zondag 20 april 2014

Ajax of de Amstel Gold?

Oh man, wat ken ik die Limburgse heuvels goed. Hoe vaak ben ik er in mijn leven al niet geweest? Hoe vaak heb ik er niet afgezien, heb ik niet geleden en pijn gehad en gevloekt en hoe vaak heb ik niet willen afstappen? Die verrekte Camerig, (de enige mannelijke klim in Nederland, volgens oud Tourwinnaar Jan Jansen), de steile holle weg naar het Eyserbos, de Kruisberg, waar ik ooit gevallen ben, toen een stevig dame die net voor me reed, haar re.. en haar fiets, dwars op de weg parkeerde. De Kruisberg, waar, op de top een echte en heuse zevensprong is. Waar ook een grafmonumentje ligt waar op staat dat er, ergens in de 18e eeuw, een mijnheer is gestorven, op die plek.
(Romanticus die ik ben, vraag ik me af of dat een moord was door de bende van de "Bokkenrijders" of zo.) Ik ken ook het naar stijgende, maar mooi berijdbare Drielandenpunt, de klim van de Sibbegrubbe, met dat gekke "dipje" erin, een soort van kuiltje vlak voor de top en ik ken natuurlijk dat afgrijselijke stuk van 22 % stijging op de de Keutenberg. De afzink naar Valkenburg op de Daalhemmerweg ken ik ook natuurlijk, daar, waar ik ooit met tachtig kilometer per uur naar beneden ging en waar toen opeens, helemaal "out of the blue" een enorme hagelbui losbarstte en het wegdek van een ijslaagje voorzag. En dan ook nog dat laatste stuk: de Cauberg, verschrikkelijk. Die Cauberg is eigenlijk maar over een klein stukje steil eigenlijk, maar na een dikke honderdvijftig kilometer gereden te hebben is het een drama. Sluipend gaat het omhoog en je ziet er letterlijk tegen op als tegen een berg. De klim gaat steeds rechtdoor en omhoog, geen bochtje om je af te leiden. Veertien procent op zijn steilste punt, dat is niet overdreven veel, maar man, wat een sloper. De klim heeft ook nog eens een slecht wegdek, je kijkt dan wel naar hoge struiken links en rechts maar er komt echt geen einde aan. Oh ja, daar, dat bruggetje, nou ben ik bijna boven, maar, no way, f..., pas bij het tweede bruggetje ben je er. Er komt nu een dame me voorbij gereden. Wat? Op een opoefiets met een peuter in het zitje voorin en een zak tuinaarde achterop en boodschappen tassen aan haar stuur?
Nu begin je echt te hallucineren, hoor. Je moet een slok water met Isostar pakken uit je bidon. Je gaat rare dingen zien. Wanneer en wat heb je gegeten? Heb je nu een suikerdip? Maar, ooit op de Grebbeberg, werd je toch ook voorbij gereden door een mevrouw op een gewone fiets?
Maar nee, het is wel een mevrouw, maar ze ziet wel net zo af als ik dat doe. Ze blijft op een meter voor me hangen en door haar gehijg zou ik bijna erotische gevoelens kunnen krijgen, als ik nog zou weten dat er zoiets als erotiek zou bestaan of dat er nog iets anders zou zijn dan op een fiets te zitten en op klimmende wegen af te zien, op dit moment in mijn leven. Ik passeer haar dus en kijk in haar gezicht. Erotiek is ook het laatste waar zij aan denkt, nu, zie ik.

Ik ben geen klimmer. Mijn spieren zijn meer gemaakt om te beuken en te harken in de polders, waar altijd een tegenwind is. Tegenwind die ik wel aan kan. Ik ga dan lekker diep in de beugels van het kromme stuur, gooi lekker het buitenblad er op en dan douw ik, met  een zestien of zo van achteren, soms een zeventien, als ik moe bent van een dag werken, tegen die wind in. "Je krijgt mij niet te pakken, hoor", zeg ik bij mezelf tegen de vaak heersende westenwind. Ik laat me niet gek maken door een windkracht vijf of zes of zo. Ik ga gewoon door, lekker de Haarlemmermeer rond of zulks, weet je. Stoempen en douwen en gaan. Snot uit je neus, slierten slijm van de hoestbuien die je dan krijgt naar buiten spugend, maar heerlijk, dit is afzien! Man, dat is leven! Polders, vlak terrein, mooi, man.
Heuvels en bergen! Oh, ik heb het allemaal gedaan hoor. Ik ken de AGR. Ik heb zelfs de toeristen editie van 200 kilometer gereden en kom bijna elk jaar wel eens in het zuiden. Ik heb ook een toer versie van Luik-Bastenaken-Luik gereden. Ik heb de Alp d' gedaan. De Cote d' Oz en nog wat van dat grut in de Alpen. En nee, het bekoorde niet. Oh, ik kwam boven en ik was zo trots als de befaamde aap met de zeven befaamde je-weet-wel dingen.
Maar, de investering die ik moet maken om naar boven te komen op al die puisten, waren zo groot dat mijn "gebied", de polders en de (gemakkelijkere) heuvels van Overijssel, Drenthe, Gelderland en Limburg niet meer genoeg rendement op leverden. Als dat een moeilijke zin is, dit is mijn uitleg: Ik deed over de tocht vanaf de voet naar de top van de Alp, een afstand van dertien kilometer: een uur en drie kwartier. Nogmaals: ik was blij, dat is dan eufemistisch, ik was opgewonden en euforisch, dat ik het gehaald had. Maar: in dat ene uur en die drie kwartier rijd ik zestig kilometer op het vlakke en zie ik stukken minder af.
En nee, zo mag je het niet bekijken. Je moet de uitdagingen doen die je wilt doen. Maar soms zijn die uitdagingen net even genoeg. Ik heb dus geen verdere uitdagingen meer aan mijn lijstje toegevoegd, voorlopig dan. Ooit wil ik wel de Mont Ventoux beklimmen, maar dan in mijn tijd, in m'n eentje en niet gedwongen worden door allerlei zogenaamde trainings-schema's. Daardoor heb ik, met veel spijt, een groepje goede vrienden moeten loslaten. Ik schreef er ooit over. Soit.

