zondag 29 april 2012

Om over na te denken.

De dag voor koninginnendag '12 is het tijd voor een tocht over de Utrechtse heuvelrug. Langzaam gaat ons clubje verder in de voorbereiding van de Alp en dit wordt onze eerste 'klimtocht', als je het zo wilt of mag noemen. Het zal onze derde gezamenlijke rit worden, na de 'Ontmoetingstocht' rond Amsterdam en de 'Jacoba van Beieren' rit van twee weken geleden. Deze rit stond eigenlijk gepland voor zondag j.l. maar het weer liet ons in de steek. Ook voor vandaag zijn weermannen en -vrouwen niet enthousiast en zelfs buienradar geeft niet veel hoop. Ook de serieuzere kranten (en ik bedoel niet die van Wakker Nederland) zijn zurig en zuinig in hun voorspellingen. Maar, Frits en ik gooien toch maar de beuk erin. We moeten immers trainen en kilometers maken? Op zaterdag doe ik, als 'wegkapitein' van ons clubje een rondje mailen en we besluiten gewoon te gaan. Regenjack-je mee en gaan dus.
Ik spreek bij Frits af terwijl Paul en zijn zoon Bas, ja, ja, ik zal in een ander bericht ze allemaal introduceren, van huis uit gaan. We ontmoeten elkaar dan in de buurt van Bilthoven. Ik hoop dat maatje F. en ik wat langs de oostkant van Utrecht kunnen fietsen. Ik ken die streek nauwelijks en ik weet dat er een mooi stuk van de Hollandse waterlinie ligt, met wat fraaie (voormalige) forten. Dat gebeurt gelukkig ook. Frits werkt (als arts, die nu doceert) in het enorme complex waar het UMC is gevestigd en fietst die route zo goed als dagelijks. Ik zit vanaf kilometer 5 vanaf het vertrek al te kicken, zo fraai is het. Bouwland, boomgroepen, forten, fraaie buitens, waterpartijen, hoe Nederlandser kan je het krijgen? We rijden Bilthoven binnen en ik kijk mijn ogen uit naar de 'stulpjes' die hier opgesteld staan en vertel dat ook aan m'n vriend. Hij lacht en zegt dat ik maar moet wachten tot we in Bilthoven Noord zijn. Ik kijk en ben verbaasd. Hoezo? Bilthoven is toch Bilthoven? Maar nee, dus. "Er ligt een spoorweg overgang dwars door het dorp", vertelt hij. "Dat is het verschil. Boven het spoor is chique, onder het spoor dus stukken minder!" Hij heeft gelijk. In Bilthoven Noord is het poep en poep chique! Niet allemaal even mooi, protserig soms, (vaak) maar wel allemaal even duur.  Geen smaak of wansmaak is ook al duur, dus. We houden ho bij het ontmoetinspunt.
We groeten onze maatjes, babbelen wat bij en dan begint een tocht die wel iets gemeen heeft met het rijden van de Amstel Gold Race (toerversie), zo veel draaien en keren we en zo veel klimmetjes zijn er. Paul en Bas hebben dat perfect uitgezocht, overigens. We rijden richting Soest, langs de provinciale weg en Frits lacht als hij zegt dat dit vroeger de 'Bernhard baan' werd genoemd. Ik kijk verbaasd en hij legt uit dat, in de volksmond, deze brede weg apart voor de 'schavuit van Oranje' werd aangelegd, zodat hij lekker door kon scheuren in al die snelle voertuigen van hem! Ik lach, we hebben het nog over de andere schavuiten van ons koningshuis, zoals de Jorge's, de Juan Carlossen en de Roy van Zuiderwijkjes en ik vraag me af waarom de RVD geen beter onderzoek naar die golddiggers heeft kunnen doen, die het aanzien van de Oranjes zoveel kwaad hebben berokkend en die de koningin, control freak die ze is, waarschijnlijk tot wanhoop hebben gedreven!
We vinden allebei dat Prins Claus een van de beste dingen is geweest die de Oranjes is overkomen in de laatste decennia.
We doen Soest aan, rijden door Soestdijk en de Soestse duinen, langs de voormalige vliegbasis en ik ben helemaal content. We rijden in wisselende samenstellingen op kop, babbelen bij, grappen en zien behoorlijk af, want het tempo ligt heel erg hoog.
De klimmetjes volgen elkaar op. Ik weet al lang dat ik de slechtste (en zwaarste) klimmer van de groep ben. Maar, met mijn recente ervaring in het Limburgse (LEES MIJN BLOG) weet ik dat ik moet vertrouwen op mijn hartslagmeter. Ik laat me natuurlijk toch af en toe op naaien en ga dan soms even in het rood, maar voel me verder perfect. Bas en Paul, verdergewichten, dansen op elke stijgende meter van ons weg en ook Frits laat me staan op de meeste klimmen, maar ik rijd mijn eigen tempo en mijn eigen ritme en ik kom, net als in Limburg, redelijk onbeschadigd boven iedere keer. God, dit voelt zo'n stuk beter aan dan bijvoorbeeld een voorjaar terug of in september van dat vorige jaar toen ik met deze mannen hier ook reed.
We doen de Grebbenberg en stoppen tegenover het monument, bij de ingang van het vredeveld. De kruisen staan keurig in het gelid, zoals ooit diegenen die er nu onder rusten, ooit in het gelid hebben gestaan. Paul wil en gaat hier het gedicht van J.C. Bloem voordragen. (Behalve Bas zijn we allen (oud) militairen en hebben, door allerlei uitzendingen, best wel door wat het is om te dienen in oorlogstijd! Ik zal ooit nog wel eens een boze Blog schrijven over het verraad aan deze, hier gesneuvelde militairen, is gepleegd.)

