dinsdag 29 mei 2012

Ridder te voet

Het was en is een naar gevoel, en ik voelde me ook behoorlijk shit en zo. Nou ja het is geen drama, de wereld raakte niet uit haar baan, zei Elschot ongeveer, de zon komt gewoon weer op, maar het is vervelend in elk geval. Voor mij dan. Vandaag ben ik 'ridder te voet' geweest, op de Eyserbosweg! Ik ben van de fiets moeten stappen in de klim. De benen waren leeg en door  opkomende krampen moest ik dus voet aan de grond zetten en een goede tweehonderd meter lopen! Erg! Ach, wat is erg? Het is meer een kwestie van gewonde trots, natuurlijk. Hoe kwam dit?
Jullie begrijpen dat we weer eens waren afgezakt naar het, in dit geval bijzonder, zonnige zuiden om een flinke trainingsrit te gaan doen. Wij, dat waren op die mooie Pinksterzondag: Frits, Bas en ik. Paul was met Sophie deze ochtend afgereisd naar Oostenrijk voor een vakantie van twee weken. (Hij had de fietsen mee, natuurlijk, want zijn echtgenote fietst ook behoorlijk sterk). We hadden het vertrek gepland vanuit, dat wat nu zo ongeveer ons vaste stekkie is geworden, Berg en Terblijt, waar het, achter de kerk, heerlijk rustig is en goed parkeren.
Ik had een aardige route uitgestippeld, maar had vertrouwde ook op Frits, die nog veel meer terreinkennis heeft en ook veel (f)linke klimmen weet te liggen in dit gebied, om ons te gidsen. Zoals je weleens gelezen hebt, geloof ik, ging en gaat hij vaak naar deze regio om te fietsen, al dan niet gekoppeld aan een vakantie. De eerste lus van de route was mijn idee overigens en geen van ons drieën was er ooit geweest: de Hallembaye, een steile en gemene uitloper van de rotsformatie waar ook de St. Pietersberg aan toe behoord. Vanuit Vise kwamen we een bocht om, hier ging het nog een fatsoenlijke vier procent naar boven en opeens, na de bocht, zagen we een muur! Maar dan bedoel ik: echt een muur! Oh shit en Oh, my God, en WTF, wat is dat? zijn ongeveer de gedachten die dan door je heen schieten. Moet ik daar naar boven? Ja, dat moet. Dat is namelijk de Hallembaye! Maar, hoewel de klim er ijzig uitzag, het was de eerste (en meteen een behoorlijk serieuze) klim van de dag en ja, je bent nog kippetje fit en, hoewel steil (12 %) gaat het wel en ik kwam aardig boven. Als laatste natuurlijk, maar dat weten jullie onderhand wel, dus daar zal ik niet meer over praten. Door wederom het totaal ontbreken van allerlei aanwijzingen voor fietsers, (lees eerdere Blogs) reden we natuurlijk weer eens verkeerd, kwamen, zonder dat een bordje dat aangaf op een heel steil stukje terecht, dat doodliep in een gravelpad en kwamen uiteindelijk aan de Rue de Garage, de steile afdaling naar Lanaye. Dalen is leuk en ik kan het aardig. Sneller en sneller gaat het, onder de bomen van de heuvel waarop Eben Emael ligt door en dan opeens is er een haarspeldbocht. Da's niet erg, dat heb je wel meer, maar dat die haarspeld bocht opeens van (redelijk) asfalt is veranderd in zeer slechte kasseien, da's andere koek. Piepende remmetjes, vloekende mannen, en uit de toeclips klikkende voeten waren even het enige wat je hoorde. Beneden, het ging al met al allemaal weer net goed, reden we door Lixhe, een saai, lelijk, typisch Waals plaatsje. We gingen de Voerstreek in en het is daar echt geen meter vlak. Zijn belofte gestand doende, had Frits een paar verassingen in petto. De steile klim naar De Planck was de eerste, wat een taai rotstuk, zeg.
