donderdag 28 februari 2013

Een bek met witte tanden, dat is, dat is..

De april maand was begonnen zoals april vaak begint. Een aanhoudende westenwind had veel nattigheid gebracht. Nattigheid die maakte dat de wegen en kasseistroken in Vlaanderen en Noord Frankrijk er slecht bijlagen. Modder en plassen en veel mest. De boeren die die wegen en weggetjes gebruikten waren druk bezig om hun akkers en weiden te bemesten met de gier die een winter lang opgespaard was in de grote beerputten achter hun hoeves. Dat die gier en die mest niet allemaal netjes in de karren bleef, maar door lekkages ook werd verspreid over het wegdek, deerde de boeren niet erg. Zo was het nu eenmaal. Je hebt vee en vee produceert uitwerpselen. Die uitwerpselen zijn dan bijzonder geschikt om je landerijen vruchtbaar te maken. Zo deden de oudste bewoners van deze streken dat al en zo doen de huidige landbouwers het nog.
De zware, dikke en brede banden van hun tractoren hadden modder en gier en mest aan en tussen de dikke profielen hangen en die gladdigheid schudde zich los op de klinkers, het macadam en de kasseien van de straatjes, die eigenlijk geen weg mochten heten. Ze gingen eigenlijk van nergens naar nergens en nooit zag je er dan ook mensen. Nu ja, de boeren zelf dan. Nooit? Nee, da's niet helemaal waar. Een paar keer per jaar, en bijna altijd in de maand april, verzamelden zich in deze regio hordes en hordes mensen, voornamelijk mannen, overigens. Die mannen en die enkele vrouw, waren vreedzaam. Ze dronken, aan een van de weinige kroegen van de regio, een pint of wat, waren goed gestemd, getooid in Vlaamse kleuren en met de vlag met de Klimmende Leeuw in de hand, een enkeling met een spandoek waarop groot zijn naam: 'LUC' en ze hadden maar een ding voor ogen. Ze 'klapten' merkwaardige, vaag op het Nederlands lijkende dialecten en waren het allemaal eens met elkaar. 'Allez jong, de winter is gedaan, zunne, 't is Koers!' Die mannen en die enkele vrouw, stonden aan de parkoersen van de Omloop Het Volk, later Het Nieuwsblad, van de Driedaagse van De Panne, van Kuurne-Brussel-Kuurne, van Gent-Wevelgem en van de hoogtijdag, van de eigenlijke en enige dag dat men in Vlaanderen weet wereldburger te zijn omdat de ogen van de hele wereld op Vlaanderen is gericht: de dag van De Ronde. Er is maar een ronde. Da's de ronde van Vlaanderen. Voor het eerst verreden in 1913 en verder is de geschiedenis van Karel van Wijnendaele zo bekend dat ik er verder niet over ga 'klappen'. Het prachtige fietsblad 'De Muur' doet dat in zijn laatste nummer helemaal goed.
Het is nu dieper in april. Ik sta, samen met een maatje, de race fietsen achter ons in de berm van de holle weg gevleid, op en aan de Eijserbosweg ergens in Zuid Limburg. Het is zondag. Het is de laatste zondag van april en het weer heeft zich verbeterd. Het is mild, een graad of vijftien, misschien halen we zestien, zei Erwin Krol. We staan in het zonnetje en uit de wind en het is heerlijk. We staan in onze fietstenues, met blote armen en een korte broek. We hadden van tevoren een tochtje gemaakt, wat Limburgse heuveltjes beklommen en wachten nu op het voorbij komen van de koers. Het is druk, misschien wel net zo druk als bij De Ronde, toen in Vlaanderen. Want, dit is de Nederlandse ronde van Vlaanderen, dit is de Amstel Gold Race. De enige, echte klassieker, die ons land rijk is. Hoe dat komt dat we niet meer klassiekers hebben? We zijn een domineesland. Mannen mochten niet op zondag fietsen. Mannen mochten niet in korte broeken verschijnen, het zou de maagden eens opwinden. Mannen mochten niet op de openbare weg fietsen. Kortom en kort door de bocht, daarom is ons land een fietsland en geen wielerland.
