dinsdag 30 juni 2015

Een nieuwe Tourstart





Ja, nee, natuurlijk kan ik het echt niet maken om NIET aanwezig te zijn bij de start van de TDF. Ik bedoel, de organisatie zou me meteen missen, toch? Dus heb ik na lang beraad besloten om de TDF organisatie ter wille te zijn en om dus  aanstaande zaterdag toch maar in de hoofdstad van de provincie Utrecht mijn opwachting te maken en aan de start te verschijnen. Dit, begrijp ik, tot grote opluchting van Nibali, Contador, Valverde en Mollema en meerdere klasbakken.
Ik ben nog wel bezig met uit te zoeken hoe ik er naar toe ga. Dat ligt een beetje aan de jongste, de dochter, die misschien ook wel mee wil. Dan gaan we waarschijnlijk met de trein of, als het lukt, met de auto. Bij de TDF start in 2012 in R'knor, was het parkeren en het vervoer naar en van het parkoers strak geregeld. Bovendien kon ik parkeren bij het hotel waar de toenmalige Rabo bank ploeg was gehuisvest en waar ook de Lampre mannen sliepen. We bewonderden hun fietsen, raakten ze zelfs aan, een soort verering van een relikwie, zeg maar, we maakten een praatje met de "mekaniekers", namen een kijkje in de "bus" en werden helemaal niet buiten of weg gekeken in tegendeel. (Zie de foto boven.)
Mocht de oogappel, nu ja, we hebben vier kinderen en twee kleinkinderen, dus zes paar oogappels, (eh?, nu ja) besluiten mee te gaan, dan zal het waarschijnlijk met de auto gaan. Indien ik solo moet, ga ik dus op de fiets, denk ik. Het weer zou goed zijn, heet zelfs, en ja, da's mijn weer. Dan kan ik het beste functioneren!
Zoals ik als schreef, ik ben bij vier eerdere TDF starts geweest, zie daar. Maar ik heb nu alle drie grote rondes in eigen land voor bij zien komen, hoor. Ik was in Groningen bij de eerste GDI start, een proloog ook. Hoewel ik niet geboren ben in de stad Groningen, ik ben een Drent, heb ik er heel vee binding mee (gehad.)
"Stad!" noemt de Groninger zijn hoofdstad, kort en krachtig. "Ain Pronkjewail in Golden Rand, 't is Stad en Ommelaand", heet het volkslied van die provincie. "Stad" wordt wel eens het Mokum van het noorden genoemd of het Venetië van Groningen, of zoiets. Ik heb, zoals ik al zei, binding met die stad. Mijn pa was een "Grunniger, oet de Pekels" en was meer op de stad georiënteerd dan op de provincie Drente. Dat hij voor zijn zaak, hij was graan- en veevoederhandelaar, (voor die tijd was hij molenaar, nu ja, hij bleef in zijn hart altijd molenaar), wekelijks naar de Korenbeurs moest aan de grote markt, maakte het logisch dat 'ie meer op Groningen dan op Assen gericht was. Vaak ging mijn moeder mee, soms mocht ik ook mee. Later trouwde mijn oudste zus met een scheepskapitein "oet Stad" en mocht ik bij hen, ik was nog een jonkie, logeren. Ik ging dan , dat kon toen nog als jong mannetje, een beetje aan de wandel en leerde het centrum van de stad wat kennen en geloof me, hoewel kleiner dan het centrum van Mokum Alef, heeft Grun'n veel te bieden. (Zij woonden onder de "rook" en da's letterlijk en figuurlijk, van de Theodorus Niemeijer tabaksfabriek. Die geur van die drogende tabak: man, die geur! Zo fantastisch lekker! Ik ben een hartstochtelijk roker en ik wijt mijn verslaving aan die geur. Als ik een Yank was, had ik de fabriek nu "ge-sued" voor honderd miljoen of zo.)

Men had in Groningen dus de Girostart in huis gehaald, dat met heel veel moeite en met de nodige poen. Ik reisde die zaterdag af naar de plek waar het zou gebeuren. Ik was, geloof ik, al minstens twintig jaar niet in die plaats geweest, maar voelde me weer "thuiskomen." Ik zag het "Peerd van Ome Loeks" op het fraaie plein voor het ook even fraaie Station en zag de singels en kanalen schitteren in de late ochtend zon en zag weer de oude binnenschepen en en de ouwe coasters liggen, die me allemaal zo hadden gefascineerd als "beudel". Ik ging terug naar de jaren dat ik bij mijn zwager, die mijn held was in die tijd, op zijn beurtvaartschip voer naar en van Schiermonnikoog en "govert", er waaide waarschijnlijk zand in mijn ogen want ik moest hard knipperen om de tranen weg te werken, zegt maart! Ik zocht de steiger van waar het scheepje vertrok en vond het en het was, ja, gek hè, veranderd. Maar ik kon wel wat mijmeren, over die tijd en de mensen uit die tijd.
Ik liep de "De Slechte" binnen, in de Herenstraat, snuffelde wat, vond wat, rekende het af en ging naar het parkoers terug. Ik slenterde langs het parkoers, bewonderde de opening, door middel van allerlei afdalingen en abseil dingen vanaf de Martinitoren en ik zocht verderop een stekkie, in de buurt van het station, maar natuurlijk wel aan het parkoers, want de wedstrijd was tegen zeven uur pas beëindigd en ik wilde wel wat eerder terug zijn, thuis, dus ik stond daar. "Grunnigers bint stoeve luu, joa, nait?", zegt men. Maar het enthousiasme van die stugge Groningers, voor al die snelle mannen die op snelle fietsjes heel snel door hun stad reden en hun ding deden, deed menig "stoef" hart sneller kloppen. Toen men, die toehorende wielerliefhebbers zijn open en staan open voor elkaar, ook nog eens door had dat ik een klein beetje van de koers verstand had, kon ik al helemaal niet meer stuk. Ik vertelde wat over tactiek, over versnellingen, verzetten, uit de wind blijven en zo. Tegen niet fietskenners, natuurlijk. Ik had een fantastische dag en zat tegen vijf uur in de trein terug naar huis, met allerlei souvenirs en een roze "Gazetta della Sport" waar ik een uurtje of zo mijn Italiaans in kon oefenen en er veel van opstak!

In 2010 kwam de GDI terug naar Nederland, naar nu in mijn Mokum! Wij, mijn jongste dochter en ik, stonden aan het parkoers en juichten en klapten mee tijdens de proloog. De coureurs klaagden, lachend overigens, achteraf dat ze nog nooit in zo een muur van geluid en toejuichingen hadden gefietst. Ze waren onder de indruk van het Nederlandse enthousiasme! (In die proloog kreeg een coureur zo een vette vliegende rat, een duif dus, tussen zijn wielen.Het gebeurde recht tegen over ons. Met een akelig geluid hoorden we hoe het beestje in tweeën werd gereden en het tweedelige lijf  op de Macadam achterbleef. De coureur had geloof ik niets gemerkt. Samen met mijn dochter schraapten wij een deel van het beest van de weg, naar de dranghekken.
De dag daarop stonden we, op tijd en handen klappend, achter onze woning. De GDI kwam door onze woonplaats en we hoefden er haast niet voor te lopen!

Dus ja, waar ga ik of waar gaan we staan, zaterdag? Ik twijfel nog!
=Over de VDE mot ik het nog hebben!=

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...