Toen ik dus een jaar of zestien was, had ik al heleboel kilometers op de fiets gemaakt. Op en neer naar de school in Gieten, een klein provincieplaatsje, met een aardige brink, 16 k per dag, vaak zes dagen in de week en dat gedurende zes jaar, zoals ik al schreef en ja, geloof me of niet, ik weet nog steeds niet welk fietsmerk ik bereed. Mijn ouders kennende, deugdelijke en trouwe en dappere en conventionele mensen, zal het wel een Batavus of een Gazelle zijn geweest, gekocht bij een van de twee fietswinkels die we toen nog in ons dorp(je) bezaten.
Da's ook zo'n ding. In ons/mijn dorp van toen, woonden misschien net aan 1000 mensen, in dat dorp hadden we inderdaad twee fietswinkels. Ze heetten allebei Kroezenga en ja, het was verre familie van elkaar. Het dorp van toen, ik kan het nog met beide ogen dicht zien, maar dit lijkt een beetje op Wim Sonnevelds klassieker: "Het Dorp". Enfin, dat dorp had ook twee winkeliers, diverse bakkers, ik herinner me onder andere bakkerij Grit. Opa Grit had als een van de eerste mensen een tv in het dorp en daar mochten we op woensdagmiddag naar de kinderprogramma's kijken. "Pipo", "Koko, de vliegende Knorrepot" en dat soort dingen herinner ik me. Maar we hadden meerdere slagers, we hadden slechts een viswinkel, maar diverse groenteboeren en melk/- zuivelhandels. Er zijn meer dingen die ik nu terug zie ... Over en sluiten. Dit gaat nu teveel lijken op Proust's "A la recherche du temps perdu" en dat kan natuurlijk niet in een Blog dat over fietsen en dus over vooruit gaan gaat. (Jaren later heb ik mijn dorpje nog eens bezocht, maar afgezien van een paar nieuwe woonwijkjes, en de oude kerkhoven, was der geen ene moer veranderd, hoor.)
Goed, na de ULO school, ik had het liever over de MULO, dat stond wat chiquer, ging ik als beroeps militair, nee, als beroeps marine man, de KM in. Tijd om te fietsen had ik al helemaal niet en ja, de fiets bestond toen nog niet echt in mijn leven. Ik ging samen wonen met een dame in Amsterdam Noord, had een fiets, die later werd gejat en ja, der was een prima busverbinding met Noord, dus de fiets miste ik niet.
Toen brak 1975 aan. Ik voer aan boord van Hr. Ms. Rotterdam, de D818. Een vervelend schip, in zoverre dat de commandant en de eerste officier giga klootviolen waren en dus ook het hele korps officieren en de onderofficieren. Ik was toen nog korporaal, de jongste onderofficiers rang, maar ook in onze groep zat het niet helemaal lekker. Ik probeerde, tussen al het varen door, we hadden een zogenaamde 'West reis', waarbij ons schip gestationeerd was in de ABC eilanden, zoveel mogelijk het schip te ontwijken. Dat lukte helemaal toen ene Guus, een collega van me, vroeg of ik niet een stukkie wilde gaan fietsen. Hij had een racefiets bij zich, verdekt opgesteld ergens. Maar hij niet alleen, hoor, er waren ng een paar mannen met fietsen bij zich, allemaal netjes verborgen in werk- en bergplaatsen en zo.
Ja, ik wilde, maar wist geen moer van fietsen. De ochtend, na het aanbod van Guus, reden we met een groepje van vier mannen de zogenaamde Rima steiger af, het binnenland van Curaçao tegemoet. Ik wist geen ene moer van fietsen, van versnellingen, van schakelen, van verzetten en zo. Ik zat met een korte flodderbroek en teenslippertjes aan op een racefiets, ik heb geen idee welk merk, overigens. (Maar dat was dan ook de laatste keer dat ik NIET op een decal (is merknaam) op een race fiets lette.)
Het ging goed, ik kon aardig mee in de groep van die al door de wol geverfde fietsers. Ik kwam tot twee maal boven op wat klimmetjes en ja, ik voelde me geweldig goed. Later maakten de mannen van de groep me ook complimenten, nadat ze me er, grijnzend, mij total loss, er totaal af hadden gereden naar de meet op de kazerne Parera.
Terug in Patria kocht ik mijn eerste race fietsje, een Rallye. Rallye, geen Raleigh hoor, dat fameuze Engelse merk waar de Peter Post ploeg furore mee maakte. Nee, een simpel fietsje, drie maten te klein, maar waar ik geweldig goed mee kon fietsen met een clubje mannen uit mijn toenmalige buurt. Tja, de marine, niet? Ik moest weer gaan varen en zette het fietsje in de schuur, mijn ex gaf het toen maar weg aan een Engels schooljochie dat mij zijn Engelse ouders, de pa werkte ergens in Zaandam, op de galerij woonde. Het menneke heette Cavendish overigens. Nee, niet DIE Cavendish, maar het is wel grappig, achteraf.
Een jaar of twee later kon ik zowaar een echte racefiets kopen: een "Batavus Course". De verkoper gaf er nog eens een echt tenue bij: een wollen broek en idem shirt en ik voelde me een hele coureur. Eigenlijk moet ik zeggen dat daar mijn uitgebreide liefde voor het fietsen begon.
Dat is nu dik 250.000 kilometer en dik 40 jaar geleden. Dus ja, best wel getallen, toch? Maar goed, der komen nog meer kilometers bij hoor en ja, nog meer verhalen over fietsen, zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten