Vandaag kreeg ik een PB tje van een oude vriend of ik een lijstje had van de top tien van de merkwaardigstee mensen die ik ooit had meegemaakt. Tsja, daar moet ik even over denken. Ik zit nu een beetje rozig te zitten schrijven na een lekkere maaltijd, een gewonnen finale en een mooie en lange fietstocht met S., mijn oudste zoon en vader van de twee meest geweldige kleinkinderen die er bestaan.
Nee, ik heb niet zo een-twee-drie een 'lijssie', hoewel ene Glen (als ik nu in mijn herinneringen duik is er nog een Glenn) er wel op voorkomt, maar dit voor later! Er zijn er namelijk zoveel geweest, vooral in mijn bestaan als marine piepel. Ook in de super waar ik na mijn echte werk heb gewerkt, die zin loopt niet, ik besef dat, heb ik vreemde patriotten ontmoet.
Een (1) verhaal wil ik dan wel even kwijt en dat is over ene Frits, de fietsende Fries. Of de man echt Frits heette hebben Henk en ik nooit geweten, hoor. We hebben onze namen nooit echt tegen elkaar gezegd. We noemden hem, later in onze verhalen, dan maar zo. We kwamen hem achterop tijdens een Rondje IJsselmeer. Voor de echte puristen, dit was een rondje dat startte bij een café in Purmerend en de polders en ook Urk aandeed en niet de 'hoge wal' volgde. (Geloof me lieve lezertjes, je kunt op dat soort zaken behoorlijk afgerekend worden, de ECHTE Ronde gaat via de oude boorden van de Zuiderzee, via Elburg en zo.)
Enfin, iets voor Lelystad zagen we voor ons een man rijden die met een rare knik naar binnen in zijn rechterknie fietste. Het was een wat langere man die gebogen over zijn fiets zat. We haalden hem in, hij reed niet veel minder snel dan wij en hij pikte in in ons wiel. Mag, natuurlijk mag dat. In Urk was een stempel- en verzorgingspost en hij schoof bij ons aan aan de picknick tafel. Hij had een rugtasje bij zich, wat vreemd is, want een rugtas mee op een fietstocht is onhandig, je krijgt er een nog ergere natte rug van. We dronken koffie, ik rookte en we raakte in gesprek, een gesprek dat verder ging, dwars door de NO polder en door Friesland en bijna over de geestdodende Afsluitdijk.
Hij vertelde dat hij, in zijn jeugd, was afgestudeerd aan de Zuivel Hoge School, in Bolsward, hij was ingenieur in die tak van de levensmiddelenbranche. 'Oh', zei Henk, ietwat lomp, 'jij bent dus echte Joris Driepinter?' (Zie boven. Jeugdige lezertjes van beneden de vijftig moeten maar even Googlen, wie dat was.)
Hij had jaren geleden een naar ongeval meegemaakt waarbij hij schedel- en hersenletsel had opgelopen en waarna zijn leven helemaal de bietenbrug was opgegaan. Zijn huwelijk was gestrand, zijn werk was op de klippen gelopen en hij had, met een fraaie uitkering, zich helemaal gestort op zijn jeugdliefde, de fiets. 'Vandaar ook dat rugtasje', zei hij. Hij reed namelijk alle grote toeristen rondes die er te vinden waren. Ja, het Rondje IJsselmeer, natuurlijk, maar hij reed ook Luik-Bastenaken-Luik, hij reed de Ronde van Vlaanderen en ook ging hij elk jaar de toeristenversie van Parijs-Roubaix rijden. Vaak reed hij in Zwitserland of toog hij naar Italië, altijd alleen, altijd op zijn fiets! Dan stopte 'ie wat proviand en poen in de tas en een lakenzak en fietste hij naar de startplaatsen van die tochten. Hij sliep dan in een bushokje of bij een boer in de schuur of in een Leger des Heils pension, en ging vrolijk de voorgenomen tocht rijden. Na afloop fietste hij of door naar de volgende tocht, bijvoorbeeld van Vlaanderen naar Compiegne of gewoon terug naar huis in 'Ljouwert' vertelde hij droog.
Henk en ik keken elkaar eens aan. Man, da's pas een kerel! Henk vroeg of hij Parijs-Brest-Parijs ook op zijn lijstje had staan. Frits werd een beetje link. 'Ik ben niet gek hoor, alleen maar wat in de war, soms. Nee, die tocht ga ik niet rijden. Ik hou te veel van mijn lijf en mijn gezondheid', zei hij wat bits.
Henk en ik keken wat onthutst naar elkaar, jeez, zou het dan echt zo zwaar zijn?
Bij een volgende controlepost, in Zurich, geloof ik, raakten we hem kwijt, we moesten die vreselijke Afsluitdijk over en zagen we hem pas terug in datzelfde café in Purmerend waar ook de start werd gegeven.
Hij stond fikse pinten te pakken en had zijn tasje alweer op zijn rug. Henk en ik dronken iets, lieten onze kaart afstempelen en even later gingen we gedrieën weg. Henk naar Monnickendam, ik naar Mokum en Frits naar Leeuwarden, waar hij woonde. Nog eens 150 kilometer verder.
Ik heb hem ooit nog eens weergezien, dat meende ik toch. Een langere man, die wat gebogen op zijn fiets zat en met een rare knik naar binnen in zijn rechterknie.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten