken. Een aantal keren daarop had ik ongeveer dezelfde tijd, dus ik ben steady.
Bovenaan ging ik via Valkenburg aan de Geul naar beneden en via Schin op Geul (Lust je nog een peul, dichtte Wim Sonneveld ooit) naar allemaal dorpjes die allemaal mooi en fraai zijn. In Wittem verliet ik de provinciale weg en reed naar Eys. De weg klom, niet spectaculair, maar na het verlaten van het dorp Wittem, keek ik naar een dalende weg en schakelde dus wat bij. He? Ik kijk naar beneden maar ik moet kleiner schakelen? WTF? Ik deed der nog maar een tandje af, maar verrotte het naar de tripel te gaan. Man, nog maar een tandje kleiner, maar ik kijk naar beneden?
Toen had ik door dat het een optisch bedrog was. Hetzelfde effect heb je ook als je vanuit Vierhouten naar Apeldoorn fietst. Da's zo een lang stuk vals plat dat lijkt te dalen, maar je gaat gewoon naar boven. Uiteindelijk hoefde ik het kleinste blad niet te gebruiken, maar het scheelde niet veel.
Vanaf de top van de klim was het dalen en nog wat k's naar het park.
Later die middag reed ik met de lief ongeveer het zelfde rondje. Ik stopte boven aan de klim en vroeg wat ze zag. Nu ja, aan de weg en niet aan mij of zo. 'Het gaat nu naar beneden', zei ze, 'dat zie je duidelijk.'
Ik vertelde har van mijn optische illusie en ze had bijna medelijden met me, zei ze. 'Maar jij wilde hier gaan fietsen, toch?' Het is een wijze lief, die ik heb.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...