Eerlijk is eerlijk. In het prille begin van de TDF verslaggeving op de Nederlandse Tv was er nog niet zoveel te zien. Protestants als we waren. Of voetbal dwaas als we (nog steeds) zijn. Je zag toen, met een hoop mazzel, als er geen herhaling van een show was van Joop Braakhekke, Willeke Alberti of Ron Brandsteder, een uurtje van de directe uitzending en dan, soms in de avond, nog een stukje samenvatting. (maar, zie boven) In de jaren negentig werd dat allemaal wat meer uitgebreid. Er werden langere stukken van de ritten uitgezonden en af en toe zag je zelfs een hele etappe. Ik herinner me een van die eerste uitzendingen, met Bernard Hinault en Luchon Herrera, de kleine en gevleugelde Colombiaanse klimmer. Het commentaar werd toen steevast gegeven door een duo presentatoren die dat goed deden, met de nodige afstand, maar ook met een heleboel enthousiasme: Jean Nelissen en Mart Smeets. Ik, en met mij duizenden, zat(en) 'aan de buis gekluisterd' zoals men dat zo fraai noemt. Nelissen, een Bourgondiër, was de man van de feiten, van de cijfers, van het fenomenale geheugen. (Hij had zelfs een paar jaar gekoerst, als amateurtje, vertelde hij met liefde.) Smeets was de man van de lichtere toon, van een grap tussendoor, van het menselijk invoelen. Hij vertelde over een kasteel/chateau, een abdij of over een Romeins aquaduct. En zo was het goed. Zo had het moeten blijven. Maar: Panta Rhei, alles stroomt, zei Heraclitus en zo ook de fraaie uitzendingen. Nelissen ging, Smeets kreeg Rooks als 'sidekick', zoals het toen ging heten. Rooks, ooit bollentrui winnaar en fraaie coureur, sprak heel weinig, weet ik nog en dan ook nog onveranderlijk de namen van de coureurs op zijn Warmenhuizens uit. De Zwitser Zberg, heette altijd Zetberg bij hem en zo had hij meer van die dingen. Later kwam Breukink. Goh, wat een beschaafde en welbespraakte man. Maar ook hier, alles stroomde en vloeide. Smeets ging, Ducrot kwam. Ducrot kwam uit het fietsen, was een goed coureur geweest, een intelligente en welbespraakte man. Met hem kwam een schaatser, ene Dijkstra. Schaatsers fietsen ook en Dijkstra was een aardige amateur geweest op die fiets. Ook een aardige schaatser trouwens, meer meer ook niet. Maar, even leek het duo wat te worden. Ze plaagden elkaar tijdens de etappes met grappen over en weer, Dijkstra ging, als de TDF een rivier overstak, steevast over kanoën praten, een hobby van Ducrot en Ducrot werd af en toe doodziek van alle verhalen over de Chateau's en Lac's en zo en dat deed (aanvankelijk) goed. Maar toen kwam er een fameus jaar. De TDF was eindelijk doordrongen van het feit dat communicatie een tovermiddel is. Dat communicatie belangrijke dingen kan doen voor mensen onderling en de TDF besloot om de 'oortjes' het communicatiesysteem tussen renners en ploegleiding, toe te staan in de wedstrijd. 'Eindelijk', riepen de echte wielerliefhebbers en - kenners. Deze, waaronder ik me ook schaar, hadden al jaren lang gezien hoe vreselijk gevaarlijk het was geworden om, in een steeds uitbreidende groep volgers met auto's en motoren, het voor de coureurs veilig te houden. Nu konden ploegleiders en renners met elkaar praten. 'Hoi, lek voor/achter'. 'Laat John uitkijken, in de laatste bocht ligt los grind.' 'Ik heb drinken nodig.' 'Kijk uit, der is der een gevallen.' '142 is weg! Waar staat die?' 'Vraag de arts om even langs te komen, ik ben net gestoken door een luiwammes, geloof ik.' 'Heb sprint drie gewonnen, 600 euri der bij.'
