Maar meer over de voorjaarsklassiekers.
La Doyenne, letterlijk vertaald: de oudste in dienst of in jaren, werd afgelopen zondag verreden. La Doyenne is gewoon: Luik-Bastenaken-Luik, of in het Waals: Liege-Bastogne-Liege of, voor de volgers, LBL. De oudste van de "klassiekers", zoals die wedstrijden, die van oorsprong van stad naar stad gingen, worden genoemd. Deze koers werd voor het eerst verreden in 1892! Ik moet er niet aan denken hoe die mannen toen hebben afgezien. Ik heb haar (gedeeltelijk) ook een paar maal verreden. Ik reed op een fiets, die met bidons, nog geen acht kilo woog en ik heb afgezien als een beest al die keren. De Cote de Wanne, de Wanneranval, de Stockeu, Haute Levee, Vequee en Rosier en, niet te vergeten die afgrijselijke La Redoute. (En dan ook nog al die rot klimmen er tussen in. In Walenland is er geen meter vlak, overigens.)
Maar, ik heb ze gedaan. Ik ben er op gereden, boven gekomen en heb pijn geleden. Ik weet hoe moeilijk het parkoers is. Stel je voor, 1892. Wegen met steenslag, fietsen van 12 of 13 kilo, wollen kleding en geen echte 'wieler' voeding. En dan ook nog tegen dertig in het uur, hè?
Afgelopen Zondag heb ik met heel veel plezier en met heel veel herinneringen, naar die oude wedstrijd gekeken. Een wedstrijd die eigenlijk alleen gewonnen werd en wordt door grote 'mijnheren'. Dat waren (tot nu toe) 58 Belgen, sommigen van hen wonnen die wedstrijd meerdere malen natuurlijk en er staan slechts drie Nederlanders staan op de erelijst. Ab Geldermans onder andere, in 1960. Dat was een toen "schaduw kopman" overigens. Hij droeg ooit ook nog eens de gele trui in de Tour, was Nederlands kampioen en won de ronde van Duitsland en het was dus een top coureur. Maar ook "poeleke", onze Adri van der Poel en Steven Rooks, wonnen die zware klassieker ook. Want, zwaar is ze. Overigens niet echt voor de heer, nu Baron, Merckx. De veelvraat, de kannibaal won de wedstrijd wel vijf maal. (Hij won overigens La Primavera, Milaan-San Remo zeven keer.)
Dus, na al het spektakel van koningsdag, die bij ons voor de deur in onze stad werd gehouden voornamelijk, zat ik op de middag daarop helemaal geïnstalleerd voor de wedstrijd. Het was de 100ste uitvoering van de koers. Ze bestond al langer, zoals je las, maar de twee wereldoorlogen hadden een aantal edities onmogelijk gemaakt. Ik heb genoten. Nee, niet van de wedstrijd op zich. Maar wel van het landschap en de fraaie beelden van de dorpjes en de heuvels en steden.
Omdat het een jubileum uitgave was, werd er maar liefst 160 kilometer koers uitgezonden. Dat doen de Walen niet vaak, moet ik je vertellen. Dus zagen wij, liefhebbers, eindelijk en volgens mij voor het eerst, eens beelden van het befaamde keerpunt in Bastogne, Bastenaken, zoals de Vlaamse reporters het bleven noemen. Ook zag ik de beklimming van de Wanne. Ook zag ik de ander hellingen die over het algemeen de 'live' uitzending niet halen.
Man, dat was genieten! Ik zag de Wanne, waar ik helemaal naar de klo... ging en afstapte en mijn fiets wilde weggeven aan die gene die hem wilde hebben. Ik zag de beklimming van de Stockeu, een gemene puist, die ik, het ging al iets beter, naar boven kwam, ondanks zijn stukje van 17% stijging. Ik kwam weer eens door Stavelot, oh, wat een leuk plaatsje, met dat eigenaardige stuk kasseien in het centrum. Ik zag de Haute Levee, gemeen loeder, met die rare betonblokken als afscheiding van de weghelften. Op de Vecquee ging het toen beter en beter met me toen, maar ja, toen kwam nog La Redoute. Een moordenaar, een sluipmoordenaar!
Langzaam stijgend, dan een bochtje om en daar licht ze: 22% steil! Doodgaaan heeft gradaties, maar hier ben ik heel erg doodgegaan. Deze klim is gemener dan de Keutenberg, stukken gemener. Ze blijft door stijgen en doorgaan en er lijkt geen einde aan te komen. En: overal op het wegdek zie je de naam PHIL gekalkt. Als je dan weet dat die Gilbert hier versnelde in de wedstrijd, waar jij blij bent dat je elk paaltje naast je in het weiland op je allerkleinste verzet nog net haalt, begrijp je dat La Redoute niet fijn is, zeg ik eufemistisch. Maar: ook al heb je hier nooit ene poot gezet, hetgeen ik je wel aanraad, met je voertuig, wandelend of op de fiets. Zoiets van: The weather is here, wish you were beautiful, of zo. Je zou de streek echt moeten bezoeken. De Ardennen zijn fraai, heel fraai.
Dat brengt me op het eigenlijke schrijfsel. Ik heb de afgelopen weken vier vrije en saaie koersen gezien in prachtige decors. Want: wees eerlijk. Spannend waren de vier klimklassiekers niet echt, vonden jullie wel? Het koersverloop was zo voorspelbaar dat het bijna op PEC-Ajax ging lijken. Een kopgroep pakt bijna vijftien minuten en wordt dan op een kilometer of wat voor de meet teruggepakt. De grote kanonnen kijken elkaar het licht uit de ogen en op twee kilometer voor de streep gaat er misschien een van hen aan. Maar dat is dan vaak van niet beter kunnen, want na eenmaal aanzetten is het vaak over en sluiten. Dus wint de man die het meeste heeft afgewacht en dat was afgelopen zondag ook zo. Is dat te verklaren? Ja, denk ik, maar dat denk ik heel stilletjes in mezelf, want ik ben geen kenner van de inside wereld van de fietserij. Ik denk dat er tegenwoordig zo "schoon" gereden wordt, dat de grote mannen slechts een schot kunnen lossen. (Wat een totaal verkeerde woordkeuze, maar dat schot bedoel ik dus niet.) In de hoogtijdagen van het "feest van list en bedrog", een fraaie titel van Herman Chevrolet, hadden de mannen van de kromme sturen natuurlijk een stuk 'hoger zuurstof gehalte' in hun bloed. Door EPO dus. Denk ik, als leek. Weet je nog dat er mannen waren die zeven keer wegreden op bijvoorbeeld de Saint Nicolas of die als een beest sprintend op het buitenblad naar Ans reden, of die La Redoute opreden en zaten te lachen en te lu.... met elkaar? Niet meer, tegenwoordig! Is de sport eerlijker geworden?
Ik ben nu even uitgelachen en nee, de wielersport zal nooit "doorgrondelijk" worden. Het is, en ik hoop dat ik tegen niet al teveel schenen schop, een katholieke sport en ja, het katholicisme is met haar pausen en bisschoppen en haar mysteries en onbevlekte ontvangenis en zo, ook ondoorgrondelijk. Er zijn in die sport, bij coureurs en ploegleiders, bij mecaniciens en bij soigneurs, zoveel verbanden onderling, zoveel belangen onderling, zoveel afrekeningen en/of juist geschenken onderling. De wielersport is ondoorzichtig, zelfs voor hen die het al hun halve leven volgen en dat maakt het juist dus weer leuk en onvoorspelbaar. Vergeet ook niet dat de wielerwereld heel hard is gaan optreden en gaan controleren na al die doping schandalen van een jaar of wat geleden. (Met het tragische dieptepunt van LA.) Dus is het fietsen schoon? Nee, natuurlijk. Geen enkele sport is schoon. Ik zie alleen maar dat wat er te zien is en dat is dat de coureurs ook mensen zijn die pijn lijden en ook maar een beperkte "energie" voorraad hebben, net als wij, toerfietsers.
Maar, oh ja, dat brengt me dus op een berichtje dat ik vanavond las op een Belgische site: het aantal wielertoeristen dat aan de doping zit schijnt meer en meer te stijgen! Recreanten, die een middagje gaan fietsen schijnen allerlei troep te pakken. Man, maak me gek. Ik schreef eerder al dat ik ook niet van onbesproken gedrag ben, ik drink koffie en eet bananen of appelgebak en zo en soms, voor een hele lange rit, eet ik pasta's de dag ervoor. Maar: een gegeven is dat ik wel vaker wordt weggereden nu dan een jaar of wat terug. Zelfs door hele stevige mijnheren. Maar ja, ik wordt misschien iets ouder? Maar maf vind ik het wel! Ik ben bezig met recreatie, ik hoef toch niet te willen winnen op mijn vrije dag?
Maar wordt het fietsen zo leuker om naar te kijken? Nee, misschien niet. Maar het blijft leuker dan die mannen en vrouwen die af en toe een balletje over een net slaan en dan weer even moeten rusten. Of gemengde teams die ballen in een korfje doen of van die prima donna's die hun naam moeten tonen als ze een doelpunt hebben gemaakt. Maar ja, dat vind ik hoor!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten