Zoals beloofd een voorproefje op mijn nieuwe, nog te verschijnen, boek. Ik ben nu halverwege, overigens. Ik moet het natuurlijk nog afschrijven en zo, maar da's het probleem niet. Het probleem zal gaan worden om een uitvinder te gaan vinden die het ook wil uit gaan geven. Want de markt is slap op het moment. Maar: nu dat de regering is overeengekomen om de huren minder te laten stijgen eb ik hoop toch?
Bedenk, het is een concept, ik heb het ruw opgeschreven, der staan allemaal taal- en spellingfouten in, maar dat trek ik allemaal recht, hoor. Mail me wat je er van vindt, s.v.p.!
-- Hij liep naar de rij telefooncellen in de hoek van de ontvangst- en vertrekhal en diepte een stuiver op uit een van de zakken van zijn colbert. Hij stapte een lege cel binnen, en sloot de deur zorgvuldig achter zich. Hij nam de hoorn van het toestel en kreeg direct de telefoniste aan de lijn. Hij vroeg een nummer met het kenteken in Amsterdam aan en wachtte een paar tellen. De telefoniste kwam terug: “Uw gesprek, mijnheer, met nummer 5-7301.” Hij stopte de stuiver in de gleuf van het apparaat en wachtte tot hij de krakerige stem hoorde die hem altijd wat kriebels bezorgde: “Meeuw hier.” “Dit is Kraai. Hij is geland. Hij is nog bij het toestel en wacht kennelijk op zijn bagage.” “Mooi. Wacht daar Kraai, Reiger komt naar je toe. Onderneem niets voor we weten of ‘ie opgewacht worden door sectie drie. Je volgt en later rapporteer je.” De verbinding werd verbroken. Hij dacht snel na: sectie drie, sectie drie? Maar dat is de geheime dienst van het leger! Oh, als die hier ook achter aan zaten, werd het nog een vrolijk potje. Dus die beroerde officieren waren van sectie drie? Hij vloekte binnensmonds, stak een Chief Whip op en stopte het groene pakje met het hoofd van een lachende jockey in het zakje van zijn colbert. Hij inhaleerde diep en schoot in een hoestkramp.
Chief Whip op de lip en Old Mac in de bek, dacht hij wat grimmig. Goddomme, die stinksigaretten. En het lijkt wel of ze elke dag duurder werden. En het leven was al zo duur, na die krach. Stront Amerikanen, die lieten de wereld verrekken met hun groot kapitaal. Weer was hij blij dat hij mazzel hat gehad dat ‘ie dit baantje bij Meeuw had kunnen krijgen. Hij hoefde nu niet meer zo voor zich zelf te sappelen en hij verdiende niet slecht, meer dan genoeg zelfs om rond te komen en om af en toe nog eens naar Schele Mie te kunnen gaan. Want Sjaan was wel een lekker wijf, maar af en toe hebbie toch wat anders nodig, dat weet elke kerel. Even zag hij die roodharige prostituee en haar weelderige figuur voor zich, maar verdreef dat beeld meteen.
Doe je werk nou maar, jongen, als je dit verziekt dan God helpe je, want dan zal Meeuw je der uit donderen. Hij voelde in zijn binnenzak. Hij had de joet, die hij ook van Meeuw had gekregen nog in zijn zak zitten. Die had ’ie lekker uitgespaard door de KLM bus te nemen van af het Leidseplein en geen taxi vanaf het station, zoals zijn contact hem had opgedragen. “Reizen in stijl”, had de contactman gezegd, maar hoe, reizen in stijl, hij had nu twee kwartjes uitgegeven en dus negen en een halve piek verdiend.
Maar, op het voelen van het blauwe biljet kwam een prettige gedachte bij hem op: als 'tie nou vanavond, na de kring met de kameraden van de weerbaarheid afdeling eens bij Mie binnenwipte? De woordspeling bracht hem nog een binnenpretje en bijna had hij de lange, slanke en gebruinde man gemist die via een zijingang de aankomsthal was binnengekomen en nu wat spiedend om zich heen keek.
Kraai dook haastig weg achter een bord waarop een medewerker in het blauwe uniform van de KLM met een wisser de aankomst van PH-OOI uitveegde en met krijt een andere aankomst opschreef. De aangekomene kreeg van een kruier een koffer, nam die naar een lange tafel waar een norse douane beambte deze nakeek, er een kruis opzette met groen krijt. De man pakte de koffer op en liep naar de toiletten.
Kraai volgde hem omzichtig. De reiziger droeg een kaki kleurig linnen pak met een paar sportieve schoenen en had een panama hoed op. Hij gaf een piccolo een dubbeltje om op zijn koffer te passen, terwijl hij het toilet inging. Kraai volgde nieuwsgierig. Eens kijken wat die chique mijnheer hem zou betalen als die te horen zou krijgen dat er een organisatie achter hem aanzat. Hij kon tegen Mus altijd nog zeggen dat de man opeens een taxi had genomen en de pleiterik had gemaakt.
Hij glipte de toiletten binnen en keek zoekend rond. Niemand? Hoe kon dat nou? Hij bukte zich om onder de deuren te kijken. Ook hier zag hij nergens schoenpunten en broeken op enkels.
Hij rechtte zijn rug weer en op dat zelfde moment kreeg hij een arm om zijn hals geslagen in een wurgende greep en een koud stuk metaal tegen zijn keel geduwd.
“Vertel op”, siste een stem met een vaag Duits accent, “wer had jou gestuurd, he?”
Hij stamelde wat en de druk om zijn keel werd heviger. “Meeuw”, kon hij ternauwernood uitbrengen, “Meeuw, Meeuw stuurde me, ik weet van ni…” --
Een klein slokkie op een borrel, dus. Maar please laat me weten wat je er van vindt.
Dank,
Lucas
Geen opmerkingen:
Een reactie posten