dinsdag 19 maart 2013

Lek gereden, the final part

In ieder geval, dat gedoe met die lange beklimmingen is dus niet mijn ding. Dus hebben de mannen en ik in goed onderling overleg besloten dat ik mee doe tot aan de laatste trainingsrit, een weekend in de Vogezen, met als standplaats Gerardmer. (Juist, historische grond, want dat was de plaats van de laatste overwinning in een Touretappe van een Nederlander. De toen nog jonge en aanstormende talentvolle coureur van de Rabobank ploeg, Pieter Weening haalde daar een prachtige zege. Weening is weggedeemsterd, zoals men zegt in Vlaanderen. Hij rijdt nu voor Orica-Green Edge, een goede ploeg, hoor, maar hij zet weinig meer neer. Misschien rijdt hij wel zonder? In ieder geval, we gingen afgelopen zondag met z'n drieën de strijd tegen de elementen aan. Niet dat het regende of sneeuwde, nog niet, die voorspelling lag er wel, maar er stond een harde en snijdende wind uit het zuidoosten. Maar dat heb je allemaal al gelezen, toch?
Ik had mijn fiets, mijn SRC1, dus even gevoeld bij het neerzetten en ik had gemeend te voelen, fietsen zijn, in mijn ogen, vrouwelijk, (in het woorden boek zijn ze beide, begrijp ik) dus je moet altijd voorzichtig zijn met uitspraken over dat soort,ik had dus gemeend te voelen dat ze wat slapjes en niet joviaal stuiterend op het macadam terechtkwam. Ik was, je hebt het gelezen, zo vroeg, dat ik, na de plas en het zwaaien nar Duitse toeristen, tijd had om de mannen, alleen Paul en Bas, iets tegemoet te gaan. Ik belde Paul, kreeg zijn voicemail en kon het grapje: 'Paul, ik sta onder de Loenerslootse brug', niet weerstaan. Dat grapje vind je terug in het boek 'De Berg', overigens. Ik stapte op en merkte dat het 'bijna' begin van de lente een hele hoop toerfietsers had losgemaakt, die allemaal begerig het nieuwe seizoen opzochten.
Dat nieuwe seizoen werd vooreerst nog gekenmerkt door een hoop kou en wind, maar er is altijd nog hoop, toch, zoals Osama bin Laden tegen zijn zeven vrouwen zei toen de Navy Seals zijn slaapkamer binnenstormden. Een kilometer of wat verder hield ik halt en stond ik bij de afslag naar Nieuwe Ter Aa. Iets later kwamen vader en zoon aanfietsen vanuit Maarsen. Ze stopten, we schudden handen en ik wist de grap die van Bas af zou komen: 'Goh, niet in de korte broek?' Dit naar aanleiding van onze eerste toertocht van het vorige jaar toen ik inderdaad in korte broek reed. De temperatuur was toen wel een graad of zeven hoger, overigens. Ik had Bas sinds ons Franse avontuur niet meer gezien/gesproken dus we lulden even snel bij. Hij is nu laatste jaars Fysio student, loopt stage en, zag ik als nel, ziet er nog steeds heel goed uit. Paul heb ik na de zomer twee keer, even, gezien, en ook hij maakte dezelfde grap over de korte broek.
Ha, ha, ho, ho, wat leuk en origineel, man. We stappen op en af, want, shit, ja, hoor! Lekke band, achter.
Hoe geroutineerd je ook bent in het verwisselen van platte banden, met ijskoude klauwen is het een probleem. Gelukkig is mijn ouwe fietsmaat heel geroutineerd, hij werkt als fietsenmaker immer, maar hij was ook niet zo blij, toen hij me ging helpen. Na een minuut of tien te hebben staan uitwaaien, was het leed geleden, dacht ik, en reden we weer. Voor het windje weg met een gangetje van dik dertig. Terug langs de Angstel, richting Loenersloot en van daar naar de Demmerik.
Na het tunneltje onder de provinciale weg door, de N 201, voelde ik het al. Weer lek. Mijn achterwiel slipte wat en slingerde wat en trok naar opzij weg. Nee, hé? Niet weer? Wel!
Normaal gesproken heb ik altijd twee reserve banden bij, altijd, gewoon standaard. Maar vandaag had ik een hoop andere zooi en meuk mee te slepen. Een regenjasje, een wintermuts, voeding, dat heb ik eigenlijk bijna nooit bij, maar met deze temperaturen dus wel (want het kacheltje moet met deze koude dus echt branden) en dat soort zaken. Omdat ik er niet helemaal als een pakezel wilde uitzien had ik dus plek opgeofferd voor extra zekerheid!
Stom ja, inderdaad, behoorlijk stupide. De mannen boden nog aan om een van hun reservebandjes te gebruiken. Maar dan zouden zij met vier wielen en banden met slechts een reserve bandje moeten gaan rijden, want ze wilden, terecht, de voorgenomen tocht wel gaan doen. (Bas was 's morgens ook al lek gereden, trouwens.) Dat risico wilde ik, voor hen, niet lopen, dus namen we afscheid. Ik ging, vanaf de 'afslag Vinkeveen', (dat is een strofe uit het nummer: 'Als ik God was', van Peter Koelewijn), dan maar op de lekke band retour naar Amstelveen. Af en toe stopte ik om er wat lucht in te pompen en kon al met al de zeventien kilometer naar huis in iets minder dan drie kwartier doen.
Verkleumd en narrig en grammijdig kwam ik thuis, niet de gezelligste vent om thuis te hebben, vond ik, maar E. was deed niet zo moeilijk over. Ik keek naar een volkomen verminkte Milaan-San Remo maar zag toch een spetterende finale en een prachtige winnaar.
Een coureur die al weer wat was afgeschreven, maar die nu, bij het volkomen onbekende Zuid-Afrikaanse team: MTN-Qhubeka, vraag niet hoe je het uitspreekt, met de bloemen is gaan lopen.
De volgende dag zet ik nieuwe binnen- en buitenband op de fiets en moet het geheel natuurlijk wel in een ritje 'checken'. De Biba en de Buba, da's dan weer fietsenmakersjargon, houden het.
Ik neem me voor om binnenkort eens wat meer te schrijven over die 'maffe, maar prachtige, en mensen, oh wat leuke ploeg en wat verbroederd sport toch, echt, dit heeft U nog nooit meegemaakt' (zoals de heer Smeets zou hebben gezegd) Zuid-Afrikaanse ploeg.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...