dinsdag 24 april 2012

Fietsen in Belgie en zo




Foto "Pascal Vyncke SeniorenNet.nl"



Er zijn dingen in het leven die je absoluut zeker weet. Je wordt geboren, je gaat dood en je betaalt belasting. Een ander ding is dat je, als Nederlander, zeker weet is dat je de grens tussen Nederland en België over gaat.
Dat gebeurt je iedere keer weer namelijk. Vroeger, toen de kinderen nog thuis woonden, had ik een collega die in Brugge werkte en (door de week) woonde. In de weekends verbleef hij dan thuis en stond zijn woning van vrijdag tot maandag(middag) leeg. Hij woonde daar op kosten van zijn (en mijn) werkgever. In een  gesprek dat we ooit eens voerden vertelde ik hem dat mijn gezin en ik het zo leuk vonden om af en toe eens een weekendje (langer kon niet, de kinderen gingen nog naar school en wij werkten nog allebei) in het 'Vlaamse' door te brengen. Spontaan bood hij ons het gebruik van zijn appartement(je) aan. Het was een driekamer woninkje, groot genoeg voor hem alleen, maar met wat passen en meten konden wij en twee van onze kinderen er gemakkelijk in. Ik bedankte hem uitbundig, hield hem aan zijn woord en op een (vrij genomen) vrijdagmiddag zetten we (vergezeld van slechts de jongste dochter) koers naar Brugge. We reden via Breda en gingen  grens over. Nog voor de borden het eigenlijke binnenrijden van de provincie Antwerpen en daarmee het binnenrijden van België, (in niemandsland dus) aankondigden merkten we het al! Het wegdek werd opeens slecht. Ruw asfalt, dat slecht onderhouden was, gaten in het wegdek en slecht herstelde plekken op de snelweg. Wat ons verder opviel waren de restanten van geklapte autobanden langs de kant van de weg. Het waren banden van een fors formaat, dus waarschijnlijk afkomstig van vrachtwagens. Onze jongste dochter, Esmee, viel dit meteen op. "Goh, wat een bobbelige weg", merkte ze op, zo jong als ze toen nog was. Ook de bewegwijzering was opeens helemaal anders. Waar wij in ons land, waarop wij inwoners, vaak (en soms terecht) behoorlijk kritisch zijn en wij, Nederlanders eigen, nogal op schelden, moet ik wel vermelden dat de bewegwijzering (om alleen even dat te noemen) hier te lande formidabel is. Beter zelfs dan in Duitsland. In de 'Vlaanderens' niet hoor. Afslagen worden aangegeven NA het kruispunt, als ze al worden aangegeven. We hadden een heel leuk weekend en dat dat smaakte naar meer. Zo reisden we, gedurende een jaar of twee, ongeveer eens per vier weken af naar Brugge, vaak vergezeld van twee van onze kinderen. Die maakten er een sport van om een paar kilometer voor de grens hun ogen stijf dicht te doen en een 'weddenschapje' te maken wie als het eerste zei dat we in België waren. Ze wonnen vaak allebei, zo duidelijk was de grensscheiding.
Later, de kinderen hadden geen zin meer in dat gedoe met pa en ma, za'k maar zeggen, en mijn collega werkte ondertussen elder, bleven we naar Belgie terugkeren. Soms in Vlaanderen, zoms in Wallonie, maar iedere keer merkten we dat de staat van de wegen, noem het maar gewoon slecht was.
De racefiets ging over het algemeen mee en steeds viel het mij op hoe belabberd de staat van de (vaak afwezige) fietspaden was.
Tijdens mijn 'avontuur' in de Amstel Gold Race, nu een weekje of twee geleden, ging de route, iets ten zuiden van Maastricht, even de Voerstreek in. En, zoals altijd, overkwam me het weer. Ik had m'n ogen weliswaar niet dicht, da's niet handig als je fietst, maar ik merkte meteen dat we in België kwamen. Het wegdek was zuigend, de bestrating was grof en korrelig en fietspaden ontbraken. De bewegwijzering eveneens, trouwens. Nu ja, er waren af en toe stukjes fietspad, maar die waren dermate slecht dat je er met gevaar voor je materiaal (materieel, zegt de fietser) en jezelf over heen moest. Na weer terug te zijn geweest in ons vorstelijk bewegwijzerde en met geweldige fietspaden uitgeruste land,  kwamen we weer in een stukje België, nameijk in het Duitstalige deel, vlak onder Vaals.
In mijn boekje 'Over mijn toeren' beschrijf ik dat stukje geschiedenis, want dat is het wel, over dat ooit bestaande land, uitvoeriger. Het is het 'verdwenen' landje 'Neu Moresnet', dat ooit tussen 1815 en 1919 heeft bestaan. Het landje had een eigen vlag, een eigen regering en bijna zelfs een 'eigen' taal, namelijk het Esperanto. (misschien meer later hierover)
Maar ook hier: "Oh, wat is dit slecht!" zou Bert Visser zeggen, als hij al over wegen en fietspaden zou praten!

In een ander verhaal, in een bundel die tot nu toe niet gepubliceerd is, schrijf ik over het totale ontbreken van o.a. bewegwijzering voor fietsers in het door ons zo geliefde land.
(In die bundel, die misschien ooit nog eens verschijnt, noem ik dat verhaal: 'Brief aan Albert', zoals Walter van den Broeck ooit eens het boek 'Brief aan Boudewijn' publiceerde en waarin hij de toenmalige koning een spiegel van zijn volk voorhield)
Want, make no mistakes, ik, wij, houd(en) van Vlaanderen en Wallonie, hoor.Het liefste zou ik, reactionairetje die ik misschien ben, zien dat Vlaanderen en Nederland weer een land zouden vormen. Utopisch, natuurlijk, maar als dat zo zou worden, dan zouden de fietspaden wel heel erg snel opgeknapt worden. Toch?










Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...