Simpel, makkelijk. Geen claxonnerende ploegleiders meer dwars door het peloton met alle gevolgen van dien, maar simpele mededelingen en simpele vragen. Maar, de beide commentatoren hadden het er niet zo op. Zo bestonden ze het om tijdens een hele etappe, vraag me niet meer waar en hoe, maar het is echt gebeurd, alleen maar te wauwelen over die oortjes. Ik werd het na een uur zat, schakelde naar de BRT en werd warm onthaald door Wuyts en De Cauwer. Goh, mannen die het fietsen aanvoelden. Die het ook over de oortjes hadden, maar als goed communicatiemiddel. De Cauwer, ooit ploegleider van Greg Lemond, vertelde van de stunten die zij, ploegleiders, af en toe moesten uithalen om hun coureurs te bereiken. (De achterlijke die Johny Hoogerland aanreed, had duidelijk geen oortje in!)
Ik besloot op die zender te blijven en de NOS te laten voor wat ze was. Een groepje bedaarde en, in mijn ogen, bejaarde mannen, die de moderne tijd nog niet hadden ontmoet en die maar dom bleven wauwelen, vooral over die 'oortjes'. (Ik ben nooit meer weggeweest, trouwens, geen NOS meer voor mij.)
Het allerdiepste dieptepunt qua 'mee' wauwelen over dat onderwerp, bereikte ik diezelfde 'zomer'. Ik reed met mijn maatje Ben een tochtje in de omgeving van Loenersloot en zo. Opeens betrok de lucht en we kregen een regen- en onweersbui die het echt nodig maakte om even te gaan schuilen. dat deden we in het tunneltje van Loenersloot dat onder de Provinciale weg van Haarlem naar Hilversum lag. Ik nam de gelegenheid te baat om een strootje op te steken en Ben en ik stonden lekker droog. Met veel geknetter en gedoe kwam er, nog geen halve minuut later, een groep Quads, je kent ze wel, het tunneltje binnenrijden. Ook zij schuilden voor het ballenweer, want er kwam meteen maar even een hagelfront langs. Hartje zomer, weet je wel. De mannen en vrouwen, allen in dikke en grote en misschien opwindend leer gekleed, stopten en er waren er zelfs een paar die hun motoren uitzetten, maar de meesten deden dat niet, het tunneltje vullend met dikke wolken.
Ja, ik vertel het vaker, ik rook. Ook op dat moment had ik de gelegenheid te baat genomen om even op te steken. In leer gehulde en door CO2 omwolkte mannen en vrouwen keken me verbaasd aan. 'Kijk dan, zo'n coureur die rookt! Man, da's toch niet gezond?' Toen ik zei dat dat geknetter en die uitlaatgassen van die motoren in het tunneltje nog slechter voor mijn longen waren dan mijn sigaret, werd er van onderwerp gewisseld en wist men meteen te vertellen dat het hele wielrennen nu naar de kloten was doordat men die oortjes gebruikte, zo vertelde een van de leiders van de groep me. De rest van de motor bestuurders wisten dat ook te melden, want Smeets had het gezegd. 'Der Fuhrer' van de vereniging, sorry, maar ik zie motorclubs als NSB verenigingen, zo weinig rekening houden ze met andere mensen en zo vaak ben ik door hen verdreven van dijken en mooie paden en wegen, had ondertussen een mobiele telefoon uit zijn leren hulpstukken tevoorschijn getoverd en ging druk bellen met allerlei mensen die ook naar het tunneltje moesten komen. ook de rest van de 'leernichten' deden dat. Ik merkte nog even op dat ze het gemakkelijker hadden gehad als ze 'oortjes' in hadden gehad, maar ja, motorfietsers hebben waarschijnlijk een IQ dat omgekeerd evenredig is aan het aantal PK's in hun motor.
Maar, shit, daar ging het niet over. Maar door al dat ge OH had ik dus de Belg opgezocht. Op die zender keek ik al veel, natuurlijk, want De Cauwer en Wuyts waren en zijn een heel goed duo.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten