In het boek 'De Berg' (of 'De Bergen' we zijn er nog niet uit) zal een verhaal verschijnen dat 'Bronkhorst Revisited' gaat heten. Inderdaad, naar Evelyn Waugh's "Brideshead Revisited". Echter niet met die literaire pretentie hoor, maar over literatuur en vooral over literaire pretenties ga ik het nog wel eens hebben.
Daarom heeft deze Blog als titel, nou ja, die titel dus. Want weer gingen we naar Bronkhorst en weer op een koude, winderige en sombere zondag, maar nu in mei. Heel langzaam begint Al Gore gelijk te krijgen, ben ik bang voor, als hij het over de 'Global Warming' heeft. Ergens op de aarde warmt het op, alleen nog niet op de stukken waar wij fietsen! Wij dat waren deze zondag (0605) alleen Paul, Frits en ik. Bas gaf forfait i.v.m. training voor het schaatsen (nee, dat heeft niets met Global Warming te maken, maar de jongen is lid van de kernploeg van Utrecht) en Ron en Peet waren nog geblesseerd. Het vertrek hadden we (weer) gepland om 0900 vanaf het parkeerterrein van het Militair tehuis aan de Wolweg, bij Stroe. De tocht ging dan over het gemene valse plat langs de N344 naar Apeldoorn. Gemeen vals plat en een 'Trompe l'Oeil'. Het lijkt of je zachtjes daalt, maar nee hoor, het stijgt langzaam maar verraderlijk. Dat gaat door tot aan de (voormalige) Echoput. Helaas is deze bron des vermaaks voor de jeugd van onze generatie gesloten, maar wie van onze generatie kent het niet? Het kleine gebouwtje, dat de oude put herbergde (die ooit gegraven is ten tijde van Napoleon om de paarden van de Napoleontische legers te drenken) en waar je zulke vreselijk leuke echo's kon horen op de vraag: "Hoe heet de koning van Wezel? Ezel ezel!" Of: "Wat eet Jacoba van Beieren? Eieren, eieren!"
Nu staat er een blokkendoos annex viersterren hotel annex idem sterren restaurant waar je een menu kunt eten vanaf 85 euro. (Alleen de amuse dan).
(In Hoog Elten, bij de Gelders/Duitse grens is overigens nog een echoput.)
We gaan even bij Het Loo kijken en het mooie gebouw, ooit thuis van drie van onze Wilhelmina's, bewonderen. Dan door Apeldoorn zelf, langs mooie stad villa's en langs het Apeldoornse kanaal afzakken en we komen dan via een slingertje door het oeroude landschap, uiteindelijk in Brummen aan.
(Nu eens van een andere en dus voor mij niet helemaal herkenbare kant en dus wordt het zoeken in het dorpje, tot veel hilariteit en, naar mijn smaak, misplaatste grapjes mijner richting over verkenningen en route planningen en zo). Maar, zoals je al eerder gelezen hebt, hoort dat soort gein erbij en dat is schijnbaar en klaarblijkelijk onze vorm van humor.
Kennen jullie het pontje tussen Brummen en Bronkhorst? Nee? Het is een absolute aanrader. Moet je echt eens doen. Ik kwam er eens in het stervenskoude voorjaar van '10. Toen kwam ik van de andere kant, van Doesburg dus en het fraaie fietspad, dat langs de IJssel loopt, was nog maar net aangelegd.
Het was zelfs zo nieuw dat het asfalt nog stoomde van het afkoelen, om het maar scherp te stellen. Nee, niet waar, maar ik weet zeker dat ik een van de eerste fietsers was, die het pad bereed. Dat was te zien aan het ongerepte en niet in gesleten 'macadam'.
Ik kwam bij het veer, onder aan de dijk. Het (gier) pontje lag er, maar was geheel verlaten. Geen veerman te zien. Er stond een soort bushokje en ik besloot om daar eens te gaan kijken. Daar stond dan weer een 06 nummer dat je moest bellen als je overgezet wilde worden en, net toen ik mijn mobieltje uit het zakje van mijn wielerjas had geplukt, zag ik, op de hoog aan de dijk gelegen boerderij, een deur opengaaan en een man op een fiets stappen. Hij bleek inderdaad 'The Ferryman' te zijn, die, redelijk misnoegd, naar beneden kwam om mij, enige passagier, over te zetten. Ik begreep zijn reactie wel, ik had het, na een uur of twee fietsen, ook stervenskoud en ik plukte hem waarschijnlijk bij de boerin en de warme kachel weg. Hij grommelde en mopperde wat, maar liet het vaartuigje toch van wal steken. De prijs was 1 euro, maar ik gaf hem een 2 euro munt, deed royaal: "laat maar zitten" en prompt was hij verzoend met zijn lot en nodigde me uit om in het stuurhuis te komen. Ik sloeg dat af, ik wilde even roken en ondertussen bekeek ik het 'overzetregelement' dat stamde uit de tijd dat de Swiebertjes nog op onze aarde rondliepen. (Alleen al voor dat regelement zou je de tocht wagen. Mooie zinnen: "Onbekende met pak en zak 3 cent, bekende 2 cent, hondenkar 4 cent" en dergelijke).
