woensdag 10 april 2013

A sunday in hell (2)

Die zondag, zeven april, was het perfect weer om te koersen. Het was droog en weliswaar fris weer en er stond een forse wind, die voor de renners voornamelijk dwars of misschien iets achter stond. Het parkoers, de Hel van het Noorden dus, lag er droog bij en het zou dus een 'droge' rit worden.
Er zijn namelijk maar twee mogelijkheden in Parijs-Roubaix. Of: het is droog of het is nat. Nee, nee, dat is niet zo maar een simpel statement, zoals "het is koud of warm", maar tussen koud en warm zitten nog andere omschrijvingen, zoals:  fris, vrij fris, lekker, beetje benauwd, koud, stervenskoud en weet ik wat meer.
Nee, in de Hel heb je maar twee mogelijkheden. De eerste. Het is droog. Dat betekent dat de keien goed zichtbaar zijn, dat de gaten tussen de stenen te herkennen zijn en dat je fiets aardig recht blijft, want niet weg glibbert op de nattige stenen en kasseien. Het nadeel daarvan is dan dat er enorme stofbuien worden op gewolkt door de coureurs zelf, door de volgwagens, door de Tv- en de overige persmotoren en door de voertuigen van de mensen die naar de koers willen kijken en daardoor gaan 'afsteken'.
Dat is een fenomeen dat bij alle koersvolgers bekend is. Je rijdt naar stek A om de koers voorbij te zien komen en, du moment, het peloton gepasseerd is, vertrek je naar stek B om het peloton weer voorbij te zien komen en daarna ga je naar stek C enzovoort. Over de stoffige wegen van Noord Frankrijk wolkt daardoor ook stof op van die wegen en weggetjes en, met de heersende wind, wordt die ook over het parkoers en de coureurs gewaaid. De mannen op de fiets hebben dan dus ook brillen op, waardoor ze algauw geen moer meer zien. (De brillen maken vaak deel uit van een contract dat de coureur sluit met de 'exclusieve' brillenfirma.)
Tijdens een ´natte´Énfer` gebeurd dat natuurlijk niet, maar dan is het zicht van de renners wel enorm beperkt door de regen en nattigheid, door de enorme plassen water die motoren en auto´s op laten spatten vanaf de weg en ja, dan zijn de kasseien en de gaten in de wegen ook minder zichtbaar.
De mannen op de fiets hebben dan dus ook brillen op, waardoor.. (zie boven)
Afgelopen zondag was het dus een droge hel. Ik ben een 'liefhebber', nu nee, da's nu een niet goed gekozen woord, maar ik heb nogal wat over het decor gelezen waar de coureurs zich nu in bevinden. Dat decor, ik schreef het al, werd in de Eerste Wereldoorlog gecreëerd, nu een honderd jaar geleden, bijna. Enorme slachtpartijen en vreselijk veel leed hebben en heeft hier plaatsgevonden.
De beelden die ik zondag zag van de omhoog stijgende stofwolken, deden me een beetje denken aan die oude zwart-wit film beelden van toen. Loopgraven met veel rook en kruitdampen van geschut en ontploffende granaten en waarin de 'figuranten', de soldaten, houterig bewogen. Vandaag was dat dus ook zo. Niet dat de coureurs houterig bewogen, maar dat leek wel zo, door het geschok en gedokker over die vreselijke stenen. Ik ga een mooi en lang verhaal afkappen. De koers was mooi. Veel aanvallen gezien, een terechte winnaar en een fraaie nummer twee en drie. Ik had helemaal vrede met die uitslag en ja, ik was het wel een beetje met Michel Wuyts eens, het deelnemersveld was wel eens sterker geweest. Blanco (ex Rabo) was op de afspraak met Vanmarcke, Boom reed goed. Langeveld en Terpstra waren sterk en nee, Fabian C. 'Spartacus'", was weer helemaal oké!

Daar en andere zaken, dacht ik aan, toen ik de volgende dag, maandag de achtste april, mijn werk deed in mijn supermarkt. Ik had nog meer zaken om over te 'piekeren', zoals dat heet. Er waren wat dingen met de kinderen die E. en mij bezighielden en ik had wat afspraken moeten missen daardoor. Niets heel ergs, maar genoeg om wat andere gedachten aan je kop te hebben. Toen gebeurde het. Goddomme, nee, F..., ferfelend, daar is íe weer. Vanuit mijn ooghoek zag ik hem aankomen. Ik was niet in dekking kunnen gaan. Ik stond in het vrije veld en helemaal in de vuurlinie. Ik stond daar zonder 'scherfwerend vest' en zonder helm. Ik stond aan de railing van een zinkend schip zonder reddingsvest en zonder reddingsvlot en ja, hoor, hij had me gezien! 'Hij' is het mannelijke deel van een echtpaar, ergens in de zeventig. Al jaren op elkaar uitgekeken, al decennia niets meer intiems gedaan, en dan bedoel ik niet samen een film bekijken, maar je begrijpt me.
(In mijn andere Blog www.Indesuper.blogspot.nl heb ik in het hoofdstuk Van oude mensen etc. het stel uitvoerig beschreven. Ook in mijn boek De Berg, komen ze voor, trouwens. Mocht je meer oven hen willen weten, mail me maar.)
Maar goed: Vluchten kan niet meer, zou niet weten hoe, was een regel uit een musical van Annie M.G. en ja, vluchten kon ik ook niet meer. Het mannetje, dat altijd beweerde dat hij een Frankrijk kenner bij uitstek was, want hij wist dat het (niet bestaande) restaurant Sortie sur Merde, in het (eveneens niet bestaande Mis en Bouteille) een fantastisch restaurant was en dat Mis en Bouteille een heel leuk plaatsje was. (Nee, ik overdijf niet. Het is een domme man, no shit.)
Dat mannetje schoot me keer op keer aan over De Koers. Hij wist (hij had me wel eens zien fietsen vanaf de winkel) dat ik van wielrennen hield en houd. Hij stevende op me af, zijn, wat slaafse echtgenote met de boodschappen kar achterlatend. 'Die Kantsjelarie, dat is een vieze en smerige oplichter!' begon hij, te blèren. 'Je weet nu toch ook wel dat die gozer een heel nieuwe drog heeft opgepakt. Dat is een boef, gadverdamme dat wielrennen. Hij had ook al een motor in zijn fiets ingebouwd, en nu deze doping weer, wat een geweldige klootzak, ik baal van dat fietsen, bedriegers, man, allemaal bedriegers, met motoren in de fiets, nee dan ik, ik ben al een zeventiger en ik, ik ga..'
Mijn bloeddruk, die over het algemeen keurig rond de 120/75 RR schommelt, nam een sprongetje, nu ja, sprongetje? Als ik aan de Olympische Spelen 'bloeddruk verhogen' had kunnen deelnemen, had ik, met voorsprong Platina gewonnen, ik zweer het. Ik ging vlekken zien en stemmen horen! Ik begon te dakken! Maar, leerde men mij: de patiënt, sorry, in dit geval de cliënt, heeft altijd gelijk.
MAAR NU EVEN NIET!
'Maar mijnheer', vroeg ik, 'hoe komt U er nu bij dat de coureurs een motor in hun fiets hebben ingebouwd? Dat kan helemaal niet. Die fietsjes wegen het toegestane gewicht, da's zes kilo en een beetje. Zo'n motor weegt al zes kilo of zo, dat kan toch helemaal niet? En waar moesten ze dat ding dan laten? Dat frame, dat is zo smal en klein en compact, daar kun je met moeite twee bidonhouders op kwijt en dat is het dan! En welke drog heeft Cancellara dan wel genomen? En, als U dat wielrennen zo erg vindt, waarom kijkt U dan? Kijk Cancellara is gewoon de beste coureur van het moment, samen met Sagan. Ja, in Uw tijd was dat Maurice Garin, natuurlijk nog, maar nu niet meer, hoor!'
'Garin, Garin? Wie is dat nu weer? Die ken ik helemaal niet, Van mijn tijd? Wat lul je nou man, ik weet alles van wielrennen, man, maar Garin? Nooit van gehoord.'
'Nou, die Garin was de eerste Tour winnaar ooit', antwoordde ik, enorm pissed off, 'Dat was in 1903, dat moet U zich toch herinneren, aan Uw gezicht te zien?' Over het gelaat van haar, zijn slaafs aandoende vrouw, die net was naderbij gekomen, gleed een glimlach en, verdomd, ik meende een knipoog te bespeuren.




Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...