Maar, we hebben de Amstel Gold. Een fraaie en zware klassieker. Nauwelijks kasseien, geen echte in ieder geval. Maar, met meer, en vervelender, hellingen dan De Ronde. Met minder publiek, lijkt het, maar met veel meer draaien en keren en, maar dat is de NOS aan te wrijven, met veel minder zendtijd. (Nu ben ik aan het knorren, wat heel oud Nederlands is voor mopperen, maar ik mag dat wel gezien de reactie van de NOS van het afgelopen opening weekeinde.)
We staan tussen een uitgelaten publiek, veel Vlamingen ook. Mensen hebben het gezellig, er brandt al een enkele BBQ, aan de geuren van schroeiend vlees te ruiken en er zijn uitgelaten knullen met biertjes in de hand die jolige liedjes zingen. De sfeer is groots. Wij, maatje en ik, kletsen met Vlamingen uit de buurt van Antwerpen, die voor hun favoriet zijn gekomen, dat is hun zoon, een jonge neo-prof waar we nog nooit van gehoord hebben en die James van Lanschoot schijnt te heten. We spreken met een mijnheer uit Groningen. Hij is op de fiets gekomen, heeft daar drie dagen over gedaan en sliep onderweg in een soort lakenzak in bushokjes of in leegstaande, hoe luguber, portiershuisjes van kerkhoven. Morgen gaat 'ie verder, hij wil nog wat koersen zien in Wallonië en daarna: 'ja, terug mann'n naar Grunn'n'.
Een hefschroefvliegtuig is te horen. Ah, de koers helikopter met de camera aan boord. Daar komt de koers dus vlak achteraan.
Reikhalzend, dat is zo'n woord, maar we reikhalsden, stonden op onze tenen, verdraaiden onze nekken zowat. Maar, nog niets. Iets later de eerste politie motoren en de vooruit snellende wagens van de verzorgers, Dan: een tijdlang stilte. Langzaam nadert de heli en de koers. En, opeens, daar is hij.
Ik vang een blik op van een witte schittering, vlak boven iets oranjeachtigs. Vinnig nadert de witte schittering boven het oranje. Het witte wiegt en danst en komt nader en nader. 'Dat is, dat is Boogerd', zegt mijn maatje opgewonden en het is waar. Het is Michael Boogerd, Neerland's wielerhoop, samen met Erik Dekker. Verdomd het is Boogerd. Verdomd hij is alleen op kop!
Het publiek wordt gek, ook de Vlamingen. Boogerd woont in Vlaanderen en is dus een Vlaming, luidt hun simpele redenering. 'Boogerd, Michael, Boogy, allez jong, kom op man, kom op Boogerd', roepen en schreeuwen en klappen we. Boogerd komt en verdwijnt in een tempo waar wij, toerfietsers, jaloers op zijn.
Michael Boogerd! Wat een fantastische coureur, zeggen we allemaal. En iedereen sluit hem in zijn hart.
Natuurlijk wint hij niet. Het zal wel weer een of ander vage Italiaan geweest zijn, ik weet het niet meer. Maar, hij  is geen veel winnaar. Maar het is een man met zo'n vechtersmentaliteit dat hij, samen met z'n ploeggenoot Erik Dekker, jarenlang het boegbeeld is van het vaderlandse wielrennen.

Het is bijna maart. Boogerd heeft bekend dat 'ie contact heeft gehad met een dubieuze Oostenrijker. Heeft eigenlijk bekend dat hij 'fout' was, zoals men in de jaren veertig - vijfenveertig zei. (Dat was toen echt 'fout' want die zouden met de Duitsers geheuld hebben.)
De mensen, vooral mannen en een enkele vrouw, die toen samen met mij, heel enthousiast, zijn naam scandeerden langs het parkoers hebben hun oordeel al geveld! Weer zo'n schurk en weer zo'n boef.
Tja, het zal wel. Ik ga er de volgende keer nader op in. Want: is Michael Boogerd ooit positief bevonden? Is hij ooit betrapt op een positieve plas of een positief bloedmonster? Nee, maar de beerput is los en Barbertje zal dus hangen.
--later meer--

















Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...