vrijdag 4 mei 2012

Over de 'mannen'

Goed mensen, zoals beloofd een geschrift over de club waarmee ik de Alp d' wil gaan doen.
Er is een harde kern van vier mannen, Frits, Paul, Bas en ik. Er is nog een vijfde die mee 'omhoog' gaat, en die, samen met zijn vrouw ook meegaat naar Frankrijk, maar hem en haar ken ik niet, althans nog niet. Hij, Gerard, is de 'chef' van Paul die, na zijn 'pensionering' uit de Koninklijke Marine in een fietsenwinkel werkt in Houten. Het Banierhuis, heet die zaak en het schijnt een gerenommeerde tent te zijn, hoor. (Ze hebben een mooie eigen site, in elk geval).
Goed, wat meer dus over de echte 'harde kern', zoals wij ons, een beetje trots, noemen. Die harde kern heeft ook wat 'volgers', maatjes, Ron en Peter, die af en toe een stukje meerijden in de voorbereidingstochten, maar die er voor hebben gekozen om niet mee te gaan naar Frankrijk (door privé of zakelijke redenen) maar over hen weer later, oké?
Ik begin bij de oudste van de maten en, toevallig, niet in leeftijd. In alle eerlijkheid is Frits de oudste 'maat' van allemaal. Ik leerde hem aan het eind, nee misschien in het midden van de jaren '70, in elk geval aan het einde van de vorige eeuw, kennen. (Mooie zin, iets dieps, zoals bij Joseph Conrad) Frits was toen mijn 'baas' zeg maar in de ziekenboeg van de Marine Kazerne Amsterdam, waar we toen allebei dienden. Hij was een jonge en enthousiaste arts, brilde, hield van gebakken aardappelen en fietste. Zijn gevoel voor humor was haast Engels te noemen en dat sloot ook behoorlijk bij mijn belevingwereld aan. Ik had in die tijd mijn eerste echte racefiets aangeschaft, een 'Batavus Course' en was daar, na een trainingritje, eens mee naar de ziekenboeg gegaan om wat water te halen voor het laatste stuk van de rit. Frits en ik raakten aan de praat, besloten samen te gaan fietsen en uiteindelijk werd hij mijn leermeester als ik dat zo mag zeggen. Ik zal hem altijd dankbaar blijven voor het feit dat hij mijn fietspassie heeft gevoed! (Dit is geen heldenverering, hoor, het is zoals het gebeurde)
Hij is van mijn leeftijd. Jonger zelfs, een jaartje. Die leeftijd is dus eind vijftig, voor het goede begrip.
Maar wij zijn allebei nog heel actief, zowel in het dagelijkse (werk)leven als in het sportieve leven.
Zoals het gaat in het leven raak je elkaar uit het oog kwijt. Jaren later, mede door toedoen van Paul, ontmoetten we elkaar weer eens tijdens een reünie. De vriendschap, want dat was het wel geworden, had niet geleden onder de scheiding. We besloten, weer door toedoen van die dekselse Paul, om met ons drieën de Alp d' te gaan beklimmen. De redenen daarvoor heb je al in de vorige Blogs kunnen lezen. Zo ging een herkennismaking van start met als resultaat dat we elkaar nu bijna tweewekelijks zien tijdens onze trainingritten in de voorbereiding van 'De Berg.'
(Frits is gehuwd met Ineke en ze hebben een dochter en een zoon)
Paul, de tweede in de rij. Niet qua vriendschap gevoelens, maar in de chronologie.Hem leerde ik ergens in de jaren '80 kennen, toen we samen het 'medische team', ik als korporaal, Paul als ziekenpa der eerste klasse, van het fregat Philips van Almonde vormden. Over team gesproken. Wat ik vergat wist Paul, wat Paul naliet deed ik en dat een kleine twee jaar lang. Geweldige jaren waarvan ik nog een hele boel weet. Ik zal nu niet uitweiden over allerlei zaken, maar geloof me, Paul en ik hebben hard gewerkt, nog veel meer meegemaakt, maar het allermeest gelachen. Voor hen die Paul kennen, vraag hem maar eens over het: 'schoonschippen, het punthoofd en de eerste officier', of over 'het vangen van bussen in Weymouth'.
Af en aan, zo gaat dat bij de Marine, kwamen we elkaar weer te, dienden samen in de zelfde kazerne of maakten fietstochten. Ik prijs mezelf een beetje dat ik Paul 'aan het fietsen heb geholpen', zoals hij zijn zoon Bas, weer aan het fietsen heeft geholpen.
Over Bas kan ik vrij kort zijn, nee, moet ik kort zijn.
Ik ken Bas, tot nu toe, nauwelijks. Ik heb hem als baby, E. en ik gingen op kraamvisite, op schoot gehad en de volgende keer dat ik hem echt zag, was hij een twintiger. Een slanke, ranke jonge gozer die fysiotherapeut is (bijna) en die klimt als een Colombiaantje en die me jaloers maakt op zijn jeugd.
Hij is, gelukkig, minder een spraakwaterval dan zijn vader en een ontzettend aardige knul. Ook een sociaal bewogen man, mocht ik merken. Tijdens de laatste tocht die we samen reden en waarbij ik nogal wat last van de knie had, kwam hij zich af en toe even laten uitzakken om te informeren 'hoe het nu ging'. Een aardig gebaar van een aardige jonge kerel, toch!





















Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...