Nou ja, ik had nogal veel werk om in mijn vorige Blog te vertellen waarom ik geen Smeets c.s. meer 'keek'. maar het verhaal kwam er niet helemaal uit. Ik ga dat goedmaken, maar eerst moet ik nog wat anders vertellen. Nee, ja man, ik weet het, ik ben een vreselijke OH en jullie zitten al een etmaal te wachten op mijn verhaal, maar dit moet ik jullie vertellen. Maar toch:
Zoals de oplettende lezertjes, die jullie zijn, hebben gelezen heb ik geprobeerd een 'thriller' te schrijven. Dat boek ligt nu bij een uitgever en ik moet nog maanden wachten of die het wel wil uitgeven. Ondertussen, ik heb 'scriptomanie', zoals dat heet, ben ik toch maar aan een tweede boek begonnen uit die serie thrillers. Ze spelen tussen 1935 en 19.. ? en hebben twee hoofdpersonen die, zo hoort dat, alles oplossen. Wat sex erbij, niet al te veel geweld en wel achtervolgingen, dat verkoopt, net als seks, wippen of blote dames en zo. In boek 1, Het Slagkruiserplan, zie vorige Blogs, lossen ze een spionage zaak op. Mijn 2e boek gaat over Sabotage, dat is ook de titel van dat verhaal. En wel sabotage op, (heet dat zo, of is het van), een supersnelle luchtmacht jager van ongewoon en revolutionair concept in 1936 dan. Nou, laat als 'schrijver', dat ben ik slechts een beetje hoor, je fantasie gaan. Om me te documenteren haalde ik het afgelopen weekend, (NB het verhaal zat al een tijd in mijn hoofd en ik had het net op papier, nou ja, op het scherm, gezet), boeken over Anthony Fokker, jullie allen bekend en Frits Koolhoven. De laatste was een fantastische maar veel minder bekende vliegtuig constructeur. De bedoeling is dat ik een vliegtuigbouwer en zijn bedrijf opvoer die tussen die twee in ligt, ene Victor Troelstra. Maar, ik ben net vijftig bladzijden in het boek over Koolhoven, of ik lees een anekdote over (vermeende) sabotage op een van zijn nieuwste modellen, een super jager voor de luchtmacht! Ik werd enigszins raar in 't hoofd! Nee, ik heb geen vorig leven geleid en ik heb er nooit eerder over gelezen of zulks.
Maar goed. Over Ducrot en zo. Dat was 'de insteek' zo als het modern, of is dat alweer achterhaald, spraakgebruik heet. In de tijden dat het voetbalspel van ons land nog hoogtij vierde en we in bijna elk EK of WK wel ergens bij de eerste drie belanden, werd het bon-ton, om daarover een praatprogramma uit te gaan zenden. Eerst voor de match en daarna ook na de match. Hierin vertelden mensen van allerlei kunne en vakgebieden hoe het dan wel moest gegaan zijn en hoe het dan ook verkeerd gegaan was en welke speler of coach het wel of niet goed of beter deed. Tot vervelens toe en nog steeds, overigens. Kortom, dat soort programma's waren een hit. Het is zomer nietwaar, er worden geen echte of leuke programma's aangeboden op Tv dus alles waar dan naar gekeken wordt is troef. Vrij kort daarop kwam Mart Smeets met een avondprogramma na de TDF etappe van die dag. De Avondetappe. Een leuke titel, een leuk programma, met leuke mensen, aanvankelijk. Daarna werd het een Smeets productie. Vooral S. kwam veel en prominent in beeld. Hij begon zijn uitzending altijd met een neerbuigend verhaal. (Voorbeeld: morgen, mensen gaan we een berg op. Een berg die weinig mensen kennen, het is een berg in de Alpen en ze heet Alpe d' Huez. Hoe? zullen mensen vragen? Nou ja, meer van die zaken dus.) Hij nodigde dan allemaal mensen uit. Mensen die hij, en vaak hij alleen, leuk of interessant vond. Go with the flow, toch, dacht je aanvankelijk. Maar toen, ik sla jaren over, de wijnslurper Ilja Gort, met zo'n misstaande baret en zo'n vieze knevel en zijn smerige slurp geluiden (van alweer een smerige door hem geproduceerde Tulip rosé, niet te zuipen, gadverdamme,) weer eens voor de zestiende keer voorbij kwam en ook Rob Harmeling, wiens hele kleine renners verhaal ik nu al weer jaren kende, die dan weer eens op zijn onbeschaafde manier, net als die vreselijke Hulzebosch of Wennemars, hun in zogenaamd leuk maar plat Twents dialect kwamen herhalen, had ik het even gehad. Ik keek, verveelde me en bewonderde niet meer. Toen bleek dat de Belg een dergelijk, (van de NOS?) gepikt, programma hadden. Maar ja, beter goed gejat dan slecht gemaakt, zegt men in die wereld.
Esmée, onze jongste dochter, wees me op het bestaan van een Vlaamse variant van Smeets: Vive le velo. 'Ze hebben daar de winnaar van de etappe in beeld en gesprekken met de man in het geel', wist ze te vertellen.
Ik zapte op haar aanraden. Ik ben blijven kijken, nu al heel wat jaren. Nee, ik moet een biecht doen. Een jaar of zo geleden heb ik nog even getracht om naar Smeets te kijken, Hij had toen een advocaat in zijn programma, samen met zijn partner, een mevrouw die het nieuws 'las'. Moskowits en Jelinek. Een mooi stel, fraaie mensen, een hoop uitstraling van het soort Blaricum, geld, snelheid, en geestelijke leeg- en laagheid, waar ik dus niets mee had en die alleen maar uiterlijke schijn waren, die alleen maar een verschijning waren, alleen maar op de buis kwamen om te zeggen; 'Wij zijn er nog steeds.'
Toen wel, maar waar zijn ze nu? Ze vertelden 'life' dat ze niets hadden met wielrennen of met fietsen en Smeets kakelde maar door hoe geweldig 'deze gasten u wel zijn, fantastisch, dames en heren.'
Diezelfde avond had ' Vive le Velo' de gele truidrager, Alberto Contador, live in het programma.
Ik haat Smeets niet, no way, een goede showmaster, net als Willem Ruys, of die mijnheer, Albert Verlinde, die ons bij praat over het nieuws omtrent ware Nederlandse grootheden als Gordon, Joling of Jan Smit.
De Ventoux? Nee, morgen verder. Maar, wat een rit, toch?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten