maandag 9 juli 2012

Het is gelukt

Nee, lezers en lezeressen, ik heb mijn Waterloo NIET gevonden op de Alpe d' Huez. Nee, het is gelukt. Het is echt gelukt! Ik ben in een keer boven gekomen, zonder voet aan de grond te moeten zetten of zonder af te stappen en zonder pauze te hoeven nemen! Het duurde wel even hoor, 1 uur en 45 minuten ongeveer en de tijd die je over de klim doet, schijnt belangrijk te zijn, zegt men, maar dat maakt me geen moer uit, hoor! Ik ben boven gekomen, op de fiets ook nog!
En ja, het was zwaar, ja, ik heb geleden, ja, ik heb zwarte sneeuw gezien, ja, ik heb in de krampen gereden, ja, gedacht, waar ben je mee bezig eikel, maar: ik heb het gered.
In het kort: er was, dankzij Linda, de echtgenote van Gerard, (een collega van Paul) een adresje gevonden in de buurt van de Alpe d' Huez, een 3 kamer appartement voor 6 tot 8 personen, in een skiressort, dat Oz Station heet, en dat in de buurt ligt van Bourg d' Oisan, het fameuze dorp aan de voet van die befaamde 'Berg', zoals ook de titel is van het boek dat ik over dit avontuur schrijf:  'De Berg'. Met het adresje was niets mis, het was een sober maar goed ingerichte flat. We hadden ruimte zat, zelfs twee badkamers en dat is natuurlijk een enorme luxe. Het jammere was dat dat ressort alleen te bereiken was na een klim van acht kilometer met een stijgingpercentage van 10! %. Zelfs de auto van vriend Frits had het daar niet makkelijk mee. De auto mocht/kon niet naar het eigenlijke verblijf toe, zodat we nog eens veertig hoogtemeters hadden te overwinnen, lopend via trappen of steile paadjes.
Maar een kniesoor die daarop let. We waren in de loop van de zondagmiddag aangekomen en die maandagmorgen maakten we ons 'in fietsrondje'. 'We', waren op dat moment uitgebreid met Gerard, de chef van de winkel waar Paul werkt. Een hele aardige jongen van in de dertig, die met vrouw Linda, schoonzus Judith en drie leuke kleintjes hun tenten hadden opgeslagen in een buur chalet van het onze.
Die maandagmorgen maakten we onze 'opwarmings' tocht. Dat was voor mij de eerste Alpencol in mijn leven. Het was de beklimming van de Col d'Ornon, een mooie, ongeveer acht kilometer lange en 'lopende' klim. Ik kwam zonder al te veel erg boven en voelde me goed en dapper. Ik klom in het spoor van Frits en kon nog blijven praten en mijn aandacht aan de omgeving schenken. Plantjes, bloemetjes, struiken, rotsformaties, slangetjes, hagedisjes, ik zag van alles. Ik kwam, natuurlijk, als laatste boven, maar daar had ik helemaal vrede mee. Nou, dacht ik, als de Alpe ook zoiets is, dan wordt het een makkie. (Little did I know). De afzink van de Ornon werd nogal gehinderd doordat er een heuse wolkbreuk losbarstte en ik mijn eerste alpenklim meteen gepaard kon doen gaan door mijn eerste afzink op een spekgladde weg. Om dan met zestig per uur een bocht in te duiken, is niet echt een pleziertje, maar een kick geeft het wel.
In het dal reden we terug en toen moesten we nog die klim op naar Oz station. Als ik zeg dat dat moeilijk was, lieg ik, het was gewoon kei- en keizwaar. Ik heb vreselijk geleden. Maar, zoals men zegt: 'no pain, no gain'.
De dinsdag was de dag van de aanval op 'De Berg'.
Ieder mens gaat anders met stress om. De een babbelt, de ander checkt zijn druk in zijn banden voor de zesde keer, weer een ander maakt (flauwe) grappen en ik word stuurs en nors en weinig toegankelijk. (Faal) Angst en nervositeit, denk ik. Dan gaan we, vanaf het Staion d'Oz, de afzink in, tegen 70 km per uur en daarna het lange stuk naar le Bourg d-Oisans in. De wind staat tegen. Ik wil wel kopwerk doen, maar aflossen is op deze smalle weg, met allemaal druk verkeer, heel moeilijk. Na een kilometer of tien volgen er twee rotondes en dan het bordje dat naar de Alpe wijst.
Bas gaat er als een speer vandoor en de anderen ook. Ik ga in mijn eigen ritme naar boven. Mijn hartslagmeter geeft 85% aan van mijn maximale hartslag en dat is mooi, want zo rijd niet in het rood, mijn lichaam kan nu nog zijn afvalstoffen afvoeren en zuurstof en voedingstoffen toevoeren in mijn lichaam, bedenk ik allemaal en tot zover het rationele! Dan begint de klim en dan beginnen de emoties en begint het afzien en de pijn. De eerste drie bochten van de klim gaan aan meer dan 10% omhoog.
Korte uitleg voor de niet kenner. Bij een stijgingpercentage van 1 procent ga je een meter hoog per 100 meter. Da's niet veel. Bij 5 % ga je dus, heel goed, 5 meter per 100 meter omhoog. Kijk even in je straat. Een rijtjeshuis is gemiddeld ongeveer, wat, vijf meter hoog? Dus na een blok rijtjeshuizen rijd je ongeveer op het dak van de laatste woning. (een blok is ongeveer 100 meter, ruw gerekend)
Goed, rekensommetje: 8% is dus vijfenenhalf huis per blok naar boven en de Alpe d' Huez is dat dan 1300 huizenblokken lang, een hele stad, dus! Heb je hem in het snotje?
Ik ga niet zielig doen: ik wilde het zelf. Ik heb mezelf aangeboden om die klim te doen en ik ga ook niet lopen janken, hoor!
Maar man, wat een verhalen heb ik te vertellen. Lees binnenkort het boek 'De Berg', waarin ik alles uit de doeken zal doen.
Maar ik zal je in het kort, een Blog moet beknopt zijn, immers, iets vertellen.
De weg gaat steil omhoog, de eerste stukken tot dertien procent. Er zitten 21 haarspeldbochten in die klim, die allemaal vernoemd zijn naar eerdere winnaars. In elke bocht staat een bord met het nummer van die bocht en de naam van een, of meerdere, winnaar(s) op de Alp. (Mijn naam zal daar NOOIT opstaan, overigens.)
Ik word ingehaald, ik haal in, ik zie fietsers op allerlei vreemde tuigjes rijden, ik hoor het geklater van beekjes die zich van de berg naar beneden storten en ik kijk mijn ogen uit naar werkelijk alles.
Het dorpje dat kleiner wordt, de weg die stijgt, de salamandertjes die over de weg glippen, een mooi gekleurd, maar dood vogeltje in het gootje naast de weg, een vrouw van 120 kilo die op een mountainbike probeert naar boven te komen en die tranen van pijn (en spijt) in haar ogen heeft, de man in een wielerhemd waarop staat: Legion d' Entrangere, 5e Batallion de Genie', die me voorbij stormt en waarbij ik denk: Hè, die gasten zitten toch in forten in de woestijn? Kun je daar fietsen dan?
Langzaam vorder ik. Ik bijt me vast in het idee dat ik het doe voor mezelf, voor mijn boek en dat ik, straks, veel later, boven, E. kan bellen en zeggen dat ik er ben en dat ik de kids kan mailen dat pa/opa op de top is!
Tijd speelt geen rol. Tijd is uitgeschakeld. Alleen afstand telt.
Ik maak meters. Ik probeer de afstand naar de top uit te rekenen. Ik moet nog vijf kilometer, da's 50 x 100 meter en dat is 500 x 10 meter en die 10 meter is de kleinste afstand die mijn computertje, angstvallig traag, optelt. Ik moet nu nog 482 x 10 meter is dus zoveel en dan aftellen is ...
Ik weet het niet meer, maar in weer een bocht zie ik het bordje zes? of was het zeven? Kut, ik heb het gemist. Ik wil terug, GVD, welk bordje was het nou? Er staat een man geparkeerd in de bocht! Hij lijkt dood als een pier, bleek blauw, bijna in shock. Oh, het is geen eskimo, grimlach ik met een absurde humor. Maar die gozer heeft een BOLLENTRUI aan? Dat kan toch niet? Dat doe je toch niet? Je hullen in zo'n trui en dan nog minder klimmen dan ik?
Bocht vijf? Fuck welke heb ik dan gemist? Ik dacht dat ik bij zeven was! Es, wat een uitzicht! Jees wat een volk dat naar boven gaat!
Er staat een blonde mevrouw met een camera. Ik zie een reclamebord over Photo Breton.
Ze zet me op de plaat, houd een kaartje op met het adres van de fotowinkel. "Dans ma poche, svp", roep ik en dat doet ze. Ze geeft me, heel sympathiek, nog een duwtje op mijn gat mee. 'Merci pour la touche feminine', doe ik grappig en denk, goh, ik kan nog lullen in het Frans, dus dood ben ik nog niet!
Ik kijk even over mijn schouder naar haar. Ze grijnst, maakt een gebaar van 'Alles' en dan, ja, daar is opeens bocht EEN, ik ben er! Gehaald, even nog maar! Het is nog een kut stukkie, overigens. Ik zie de plek waar die Italiaan, Guerrini, van zijn fiets werd gelopen door een supporter en dan het spandoek: ARRIVEE!!!!!
Ik schakel op mijn buitenblad, ik wil flink doen, het gaat hier iets naar beneden, ik stop 100 meter verder bij een pomp en zijg neer op een bankje, trek mijn telefoon uit mijn achterzak, drink een bidon leeg en bel. E. neemt op en ik huil!  Emoties! Hier ben ik, met de boys, twee jaar mee bezig geweest!
Gehaald, boven, geen voet aan de grond gezet, in eenmaal door! E. is blij, feliciteert me en we lachen weer en ik huil weer. Ik beëindig het gesprek, steek op, mag het? Ik mail vrienden en iets later zit ik, weer jankend, aan de koffie, met de maten!

 Morgen maar weer eens een Tourblog doen, hè?
Al dat gesnotter? We zijn Nederlanders, toch?
We janken dus niet!
























Tja, dat is lijden, maar: gehaald!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...