Vijf dagen en de vrijheid ging verloren
Vijf jaren en eerst toen werd zij herboren
Zo moeizaam triomfeert gerechtigheid
Aan dit besef zij deze grond gewijd.
citeert Paul.
Ik ben ontroerd, ik kan er niets aan doen. Zulke jonge gasten, knullen als Bas nog, mannen als Paul, Frits en ik, die, zoals gezegd, verraden door hun regering, toch stand hielden tegenover de enorme overmacht van goed getrainde en met veel meer en betere en modernere wapens uitgeruste vijandelijke troepen. Dat terwijl hun regering en hun koningshuis al lang de vlucht hadden genomen naar een veiliger heenkomen en waar boeven als Bernhard en de veelbezongen 'soldaat van Oranje' de oorlog hebben 'gevierd'.

Uitgewoond zijn is nu niet meer aan de orde! Bakkie in Rhenen waar alles al in gereedheid is gebracht voor het bezoek van Hare Majesteit, morgen. Door al dat Oranje geweld worden we het hele dorp door- en omgeleid. We doen nog een paar klimmetjes, ik haal zelfs fietsers in en ik heb het helemaal naar mijn zin. Door Leersum en dan de lange polders in naar Houten.
Frits en Bas doen kop en heel langzaam krijg ik een zeurderige pijn in mijn linker knie. De pijn wordt erger en ik moet terug naar het middenblad. De pijn wordt nog erger en af en toe los ik uit het clubje. De pijn wordt erger en erger en ik verzoek Paul, met wie ik nu op kop rijd, om een plaspauze. Paul is ook niet meer helemaal kippetjefris en stemt redelijk gretig toe. Bas, de jeugd heeft de toekomst, staat een beetje raar te kijken als ik ook nog maar eens opsteek. Nicotine is het algehele geneesmiddel toch, beweer ik, gewoon om maar iets meer rust te krijgen, want de pijn is fel.
We stappen weer op, ik kom wat meer in mijn ritme en een goede twintig minuten later nemen we afscheid. Vader en zoon gaan verder naar Utrecht en Frits en ik zijn bijna (bij hem) thuis.
Ik fris me op en Ineke, (mevrouw Frits) geeft me een paar sneden lekker brood, frisdrank en een lieve glimlach en daar doe je het voor toch?
Rond 1630 ben ik thuis, we halen samen de jongste van het station en, na het eten, doe ik even "snaveltje toe en oogjes dicht".
Later breng ik nog een vuilniszak naar buiten en moet daarvoor een trap van de flat af. De pijn in de knie is stukken minder!






















Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...