Er waren vandaag, eerste Paasdag 2014, twee hele grote sportevenementen in ons land. (Er waren meerdere natuurlijk, er zullen hockey-, korfbal-, handbal- of basketbal finales geweest zijn, maar even voor het gemak waren die twee evenementen, de beker finale tussen het redelijk kleine PEC Zwolle, de blauwvingers zoals ze genoemd worden en het grote, chique, dure en dus ook wel arrogante FCA. Football Club Ajax, Joden, noemen ze zich, althans de fans, maar daar heeft de club historisch gezien niets mee, hoor, zoals het tegenwoordig heet. Vroeger, men speelde nog in een kleiner en minder elitair stadion in De Meer, heette de club gewoon Ajax. Ze waren nog niet door de "beursbengels" ontdekt als een investering, of als maker van grote winsten op financieel gebied.
De "Van Praagjes", drie generaties of zo, waren er nog de baas, de club had nog trainers die dingen zeiden als: "Kain keloel, Foesbal", of "Voetbal is oorlog" en het was gein om naar te kijken. Da's allemaal wel veranderd.
Vandaag dus: Goliath en de reus, nietwaar? En ja, net als in het Bijbel verhaal, het is immers Pasen, versloeg de kleine en nietige Goliath de reus Ajax. En niet met een lul... klein beetje verschil, hoor! 5-1!

Even stilte nu. Er waren, natuurlijk en helaas, weer veel en nare incidenten. Er werd vuurwerk gegooid, de wedstrijd (ik praat nog steeds over sport, hoor) werd voor een half uur stilgelegd. Na afloop werden er ongeveer dertig mensen 'opgepakt' door de politie. Die hadden waarschijnlijk ook nog eens kaarten gekocht voor veertig euro per stuk! Ze hadden rellen getrapt, vuurwerk in hun bezit of wapens. Het aantal bezoekers van die wedstrijd was ongeveer 40.000.

Er was nog een belangrijk sport evenement, zo al ik al schreef. Onze enige en echte Klassieker, de AGR werd verreden. Ik ken de AGR, (zie boven) en ik heb me, nadat ik zelf drie uur getraind en gefietst had, geïnstalleerd voor de buis. Met Belgisch commentaar, ja dat wel. Een heerlijke wedstrijd, een feest van herkenning ook. Daar, oh ja, daar op die klim, daar ging ik naar de klo..., man en daar, mannen, let op, schakel klein nu, en zie, daar de Eyserbosweg en, oh die afgrijselijke Loorberg en dat soort zaken zat ik te roepen.
En wel zo enthousiast, dat geliefde E. mee ging kijken. We zagen een heerlijke wedstrijd, met een droom finale! Aanvallen, wegrijden, terug gehaald worden, stilvallen, niet meer kunnen, afzien, man, wat een feest voor de liefhebber. Nee, die wedstrijd werd nooit stilgelegd, hoor. Er was alleen maar gejuich en applaus en enthousiasme voor de mannen op de fiets. Iedere toeschouwer had zijn eigen favoriet maar iedere toeschouwer juichte ook voor alle ander renners. Gilbert won. Terecht. Er werd geen vuurwerk gegooid, er waren geen rellen, het was alleen maar een feest. En nee, ook geen arrestaties. Geen wapens. Alleen maar enthousiasme. En nee, de mensen die langs het parkoers stonden hoefden niets te betalen. Wielrennen is een echte volkssport toch?
Het aantal bezoekers van die wedstrijd was trouwens ongeveer 250.000.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...