Op deze sombere dag, waarop de IJssel stroomde dat het een lust was en de pont behoorlijk gierde, waren wij aanvankelijk, samen met twee vrouwelijke wandelaars, de enige passagiers. Maar daar kwam verandering in toen er weer eens zo'n vreselijke club motorrijders de pont op kwamen rijden.
Ik ben een behoorlijk tolerant mens en dat geldt ook voor de makkers. Maar, waar wij alledrie een enorm probleem mee hebben zijn die afgrijselijke clubs met motorrijders die elke zondag de heerlijke, rustige en van bijna alle verkeer gespeende dijken komen bevolken. Het geknetter en het gebrom en de stank zijn vreselijk. Om, ons land is gelukkig een vrij land en niemand wil je verbieden waar te rijden, maar moet dat nu echt op die smalle dijkjes en polderweggetjes, met die 500 en + cc motoren? (In mijn boek 'Over mijn toeren' ga ik daar nogal over tekeer, trouwens en ik zal dat nu niet herhalen.)
Ik betaal 'The Ferryman' en neurie het deuntje van die geweldige TV serie uit de jaren '80.
Nooit gezien? Dan heb je wat gemist, echt. Ik ga het nu allemaal niet verhalen, nu, maar die 'Ferryman' verwijst ook naar Charon, die veerman is en die de doden overzet naar hun rijk, Hades.
(Lees mijn boek dat ik al eerder noemde, ik verwijs er daarin ook naar.)
Als de pont op de andere oever komt en de slagboom omhoog gaat, start een van de motoren niet!
Groot gegrijns van ons en aanmoedigingen aan de mensen die de motor, tegen het steile talud op, moeten aanduwen. "Nog maar twintig kilometer hoor, dan kom je bij een garage", "Als je nu pedalen had, kon je met ons mee fietsen" en dat soort opbeurende kreten slaken we.
Bronkhorst is Bronkhorst en zal noot veranderen, gelukkig. Een dorpje, nee, het is een stadje, van kleine straatjes, mooie huizen, kasseitjes en twee grote horeca gelegenheden. Wij meren af bij 'Het Wapen van Bronkhorst', stallen onze fietsen tegen de kerkmuur tegenover de gelegenheid en gaan binnen zitten. Het is nog steeds stervenskoud en bewolkt en het miezert nog wat. Het is een fraai horecapand, zowel extern als intern en we bestellen en krijgen lekkere koffie en appelgebak.
De stamtafel is redelijk vol met habitués wil ik schrijven, maar ik weet niet of de spellingcontrole mee doet. Nu ja, met stamgasten, dus. Ik herken en begroet een oudere mijnheer en ook de vrinden herkennen hem. "Dat was toch die man van de vorige keer?" aarzelt Paul.
Ja, dat was de man van de vorige keer. Toen, eind augustus '11 zaten we heerlijk op het terras en aan het belendende tafeltje zat die oudere mijnheer. Hij rookte een sigaartje en had, ondanks het (in onze ogen) redelijk vroege uur een cognacje voor zich staan. Hij las een blad en wij vroegen ons terloops af waarom Bronkhorst nu als 'Dickens' stadje werd geafficheerd. God ja, het was een leuk plaatsje met voornoemde gebouwen en straatjes, maar helemaal niet Engels of 19e eeuws of zo.
De mijnheer naast ons nam een slokje uit zijn glas, vouwde het blad waarin hij had zitten lezen weg en nam bedachtzaam een trekje van zijn sigaartje.
"Kijk, heren", begon hij, "ik hoorde toevallig jullie vraag en ik wil, als jullie dat niet erg vinden, daar wel een antwoord op geven. Er woont hier in de stad ene mijnheer De Jong. Deze mijnheer was, en is, zo gek op Dickens en alles wat daar mee te maken had en heeft, dat hij al jaren alles verzamelde en bijeenbracht wat met die grootste schrijver uit het Engelse taalgebied te maken had en heeft. Nu ja, op een gegeven moment was zijn woning te klein en zijn echtgenote het beu en zo huurde hij een toevallig leegkomend pand en richtte daar dan maar een Dickens museum in."
Wij dankten hem voor de informatie en gingen, iets later, ons weegs.
(Uren later thuis gekomen begon ik aan het verhaal 'Bronkhorst revisited' en wilde nog even het verhaal over het D. museum checken. Er stonden foto's op de site die ik aandachtig bekeek.
Wat en wie schetst mijn verbazing toen ik in de oudere terrasbezoeker die mijnheer De Jong zelf herkende?)
De tocht gaat verder en ik ook. Kort: we doen de klimmen, ik kom redelijk boven en voel me steeds zekerder worden voor het doel. Bij de auto's schudden we handen en ik bel E. die me zegt dat het heerlijk weer is in Amstelveen. "De hele dag zon, joh", zegt ze. Ik sluit mijn telefoon en kijk nog eens naar de grijze en grauwe lucht boven de Veluwe.
Als ik over de A1 bij Amersfoort kom, gaat de bewolking over in uitbundige zonneschijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten