MHO
(Voor deze herinneringen aan mijn jeugdig ZVP bestaan graaf ik in een verleden van minstens vijftig jaar her. Dus excuseer me als ik dingen fout heb, ze "bestaan slechts zo in de geest van de auteur", zoals dat in boeken wordt genoemd. Ik heb toestemming van de beheerder van dit forum om wat verhaaltjes te schrijven. Af en toe noem ik een naam en zet daar dan een (*) achter, waarbij ik aan de oplettende lezertjes, mocht men mijn stukjes al lezen, vraag om de eventuele verdere geschiedenis van deze mensen.
Ik tracht zo weinig mogelijk namen te noemen, privacy is een hoog goed. Soms zal ik dat doen, zonder boosaardigheid of kwaadwilligheid.
Deze verhaaltjes gaan in de vorm van een Blog, makkelijker te schrijven dan lange stukken op Fb. Ik heb, voor de policor, marineman/marinevrouw' maar vervangen door 'marinemens'.)
Het was een wat mistige en druilerige zondagavond rond 0800 aan het begin van oktober 1970. Ik stapte, met een regenjas over mijn 'beide schouders en een plunjezak over mijn rechterschouder uit de lange trein van Maastricht naar Zandvoort. Ik was in Amsterdam CS op die internationale trein gestapt, nadat de bijna boemel uit Assen me naar de hoofdstad had vervoerd. Ik moest me namelijk die aanstaande maandag rond negen uur, volgens mijn reisopdracht, melden in het Marine Hospitaal Overveen. Omdat ik in een klein dorpje in het noordoosten des lands woonde, was het moeilijk om die maandagochtend af te reizen, het busvervoer begon pas rond hal zeven, ik zou dan om half acht op mijn vertrek station zijn en de trein di ik dan zou moeten nemen zou hoogstens om half tien in Mokum zijn, waarna ik de stoptrein richting Zandvoort moest nemen en dan, ja, dat is de angst van elk marinemens om te laat te komen, pas rond half elf mijn opwachting zou kunnen maken in dat MHO, waar ik geen snars van wist of kende.
Ik was overigens in de eerste coupe van die trein gestapt en moest dus het hele lange perron aflopen naar het hek, mijn vrijvervoerbewijs laten zien en werd verwezen naar de locatie van dat ziekenhuis, dat er helemaal niet als een ziekenhuis uitzag. Het was overigens de laatste keer dat ik in het eerste rijtuig van die fraaie trein instapte, gewaarschuwd door de lengte van de wandeling.
Ik kwam op het terrein van het hospitaal, dat net naast het spoor was gelegen. Behoorlijk nerveus liep ik de korte oprijlaan op, langs een "schilderhuisje", zonder schildwacht, liep, verbaasd en nerveus, de hoge trap op naar de voordeur, belde aan en ging naar binnen. In een soort aquarium zat een verveelde CHF 2 op van zijn Playboy. Ik liet mijn reisopdracht zien en stelde me voor. Hij geeuwde luid, keek me wat vaag aan en drukte een toets in op een schakelbord, een van die toetsen die ik later nog zo vaak zou zien. Een telefoon ging, hij beantwoorde het apparaat en liet me weten even te wachten.
Iets later werd ik opgevangen door een man van in de dertig die een witte jas droeg over zijn marinebroek en overhemd. In die jas droeg hij, op de revers, de strepen van een SGT.
'Welkom", zei hij. 'Je bent behoorlijk vroeg, hoor. Ik ben sergeant Gijsberts(*). Wie ben jij?' Hierna bracht hij mij naar de zolder van het bijna lege ZVP domein en zei dat ik bijna elk bed uit kon zoeken, maar raadde mij aan dat niet al te dicht in de buurt van de toilet groep te doen. 'Dan doe je bijna geen oog meer dicht, 's nachts', vertelde deze aardige man, die ik heel hoog had, me.
De volgende keer even over de collegae van mijn opleiding, over de andere OOFF en over de LTZVK die het hoofd opleiding was.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten