In 1976 maakte de Deense Tv een documentaire over de klassieker Parijs-Roubaix en gaf die documentaire de titel: "A Sunday in Hell". Die documentaire zag ik zelf pas vele jaren later, ergens in de jaren tachtig en ik heb die toen opgenomen op video. Wat is dat nu weer, video, hoor ik de jongste generatie roepen.
Nou, video was een voorloper van de DVD en de Blue Ray en weet ik hoe het allemaal heet. Ze kwam vlak na de ontwikkeling van het cassette dek en het cassette bandje. Er was eerst de 'bandrecorder' geweest. Daar kon men dan, op grote spoelen, geluid op zetten en via een afspeel apparaat, weergeven. Later kwam de "walkman", zoals die dingen toen heetten. (Sony is daar groot mee geworden). Ik heb die walkman tot ver in de jaren negentig gebruikt, overigens. Het geluid was niet alles, de cassettes waren brede dingen en het geluid was niet al te geweldig, maar het was een geweldig ding. Muziek terwijl en wat jij wilde. En je kon er goed mee hardlopen. Je moest dan het apparaatje, iets groter dan een sigarettenpakje wel in je hand houden, zodat het niet te veel schudde. De opvolger van die walkman was de CD speler, maar tijdens het sporten sloeg die nogal eens over. Nu, met de moderne technieken, is dat allemaal stukken verbeterd, maar gebruik ik die spelers niet meer, want ik vind het heerlijk om, zonder muziek op mijn oren, de natuur in te gaan op de fiets. (Daarnaast is het ook nog een stuk veiliger. Ik hoor het verkeer om me heen nu nog, hetgeen met van die knoppen in je oren niet evident is.) Bovendien ben ik behoorlijk "hearing challenged" zoals men dat in de USA zo eufemistisch noemt.
De aflevering van Parijs-Roubaix, waar ik het net over had, die van die documentaire, werd gewonnen door ene Marc Demeyer, trouwens. Nooit van gehoord? Nou ja, dat kan ook wel. Marc Demeyer is nu een onbekende, maar was toen wel een heel goed coureur die onder andere twee Touretappes op zijn naam schreef en, tot twee keer toe, de Schelde prijs won en ook in Parijs-Brussel zegevierde en zelfs nog meer grote koersen maar die in 1983 vrijwillig uit het leven stapte, 33 jaar nog maar. Triest dus.
Maar, vandaag was het weer zover. Het was weer de zondag na De Ronde dus was het de zondag van Parijs-Roubaix, van de Hel van het Noorden of L'enfer, zoals de Franstaligen deze vorm van acrobatiek noemen. Want, acrobatiek is het zeker. Alleen de allerbeste coureurs, alleen die mannen die echt met een fiets kunnen rijden, kunnen 'overleven' in dit spektakel. Bernard Hinault, een van de grootsten ooit, deed slechts een maal mee aan dit circus, won natuurlijk, maar vertelde na afloop dat het niets met wielrennen maar alles met een circusact te maken had en hij is ook nooit weer van start gegaan in deze koers.
Ik zelf heb ook mijn bedenkingen hoor, over deze wedstrijd. Ik vind haar ook vooroorlogs, ik vind het ook levensgevaarlijk, ik vind het gedokker over de kasseien en de gevaren voor de coureurs en de inspanningen die ze moeten leveren, haast buiten tijds. Maar: ik kijk elk jaar weer met heel veel plezier en dan geniet ik weer van het rijtje nadelen dat ik net opgesomd heb.
Mijn leven en mijn kop stonden die dag niet goed. Ik heb, door omstandigheden buiten mijn en E.'s schuld, afspraken moeten afzeggen met vrienden en kennissen die dat afzeggen niet verdienden, en die daar althans weliswaar geen problemen overmaakten, maar mij wel met een "intern" schuldgevoel van ontbrekend plichtsbesef, oud militair toch, in mijn kop lieten zitten. Toch moest ik even buiten spelen, ik hield het binnenshuis niet meer uit en deed dat ook en na een uur of zo mijn lijf gepijnigd te hebben, kwam ik gelouterd thuis. E. en ik praatten dingen uit, nogmaals dingen die op ons pad kwamen, geheel ongewild en ongevraagd, en ik voelde me, gesteund door dat gesprek, het begrip van E. en door dat uurtje pijn lijden ook, beter. Goed genoeg om de Tv aan te zetten en heerlijk te genieten van het commentaar op de Belg.
De beelden zijn bekend. Het parkoers van de Hel ligt al jaren vast en met de kaart: "Michelin 302 Local, NORD" op schoot, koffie op de tafel en de afstandbediening in de hand kon ik toch mijn hoofd zetten naar de koers. (Ja, ik ben een beetje een freak, ik wil graag zien op kaarten waar mensen/coureurs en zo zich bevinden.)
De beelden zijn bekend. Prachtige opnames van een saai landschap. Vlak, gras, landerijen die net geploegd waren en die wachtten op het eerste prille en tere lentegroen van de gewassen die net gezaaid waren. Dorpjes, die verstild waren, waar de jeugd uit was weggetrokken, waar de rollators zegevierden en waar oudere mensjes afwachten en wat bevend van het voorbij stormende geweld naar de koers stonden te kijken.
Een triest landschap. Vroeger was dit, na de eerste wereldoorlog, een rijk gebied geweest. Er waren, vanaf Limburg en vis het Belgische Henegouwen, tot helemaal aan hier toe, enorme rijke lagen steenkool ontdekt en ontgonnen. Steenkool, de voorloper van de aardolie en het aardgas, was rijkdom en gaf weelde. Toen, tot diep in de jaren vijftig, of misschien wel zestig, was de streek waar de strijd zich afspeelde, een rijke streek. En, er was natuurlijk niet alleen de strijd in de mijnen. (Jean Stablinsky, ooit een heel bekende coureur, had hier nog onder de grond gewerkt en had de vreselijke strook van het Bos van Wallers-Aremberg, "ontdekt".)
Maar ook de eerste wereldoorlog had hier haar hele diepe sporen nagelaten. Sporen die tot op de dag van vandaag nog te zien zijn, aan het enorme aantal oorlogskerkhoven en monumenten en aan het aantal (al dan niet ontplofte) granaten die dagelijks, ja echt dagelijks, worden opgegraven en al dan niet aan de landelijke of plaatselijke Explosieven Opruiming Dienst worden afgedragen. Ik zag in een documentaire dat een oude boerin een stapel van misschien wel honderd van die dingen in haar voortuintje had liggen. Sommige granaten waren nog steeds geladen en ze smeet er lachend mee in het rond!
Maar goed, de koers. Die was weer sensationeel. Groepen en groepjes reden weg en pakten voorsprong, maar de echte kanshebber, er was er maar een, dit jaar, had de zaak helemaal onder controle.
--morgen meer--
(onder andere over Het gekke mannetje, dat voorbeeldig Frans spreekt, denkt hij en die er van overtuigd is dat de winnaar van gisteren een super dope heeft uitgevonden.)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten