Na de lange stilte, die in mijn kop uren duurde, maar tijd die misschien in seconden, hoog uit in minuten, te tellen was, reageerde ik op Jan's mailtje. Emotioneel, ja, natuurlijk. Ik heb die mail nog natuurlijk, ik zal hem niet letterlijk citeren, maar waar het op neer kwam was 'dat de wereld nog niet zonder hem kon en dat 'ie niet moest lullen, dat 010 nooit meer hetzelfde zou zijn zonder hem', of iets doms in die richting. Nou ja, emoties en helder denken en/of schrijven gaan natuurlijk niet samen. Ik logde uit, zegt men dat nog, nou ja, ik sloot m'n bestanden af en bleef nog een paar minuten roerloos en diep in gedachten achter mijn laptop zitten. E. begon het op te vallen dat ik zo roerloos zat en stil was gevallen en vroeg, zoals vrouwen dat zo empatisch kunnen doen, wat er was? Met een snik in mijn stem vertelde ik van het kloten bericht dat ik net had gehad en van mijn onbeholpen antwoord daarop.
Ze stond op en legde haar hand op mijn hoofd en troostte me zo goed en kwaad als dat ging en zoals alleen vrouwen dat kunnen. Ik liet haar zijn mail lezen, waarin hij vertelde dat 'ie zijn haar kamde met een zeem, een KM geintje voor kaalhoofdigheid en ze begon een beetje te lachen. E. is ook uit de medische wereld afkomstig en had natuurlijk al direct in het snotje dat het 'mul mich um im stand', zoals de Duitser zou zeggen. Hetgeen betekent dan dat 't niet al te best gaat. De volgende dag was het voor mij een gewone werkdag maar mijn kop stond helemaal verkeerd. Ik had natuurlijk rottig gesnurkt en de werkdag zelf was daardoor ook geen tien waard. Ik deed mijn werk op de auto piloot, kwam steeds terug op het verhaal dat mijn makker me had geschreven en wist niet echt hoe ik er mee om moest gaan. Kloot, schold ik mezelf uit, nou heb je 32 jaar ervaring in het verplegers vak en nou weet je nog niet hoe of wat? Bel die gozer, mail hem en mail Teun en ga gvd een afspraak maken om elkaar te zien!
Ik noem nu Teun en over hem moet ik natuurlijk wat meer over vertellen. Het is niet zo uitzonderlijk dat vrienden met elkaars zussen of vriendinnen trouwen, natuurlijk. Dat was met Jan en Teun ook een beetje het geval. Jan en Teun waren maten, ze waren van dezelfde leeftijd en van dezelfde opleiding tot ziekenverpleger. Jan en Teun kwamen uit hetzelfde dorp, 010 en dat schept ook een band, natuurlijk. Teun had een zus, A. Jan kreeg scharrel (mooi ouderwets woord, toch) met A., hetgeen resulteerde in verliefdheid, liefde, verloving, een huwelijk en wat daar allemaal bij komt, zoals huis, kinderen en dergelijke. De carrières van Jan en Teun (en die van mij) gingen een beetje gelijk op, Werd de ene korporaal, dan volgde de tweede, en als die dan sergeant werd en dan werd de derde dat ook, nou ja, ik ga het groot 'Marine bevorderingen boek' nu niet uitleggen, maar grappig genoeg zijn we alle drie in ongeveer hetzelfde jaar de dienst uitgegaan. Alledrie als adjudant, de hoogste onderofficiersrang, die we konden behalen.
(Nee, nee, er had meer ingezeten, we hadden alledrie een rang of twee hoger kunnen eindigen, maar dan hadden we wat meer op onze woorden moeten passen en/of wat minder eerlijk moeten zijn, of nog wat ambitieuzer, of minder op moeten komen voor patiënten of personeel, maar da's een heel ander verhaal.)
Ik leerde Teun pas wat later kennen. Hij was de 'weg der stilte' opgegaan, oftewel, hij was gaan dienen bij het onderzeebootwapen van de marine, onze trots, toen nog, voordat ze totaal wegbezuinigd werd, en dat 'stille' wapen werd de OZD genoemd, de onderzeedienst. Teun en Jan waren twee heel verschillende jongens, eigenlijk, qua karakter en ik weet niet of ik dat helemaal goed zeg.
Jan was bedachtzaam, had wel een goed en scherp oordeel, maar wikte en woog zijn woorden en had nooit het hart op de tong. Hij luisterde veel en goed en wist verrekte goed hoe hij een diplomatiek antwoord moest geven. Jan zou nooit 'uit zijn straatje stinken' zoals wij dat noemden. Hij schold niet gauw, zag altijd het positieve in de mens en was niet gauw 'over de zeik'.
