vrijdag 1 maart 2013

Een bek met witte tanden (2)

Goh, Boogerd dus ook al. Dan volgen de rest van de Rabo en TVM en PDM coureurs en grootheden ook wel gauw denk ik, om hun verleden op te gaan biechten. Maar dat is niet aan mij om voor het voetlicht te brengen of er nader op in te gaan.
Het 'geval Boogerd' heb ik bij de kop gepakt. Want, vraag ik me af, hoe vaak is hij positief bevonden? Hoe vaak hebben kranten en sportprogramma's met dikke koppen, zowel de kranten als de presentatoren van die sportprogramma's, melding gemaakt dat de coureur Boogerd positief bevonden is of als ordinaire 'tricheur' (bedrieger) of als dopingzondaar aan de schandpaal genageld werd? Ik, maar ik ben geen echte professionele volger, maar ik ben er nooit een geval van tegengekomen. Dus denk ik dan, de Nederlandse coureur, Michael Boogerd, is dus vermoedelijk net zo rijk als de Amerikaanse coureur die iedereen al weer van zijn harde schijf gewist heeft: Lance Armstrong en die, blijkbaar, alle dopingcontroleurs ter wereld om kon kopen. Hij, Michael Boogerd,  heeft dus ook alle dopingcontroleurs af- dan wel omgekocht.
(Even een gevalletje van gelijk achteraf: ik heb de man Armstrong nooit gemogen. Dat heb ik in meerdere Blogs geschreven en ik heb in een van mijn boeken, Over mijn toeren ook vermeld waarom. Nu blijkt, met hindsight, dat ik gelijk had. Dat is dan wel leuk, maar je wordt er niet blijer van.)
Maar, Boogerd is nooit zo'n duur betaalde coureur geweest als die Yank. Ja, hij verdiende meer dan ik. Dat is dan wel weer logisch want hij presteerde, in zijn jaren, ook meer dan ik. Oke, ik werkte me ook de koelere, maar ik hoefde nooit zes cols per dag op. En, daar ligt het cruciale punt, natuurlijk. Het cruciale punt waarom doping wordt en werd genomen. De sport wordt te zwaar gemaakt. (Ik ben een heel klein beetje ervaringsdeskundige als het over tochten en bergen gaaat, maar dan ook een heel klein beetje)
Nou nee, het ligt achteraf toch wel verder terug in de geschiedenis. Het ligt bij het ontstaan van de enige en echte sport, de wielersport. (Ik zeik graag mensen af in dat opzicht: het is het tennisspel, het voetbalspel, het honkbal spel en vul maar in, maar het is: de wielersport!)
Bij het begin van de wielrennerij, hoor ik je vragen. Ja. Het fietsen heeft nooit een echte 'amateur' status gekend, zoals de voornoemde spelletjes. Het voetbal was een uitvinding die vanuit de Engelse kostscholen als Eton en Rugby (net als die sport zelf, natuurlijk) naar het continent kwam overwaaien. Het tennis was een sport die aan het Franse hof en door de adel van dat land werd beoefend. Vandaar nog: Deuce, wat deux oeufs betekende, namelijk twee nullen, een gelijke stand, maar het fietsen was vanaf dag een een sport voor de 'koerskerels', die weddenschappen aangingen wie er het eerste aan 't fabriek zou zijn.
De 'uitvinder' van de eerste fiets, een loopfiets en daarom werd de machine naar hem genoemd, Freiherr Von Drais en de Draisine, zoals het loodzware kreng heette, had voor zijn eerste tocht gewed dat hij de afstand tussen twee plaatsjes sneller zou afleggen dan de postkoets. En hij won. Hij legde de afstand drie uur sneller af dan de voornoemde postkoets. En: over heuvelachtig terrein. (Tussen Mannheim en Schwetzinger was dat. Onthoud die namen want ik ga je overhoren.) Toen bleef het hek toch nog enige tijd netjes op de dam staan, hoor. Fietsen waren toen nog luxe producten, denk aan sigaretten en aan benzine.
In Nederland begonnen mannen al Pim Mulier en Jonkheer Bosch van Drakenstein, allebei behoorlijk bemiddeld, ook aan het avontuur van de fiets. Heren en Jonkheren, dus, maar al rap werd het de sport van de 'gewone' man. Op wielerbanen aanvankelijk, maar al rap ging men op wegen en weggetjes rijden, en voor die soort wegen, zie mijn vorige Blog. Wedstrijden trekken gokkers aan! Gokkers willen graag winnen. Dus werd er al rap gewed dat den Fons, of  den Cyriel, of den Achiel de wedstrijd wel zou gaan winnen. In bochten van het parkoers, of op de banen, stonden verzorgers of andere bekenden van de renners, de koerskerels, God, wat vind ik dat een mooi woord, en deden tekens aan de coureurs: je staat op winst of verlies en dus waren de koerskerels, ik beloof het gebruik van dat woord voor de laatste keer voorlopig, en het gauw eens.
'Allez Fons, asda gij nu den koers verliest, zunne, dan delen we den opbrengst.' En Fons dacht aan zijn betrekking in dat kale en kille boerenhoeveke en dat 'ie de geiten weer moest melken en dat de boer toch wel een godverdommese klootzak was en dacht: Tja jong, 't is dah, den Cyriel wint en we delen de weddenschap en de 80 frankskes van den uitslag. En Fons zei: 'Allez Cyriel, jong 't is goe, maar naar afloop den envelop met de franken, hein?'
Ik doe dit in het zogenaamde Vlaams. Want Vlaanderen is het land van de koers. Daar is het allemaal begonnen. En daar is het bedrog ook begonnen. En daar is het bedrog met de drog ook begonnen. Daar hebben we mee leren leven met dat bedrog en met de drog. En ik ga je een ding zeggen: De koers blijft de koers. Ik zal er tot mijn laatste snik naar blijven kijken. Het is MIJN sport. Een knetterharde en een gemene en een bedriegende sport. Maar ja, ik heb in het leven dat ook meegemaakt. Het leven is ook knetterhard en bedrieglijk, of ben ik nu paranoïde aan het worden?
--later meer--





Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...