Daarna gingen we weer een verveled stuk op, niet zozeer door de stijging, hoewel die pittig was, maar nu ook weer door het bijna geheel ontbreken van het deel dek van het begrip wegdek. Los asfalt, gaten, hobbels, what have you. Dit was de Crutzberg, en we gingen richting een oud meerlandenpunt dat hier ooit geweest is, tussen ons land, België en de Duitse Bond. Ik kende de klim van de Amstel Gold die ik hier eerder dit jaar gereden had en ik wist dat ik hem aan kon. Beneden, in Sippenaken, heerlijke koffie, vlaai en en een sigaretje voor mij, de junk. Op het pleintje waar de gelegenheid gevestigd was, een heerlijk terras, Le Barbeau, aanrader, echt doen, hing de onvermijdelijke plaquette ter ere van de gestorvenen in de 'Grande Guerre', de oorlog die zo veel verwoestte in dit mooie land.
Tot nu toe ging het goed vond ik, de benen deden het, de moraal was aanwezig en ook het (echte) Drielandenpunt kwam ik goed op. "Nu de Camerigh eens doen, maar dan via de moeilijke kant", vind Frits en ik vond die van de niet moeilijke kant al zo k..! Maar, het ging. Steil man, steil, maar mooi, man, mooi. Het Holsetterbos heet het daar, overigens. Grappig is hoe fietsers elkaar ook aanmoedigen. Ik zat zwaar af te zien en klom op mijn kleinste van het kleinste dat koelerastuk op, toen een man, van de andere kant komend, halt maakte, waarschijnlijk voor een sanitaire stop, mij zag buffelen en me toeriep: "Niet zo ver meer nu, man, ga door!"
Hebben jullie dat nu ook, dat er opeens een liedje door je kop schiet dat het gekmakend wordt? Dat kreeg ik toen ter plekke, zwetend, maar nog niet echt zwoegend, niet echt, tegen dat kleine stukje van 12 % op een helling die verder wel loopt.
"Door, door, door, de trein moet door, door, door etc..", zong het opeens door mijn kop. Een heel oud liedje van Sesamstraat, dat ik vaak luisterde terwijl de kinderen nog klein, thuis en geïnteresseerd waren in de meest magische straat ter wereld.
(Ik stel je gerust: toen ik vier uur later mijn straat indraaide, zong dat stomme nummer nog in mijn harsens en nu, nu ik dit zit te schrijven, 24 uur later, begint het weer. Aaargh!)
De Kruisberg is heel steil, loopt niet. Boven wachten de mannen, weer, en we lezen het monumentje voor de man die boven dood werd aaangetroffen. (Moord? Bokkenrijders?)
Ik ga het niet langer maken. De meerdere, opvolgende korte klimmen zorgden ervoor dat ik, we hadden abusievelijk eerst de Eyserweg genomen, en in Trintelen geraakt waar we, van de strenge trainer die Frits blijkt te zijn, terug moesten keren en alsnog de Eyserbosweg moesten nemen. Daar ging het lampje uit. Ik ben echt halverwege de klim, zie een dame, met een rond en stevig achterwerk voor me fietsen en hoor haar steunen en kreunen. Het geheel heeft zoiets erotisch en is zo afleidend, dat ik mijn gedachten er nauwelijks meer bij heb! Mijn fantasie gaat op hol en...
nee, nee, zo is het niet gegaan! Ik ben gewoon op! De zoveelste korte en steile klim, te weinig recuperatie tussen de klimmen in, de hitte, nee lul, je rookt en je hebt nog teveel gewicht, wees eerlijk! En: dat pleit dan ook niet in mijn voordeel, ik moet nog wel wat kilo's kwijt. Maar: ik ben niet geschapen voor die k..bergen. Ik ben en blijf die boer uit het noorden, uit de polders!
Maar enfin, ik loop een goede 200 meter, stap weer op en kom dan toch boven, dat lopen heeft even goed gedaan.
Ik hijg, ben toch behoorlijk stuk, mijn maten hebben geduld en medelijden. Waar ligt dat nu aan, doe ik soul searching? De conditie is er wel, gegeten heb ik ook, ik heb zelfs een bidon sportdrank mee, dus dat kan het ook niet zijn. Mentaal, dus, ben ik bang voor! Maaar ik kan behoorlijk afzien! Goddomme, ik weet het niet meer, nu!
Er is een ook groepje fietsers uit Vlaanderen bovengekomen (de dame met het achterwerk behoort daar ook toe) die wachten op die dame. Er is een verzorgings voertuig, met een snel Vlaams 'klappende' Belg die me koud water geeft en ik verdom het om nog een meter te klimmen. De vrienden zijn solidair, maar ik roep dat ze het rondje moeten afmaken.
De heerlijke afzink richting Elkenrade en naar Schin op Geul doet me goed en tot besef komen. Verdomme, dat gaat niet gebeuren! De Keutenberg moet beklommen, toch! Ik ben in tweestrijd. Nee, nooit meer omhoog, nooit meer! Eikel, je eigen schuld! Rook dan niet, lul, vreet minder, klootviool!
Nee, wel, nee, wel, GVD, wat nu? Maten, Marine, Uit en Thuis, dat alles schoot door mijn kop.
Shit, k.., GVD, F..., Sterf, nou ja, we hebben allemaal wel eens in dat soort zaken gezeten.
"Oké, ik ga de Keutenberg doen, shit ja, ik doe hem!"
De mannen zijn ook niet al te fris meer en begroetten mijn woorden voor wat ze zijn. Daar gaan we. Schin op Geul, links af, bruggetje, chique restaurant, huisjes, S bocht, scherp links en ja hoor! 22% voor je kneiter. Ik had al geschakeld, rijd een piemelverzetje maar mijn voorwiel komt meerdere keren vrij van dek! Ik kan niet meer staan en mijn fiets draait 90 graden en staat, ik zit er nog wel op, dwars op de weg. F...! Shit! Nou dit weer! Ik heb geen kracht maar toch wel, ergens? Ik recht mijn voertuigje en klim, zoals ik nooit geklommen heb! Zwaar? Ja. Maar ik heb voor hetere vuren gestaan, het gaat, moeilijk, pijnlijk, maar het gaat. De hele wereld rijdt me voorbij, maar, lekker belangrijk! Ik kom boven!
De Cauberg is een 'redelijk' makkie.
In Berg en Terblijt eten we frites met zuurvlees! Heerlijk, maar ik kan niet veel op, mijn maag wil niet echt meer, ik geef mijn halve portie aan Frits. Die vind dat niet erg!

De Eyserweg is geloof ik de enige heuvel die in Nederland ligt die ooit in het bergklassement (4e categorie) van de Tour is opgenomen op 4 juli 2006. De heuvel werd toen bekend als 'Cote de Trintelen'. Dat was het jaar dat de Tour aankwam in Valkenburg. Ik stond aan de voet van die klim. De sfeer onder het vele publiek was (zoals bijna altijd bij de koers) geweldig, mensen spraken, lachtten en deelden drank en voedsel met elkaar en iedereen verwachtte een Erik Dekker of een Michael Boogerd als etappewinnaar. Toen sijpelden de geruchten binnen: Dekker was gevallen, zwaar gevallen en naar een ziekenhuis afgevoerd. Bij de plek waar ik stond stuiterde een Lotto renner (wi oh wie?) tegen dek. Ik hielp hem op, gaf z'n fiets aan en hoorde een Vlaams: 'Bedankt, maat' en mijn jaar was goed! Matthias Keppler won overigens die rit.
Nederland was in rouw, met Erik Dekker kwam het verder nooit meer echt goed! Zijn carriere eindigde eigenlijk hier, verklaarde hij later. Hij werd ploegleider, liet zich in flauwe TV spelletjes zien en deemsterde een beetje weg. Jammer!












Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...