Wat dat betreft leken en lijken Teun en ik veel meer op elkaar. We zijn primair reagerend, hebben vaak meteen ons bekkie vooraan en zijn niet gauw klaar met een militaire meerdere of idem instantie voordat die of dat een antwoord had gegeven op de vraag over een personeelslid of een patiënt. En dat dan vaak in het voordeel van die mensen. (Dat lukte ons niet altijd, met onze grote smoelen, maar Jan fikste een heleboel dingen, soms nog meer dan wij, met zijn bedachtzaamheid en zijn rustige manier van handelen.) Begrijp me goed, Jan is geen watje, absoluut niet, maar hij was wel een heel stuk diplomatieker dan wij waren.
Ik mailde Teun, nadat ik het bericht van Jan gehoord had. Ik wist niet precies hoe Jan er geestelijk (en lichamelijk) voorstond en wilde met hem een afspraak maken voor een bezoek aan Jan. Teun 'genoot van een welverdiende vakantie' zoals dat heet maar wat dagen later spraken we toch af. Het schikte ook bij Jan en echtgenote en op een maandag reisde ik af naar zijn woonplaats, een haven- en vestingstadje in Zuid Holland. Teun zou ook komen en Jan had gezegd dat we er een leuke middag van zouden maken.
Wat moet je daarbij voorstellen, een leuke middag, dacht ik wat vertwijfeld, terwijl ik de smalle dijk langs het kanaal naar zijn woonplaats afreed. Goh, Jan, hoe moet ik nu op je reageren, jongen?
Klootviool, schold ik onderwijl, je bent toch zo'n goeie ziekenpa geweest, zoals je altijd beweert? Nou, luister dan, hoor wat 'ie zegt en speel daar op in. Niemand heeft kant en klare verhalen en antwoorden en jij dus ook niet.
De ontvangst was hartelijk, ik kreeg lekkere koffie en het gesprek tussen man en vrouw was zoals dat bij mij thuis ook gaat. Zakelijk, over boodschappen, emotioneel, over ziekte en grappig, over hebbelijk- en onhebbelijkheden. Een stel mensen, die al dik dertig jaar getrouwd waren, elkaar van haver tot gort kenden en zich hadden neergelegd bij het feit dat! Zij, A., was nog wel opstandig, natuurlijk, maar Jan vertelde over zijn ziekte en zijn behandeling en ik kreeg weer een brok in mijn strot, toen hij vertelde dat hij het geaccepteerd had.
Jan had me, in een eerder telefoongesprek, al verteld dat hij er 'nog wel goed uitzag' en die schop voor open doel kon ik toen niet missen. "Luister, gekke Rotjeknorder", grapte ik, "je hebt er nog nooit goed uitgezien, hoe kan dat nou?" Jan, altijd bedachtzaam, lachte drie tellen later en ik hoorde, althans, dat meende ik, iets van 'kut mokummer' in zijn lach/kuch te horen.
Maar, Jan zag er goed uit. Kaal en daar schrok ik, hoewel gewaarschuwd, van. Hij had altijd een bos haar gehad waarop ik, al jong grijs en kalend, jaloers was. Maar verder, patent, mooi oud woord weer.
A. moest nog dingen doen, gaf ons zo de ruimte, wat heel diplomatiek was en ondertussen was Teun gearriveerd. Als Teun binnenkomt, dan komt er wat binnen. Lach, geluid, stem, mop, heerlijk accent, Teun dus. Positief, da's het woord dat ik aan Teun wil plakken. Men sprak even over zijn schoonmoeder, die uit mijn geboortestreek afkomstig is, maar nu zwaar dementerend is en ook nog eens een 'echte schoonmoeder' quote Teun. Ik vertelde dat het Chinese woord voor schoonmoeder 'Hang-Kreng-Hang' was.
We dronken wat en Jan wilde mij absoluut zijn woonplaats laten zien. Teun was hier meer bekend, natuurlijk, maar ook hij kwam er niet dagelijks. Jan reed, liet ons prachtige historische plekjes in zijn stadje zien, o.a. het eerste Marine Hospitaal van onze marine ooit en we eindigden op een terras met een geweldig uitzicht over het Haringvliet. We dronken wat, Teun lette op of Jan niet te moe werd en haalden herinneringen op. Vrouwen roddelen, wij niet, kerels 'halen herinneringen op.'
Ik ben geen terras man, maar ik heb die middag zo gezellig en genoeglijk met twee oude vrienden zitten ouwehoeren en lachen dat dat een top herinnering in mijn geheugen is geworden.
--later meer--
Geen opmerkingen:
Een reactie posten