Het TDF geweld is geweken. Er was dit jaar een heel klein zwart gaatje, dit jaar geen echte PTDFP, Post Tour De France Dip. Vermoedelijk, analyseerde hij moeizaam, omdat het een Tour was die schoon was en zonder rellen en met goed presterende landgenoten. Ik zet Kittel dan ook maar even in dat rijtje. Hij rijdt voor het voormalige lelijke eendje van de wielrennerij, het Nederlandse Argos-Shimano, een ploeg die nu een lange neus maakt tegen alle ploegen met van die hele dure 'treintjes' zoals het modewoord is.
Dus nu werd het weer tijd om zelf weer zo veel mogelijk te gaan fietsen. Dat is in de drie weken die de TDF duurt moeilijk, hoor. Hoewel ik slechts tot twaalf uur 's middags werk, een luizenleven inderdaad, moet ik me vaak wel haasten als ik thuis ben, om de uitzending te halen. Ik wil zo weinig mogelijk van de koers missen, natuurlijk. Thuis gekomen moet je even uitzweten, douchen, soms een boodschapje halen of een dingetje doen en timing is heel belangrijk, dan. Maar nu, nu het Tour geweld is gedaan, ben ik weer 'vrij in mijn bewegingen' om er maar een marine term tegen aan te knallen. Ik kan dan vanuit mijn werk weer eens wat omrijden en genieten, maar dan ook mateloos, van de prachtige streek waar we wonen.
Nee, Mokum stad is niet alles, hoor. Hoewel de grachtengordel prachtig is, ze staat echter zo tjokvol verkeer dat fietsen, hoewel de snelste manier van vervoer in de steden, niet echt leuk meer is. Maar vanuit oost, waar ik werk, naar Amstelveen is het bijna helemaal genieten. Vanaf het Amstel station volg ik de rivier die naar dat station en het bekende biermerk genoemd is. (Knap gedaan van die brouwer) De boorden van de rivier staan nu vol in bloei met allemaal planten en plantjes waarvan 'schoonzoon' Henk de namen waarschijnlijk allemaal weet, maar waarvan ik alleen de zuring en het hoefblad herken. In de bermen koesteren vaak schaars geklede mensen zich in de zon, in een stoel of op een baddoek. Vooral de vrouwelijk deelnemers aan dat evenement zijn aardig om te zien, soms. De Amstel is geen echte rivier, overigens. Nou ja, wel een echte rivier, natuurlijk, maar ze is een samenstroom van twee, bij Uithoorn samen komende, moerasstromen, ze heeft geen echte bron of zo. Nu ja de IJssel natuurlijk ook niet, net als de Waal.
Het is wel een water met een hele fraaie en lange en vooral goed geklede geschiedenis. In vroeger jaren was Mokum Alef natuurlijk een stinkende en vuile en vooral ongezonde stad, doordat mensen alle afval, organisch en niet organisch, in het water loosden. De stad stonk vooral. De rijken bouwden dus een buitenverblijf aan de rivier. (Dat gebeurde ook aan de Vecht natuurlijk en misschien ook wel aan de Rotte, maar zeker aan het Spaarne.) Er hebben tientallen van die buitenverblijven langs de Amstel gestaan in vroeger tijden. Ze zijn allemaal afgebroken in de 19e eeuw ongeveer, onder leiding van ene heer Kaal, als ik het goed heb. Er zijn er nog nog maar drie van die fraaie huizen over, Amstelrust, Oostermeer en Wester Amstel. Wat je nog wel vaak kunt herkennen in het landschap zijn de plekken waar de ander huizen ooit hebben gestaan. Er zijn dan bijvoorbeeld twee pilaren te zien waaraan ooit een toegangshek was bevestigd, er is een pad, net breed genoeg voor paard en wagen dat een stuk het land in loopt, naar waar ooit het statige huis stond of je ziet een bosje of half verwilderd stuk tuin, een eindje van de dijk af. Ook fraai is de banpaal die niet al te ver van Ouderkerk af staat. Die banpaal gaf de toenmalige 'gemeente' grens aan. Misdadigers die werden verbannen werden tot aan de banpaal begeleid en het werd hen verteld om nooit meer binnen die kring te komen. Er stonden er veel, natuurlijk, in een kring van ongeveer tien kilometer vanaf het centrum van de stad gezien. Aan de Amstel staat er nog een, in mijn stad, Amstelveen ook en ergens in West heb ik er wel eens een gezien. Ook staan er nog restanten van die palen rond Amsterdam.
Op de rivier is het nu druk. Waar vroeger, zelfs voor mijn tijd, de rivier het voornamelijk moest hebben van vrachtverkeer naar het achterland, is het nu aan de pleziervaart om het water te bevolken. Tuffend en traag gaan de bootjes richting Ouderkerk. Ik kijk graag naar dat soort scheepjes. "Aan het uiterlijk herken je de schipper", zei men bij 'de baas' altijd en dat is ook zo. Een bootje waar de 'willen' nog buiten hangen of waar de vrouwelijke bemanningsleden in der lui blote togus rond lopen is vaak een bootje van een patser. Scheepjes met een 'geus' in de vlaggenstok voorop is vaak een bootje van een dom mens. De geus is een KM vlag, die alleen ten anker liggend en dan o.h.a. alleen op zon- en feestdagen gevoerd wordt, maar nooit varend. Speedboten of vaartuigjes vanaf waar luide muziek klinkt zijn parvenu's die waarschijnlijk op weg zijn naar Loosdrecht en die het nog heel zwaar gaan krijgen als ze het Amsterdam-Rijnkanaal gaan volgen of kruisen.
Maar er is genoeg om te genieten. Ik ben dan ook helemaal in mijn sas als ik bij de brug bij Ouderkerk afsla en de laatste kilometers naar huis opdraai. Nog even drie kilometer volle bak, staan op de pedalen, dik dertig per uur halen, gierende ademhaling en hartslag van tegen de tweehonderd en het zweet gutst van onder mijn helm vandaan en maakt doffe plekken op de lak van mijn fiets.
Man, dat fietsen! Niemand neemt me dat ooit nog af.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten