Er
liep een kleine man over straat in donker Amsterdam. De man liep gebogen en met
een wat slepende tred, alsof hij gebukt ging onder een zware last. Hij
probeerde zoveel mogelijk de donkere plekjes van de stad op te zoeken en meed
het gelige licht van de straatlantaarns en van de uitstalramen van de winkels.
De zware last waar de kleine man onder gebukt ging was geen materiële last,
maar een psychische. Hij had een fout gemaakt, toegegeven en hij was daarvoor
op het matje moeten komen en misschien wel terecht. Maar nu zou hij een tijd
moeten verdwijnen, maar waar naar toe? En hoe zou hij zich redden? Sjaan kon
nog wel een dag extra schoon maken misschien, zou hij kennen voorstellen. En de
oudste kon nog wel wat kostgeld afdragen, zou kennen. Hij verdiende niets slecht
bij Werkspoor, zei die altijd. Dat zou wat extra duitjes betekenen in de
huishoud pot. Maar hij moest drie maanden de pleiterik maken, maar ja, waar
naar toe? Er ging hem een lichtje op, verrek, natuurlijk, ze hadden volk nodig
in de polder, bij Amstelveen. Daar waren ze bezig met dat zogenaamde bosplan, voor
die steuntrekkers. Daar zou hij heen kunnen. Nee, lachte ‘ie in zichzelf, nee,
niet om te gaan werken, natuurlijk. Maar die jongens wilden ’s avonds ook wel
een biertje drinken en een kaartje leggen en kijk, daar was hij dan wel weer
heel goed in. En zijn broer Kees die woonde daar aan een dijkkie, bij
Bovenkerk. Dan kon die daar mooi even intrekken en dan kon ‘ie af en toe Sjaan
nog eens opzoeken om aan zijn echtelijke verplichtingen te voldoen. Niet dat ze
nu zo gesteld was op die echtelijke plichten, maar hij had ook z’n rechten
natuurlijk.
Hij
veerde weer wat op, maar was nog zo bezig met zijn gedachten dat hij de
voetstappen die hem aan het inhalen waren niet hoorde. Dat was ook heel
moeilijk geweest, ook al zou de kleine man niet in gedachten geweest zijn, want
de veroorzaker van die voetstappen droeg schoenen met dikke rubberen zolen, die
nagenoeg onhoorbaar waren op het plaveisel van de Touwbaan war zee nu liepen.
De voetstappen waren nu vlakbij en, instinctief, keek de kleine man om. Hij zag
het blinken van een mes in het maanlicht een stekende beweging en de pijn van
een vlijmscherp voorwerp dat in zijn borst terecht kwam. Zijn kreet van pijn
ging verloren in de herrie die uit de kroeg op de hoek van de Coehoornstraat
kwam toen daar de buitendeur openging.
Dit is de tweede bijdrage uit mijn net geschreven boek: 'Het Slagkruiserplan'. Als je mijn Blogs hebt gelezen, weet je dat ik daar al een tijd mee bezig ben.
Het is nu af. In ieder geval: 'The rough draft'. Ik moet hel allemaal laten bezinken. Daar bedoel ik mee dat ik nu even een maand of twee helemaal nix met het verhaal te maken wil hebben. Daarna open ik het verhaal en ga ik het lezen alsof ik het voor de eerste keer zie.
Dan leg ik het nog eens een maand weg en daarna begint het echte werk. Een verhaal van 61.000 woorden schrijven is niet zo moeilijk, eerlijk gezegd, maar om dat verhaal ook nog eens op rare bochten en kronkels te betrappen, wordt moeilijker. Dan komt er weer een maand even niks en vervolgens komt de taalcontrole. Dat is het meest lastige deel, eigenlijk.
Maar goed. Lees dit stuk(je) en het vorige. Mail (of Facebook) me wat je er van vindt en geef me suggesties? Vergeet niet, dit is een boek dat heel ruw is. Ik ga de woorden 'ongeslepen diamant' niet gebruiken, maar het is een als een kast in je huis, die je nog moet inrichten.
Ik begrijp dat je misschien niet alles hebt gelezen, maar dat is ook moeilijk. Ga even mijn drie Blogs na en vertel me, kritisch en onomwonden, geloof me, ik kan er echt tegen, wat je er van vindt ! Deal?
Lucedith@gmail.com
Dit is de tweede bijdrage uit mijn net geschreven boek: 'Het Slagkruiserplan'. Als je mijn Blogs hebt gelezen, weet je dat ik daar al een tijd mee bezig ben.
Het is nu af. In ieder geval: 'The rough draft'. Ik moet hel allemaal laten bezinken. Daar bedoel ik mee dat ik nu even een maand of twee helemaal nix met het verhaal te maken wil hebben. Daarna open ik het verhaal en ga ik het lezen alsof ik het voor de eerste keer zie.
Dan leg ik het nog eens een maand weg en daarna begint het echte werk. Een verhaal van 61.000 woorden schrijven is niet zo moeilijk, eerlijk gezegd, maar om dat verhaal ook nog eens op rare bochten en kronkels te betrappen, wordt moeilijker. Dan komt er weer een maand even niks en vervolgens komt de taalcontrole. Dat is het meest lastige deel, eigenlijk.
Maar goed. Lees dit stuk(je) en het vorige. Mail (of Facebook) me wat je er van vindt en geef me suggesties? Vergeet niet, dit is een boek dat heel ruw is. Ik ga de woorden 'ongeslepen diamant' niet gebruiken, maar het is een als een kast in je huis, die je nog moet inrichten.
Ik begrijp dat je misschien niet alles hebt gelezen, maar dat is ook moeilijk. Ga even mijn drie Blogs na en vertel me, kritisch en onomwonden, geloof me, ik kan er echt tegen, wat je er van vindt ! Deal?
Lucedith@gmail.com
Geen opmerkingen:
Een reactie posten