Goed, ik begon het vorige Blogje met allemaal op te noemen wat voor fietsen ik nu allemaal had had gehad en zo, en ja, dat is een respectabel aantal fietsen geweest. Veel van die fietsen, onder andere de al eerder genoemde Concorde Treviso, zijn vele jaren meegegaan en die is nu opgeslagen als in een museum, in mijn fietsschuurtje. Ook de fiets waar ik nu al veertien jaar op rijdt, naast andere fietsen, een Giant OCR 1, (zie foto boven) is me heilig, ik koester haar nog steeds en verzorg haar goed, maar, zoals aan alles, komt ook een einde aan haar productieve leven.
(Haar, ja, misschien is dat volgens de Dikke Van Dale fout, maar voor mij zijn fietsen, ik schreef het al vaker, vrouwelijk.)
Waarom 'versleet' ik zoveel fietsen? Behalve met de in mijn vorige stukje genoemde Batavus Course, die door een dikke en lompe dame werd 'opgereden' ben ik, op een enkel ongelukje na, nooit echt 'gecrashed.' Dat ene ongeluk, door een verkeerd afslaande en niet voorrang gevende automobilist, deed me overigens wel in het ziekenhuis belanden en ik moest zelfs een operatie, minor, ondergaan, maar toch. De fiets bleef heel, mijn gezicht zit wel onder de littekens, maar soit. Dat geschiedde overigens op een handgemaakte Jan Zoon triatlon fiets.
Goed, waarom versleet ik zoveel fietsen? Omdat ik veel fiets, natuurlijk. Niet zoveel als echte coureurs, natuurlijk, no way. Maar ik fietste wel naar, na en naast mijn werk. Ik heb het aantal kilometers bijgehouden dat ik vanaf 1983 gefietst heb en dat getal komt uit op 207.300 kilometer. Tweehonderdenzevenduizend en driehonderd kilometer. Voor 1983 heb ik ook nog wel het nodige gefietst, zeg, gokkend, vierduizend k's per jaar, dus het totale getal komt op ongeveer 230.000 kilometer uit, een beetje naar beneden bijgesteld. Ongeveer vijf keer de aarde rond, niet slecht dus!
Maar goed, alles slijt, Panta Rhei, zoiets. En ja, niet alleen fietsen (of auto's, motoren, treinen, scooters, noem maar op) slijten maar mensen ook. Ik hoorde van een goede vriend van me, F., dat hij was gestopt met toer fietsen omdat hij nek en schouders niet helemaal meer kon "oplijnen" met het eventuele achteropkomende verkeer en ja, dat ondervind ik dus nu ook een beetje. Ik moet echt heel hard over de linker schouder kijken, hoor mijn nekwervels daarbij kraken bij weer eens een haakse afslag naar links. Gelukkig is het in ons land zo dat we geweldige fietspaden hebben en dat je, als fietser, bijna altijd gevrijwaard bent van nare aanvaringen met het gemotoriseerde verkeer, maar toch!
En ja, ik voel ook dat ik wat ouwerder wordt. Niet dat ik dat ooit zal toegeven, maar ik mot er meer voor doen om fit te blijven. Ik train overigens op de fiets op het 'omkijken', op rechte stukken weg, en ja, dat gaat goed. Tot nu toe.
Ik neem tegenwoordig veel meer rustige paadjes en laantjes en laat me niet meer verassen door auto's of die stink motoren en ja, ik fiets vooral happy and free. Maar, ik ontkom nooit helemaal aan de stad, Amstelveen is bijna een deel van Mokum geworden.
Vandaag heb ik nog een lange en mooie rit gedaan op de Bianchi, de nieuwe fiets, zeg maar. Ik reed naar "de Bruggen", een Mokums begrip voor de bruggen bij Schellingwoude. Ik reed rap en met nauwelijks moeite en kon de 'klim' goed aan. Een rondje naar Ransdorp en terug over die bruggen naar huis. Zingend op de fiets, zo goed reed ik, aanvankelijk, tot ik weer eens in de stad kwam en werd geconfronteerd met het asociale Mokumse, misschien is dat wel in elke stad zo, fietstuig, dat lak heeft aan elke verkeersregel, stoplichten en aan elk ver- of gebod bord, zoiets.
Ik zat te mijmeren over een wet die het mogelijk maakt om dat fietsende verkeerstuig op te sluiten in een kamp, drie jaar lang, om hun de verkeersregels te laten leren en dan pas los te laten op het stads verkeer. Maar ja, dat zal nooit lukken helaas, de grote stad fietser blijft tuig en zal dat nooit afleren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten