woensdag 22 juli 2015

Klimmen en Dalen deel 2


In de regen op de Col d' Ornon.

Weet je wat de pest is aan klimmen? Daarna moet je weer dalen!
Weet je wat de gein is aan klimmen? Daarna moet je weer dalen!

Tja, klimmen en dalen. Deze opname is dus vol in een klim gemaakt en net als in het vorige plaatje, de Hallembaye, zie je niet tot nauwelijks dat het steil naar omhoog gaat. Ik hoop dat ik in dit Blog iets meer "kleem toe feem" kan leggen dan in het vorige schrijfseltje. Mijn klim capaciteiten zijn "niet hil", zeg maar, maar ik kan wel naar beneden komen, hoor. Nee, ik ben geen Paolo Salvodelli, die ooit twee maal winnaar van de Giro was en in zijn tijd bekend stond als "Il Falco", "De Valk", om zijn enorme gedurfde dalers capaciteiten. Nee, dat ben ik nou ook weer niet, maar ik durf wel een stukkie hard naar beneden te gaan. Sneller dan sommigen, vaak. Ik heb veel geklommen maar moest natuurlijk ook veel dalen. De cursieve woorden boven het stukkie van vandaag geven de gevoelens aan van vele fietsers die vaak dus een hekel hebben aan klimmen en anderen die een hekel hebben aan dalen. Ja, ze zijn er en meer dan je denkt. Mensen kijken af en toe zo een enorme diepte in en ja, ik begrijp dat je een beetje overmand wordt door het gat waar je in duikt.
Ik had/heb dat nooit gehad en zal het hopelijk nooit krijgen. Dalen is geen kunst. Je hoeft er niet al te veel voor te doen, behalve op je fiets te blijven zitten en een beetje lef te hebben. Nu ja, ik maak het nu wel heel eenvoudig, hoor. Nee, anticiperen, dat is de truc. De afdalingen die ik deed waren voornamelijk in de bewoonde wereld. In Limburg en de Ardennen en de Alpen. Daar, in die afdalingen kun je verwachten dat er meer verkeer is, fietsers, automobilisten, motorrijders. Veel tegemoetkomend verkeer ook. (In de TdF is dat natuurlijk niet zo)  Dus daar moet je op letten, natuurlijk. Maar, dat kon ik goed. Ik heb daar, nee, ik sla me niet op de borst, maar het is een ding, gewoon een gevoel voor, voor dat anticiperen. In de afdaling van de "Haute Levee", een nare en steile Ardennen klim, reed ik, in de afzink, tegen de honderd in het uur. Met mijn kont op mijn stang, met mijn kop onder mijn stuur, met een hand aan dat stuur van mijn geliefde en helemaal vertrouwde fiets en met de andere hand aan mijn bidon om wat te drinken en zo passeerde ik een paar auto's, terwijl ik in en uit voegde in het verkeer. In Stavelot, waar de afdaling uitkwam, moest ik stoppen voor het rode licht. Ik rook verbrand rubber, keek een beetje dwaas om me heen waar die geuren vandaan kwam en een maatje, dat net na mij beneden kwam, wees me op mijn remmen en zei dat ik heel voorzichtig aan mijn velgen moest voelen! Die waren kokend heet. Maar ik wist toen wel, dat ik durfde dalen! Ik had dat lef en ik kon anticiperen! Ik daalde ook wel eens af in de Limburgse heuvels, maar ja, dat ging vaak niet sneller dan zestig in het uur, dus dit was wel wat, zo rond de honderd, want ik had enorm zitten kicken!
We klommen vaker en daalden dus ook vaker af en ik was er gewoon goed in. We gingen, later, de Alp doen en de "Col d’ Ornon" was, de dag ervoor, onze opwarmer. Ik kwam, natuurlijk, niet als eerste boven maar, eenmaal boven gekomen deden we dezelfde weg terug en daalde ik goed. Tijdens de afzink begon het opeens op zij Frans, te hozen! Ik reed voorop maar in een haarspeldbocht voelde ik hoe mijn voorwiel bijna weg glipte, er was een riviertje ontstaan op die afdaling, en ik moest dus uit alle macht (en instinctief) corrigeren en ik haalde, geschrokken, mijn tempo er wel wat uit. Met een bandje van tweeënhalve centimeter breed reed ik ongeveer zeventig per uur door de bochten die opeens een beekje werden.

De dag erop gingen we de Alp aan. Geen bijzonderheden, overigens. Ik kwam boven maar lees mijn boek "De Berg", verkrijgbaar onder "IBAN 9789048427123" er maar eens op na. Die afdaling ging vaak tegen honderd in het uur.   

Tja, dat dalen! Weet je, je "fietsers", van alle slag, krijgen dus een adrenaline kick van dat afdalen! Of het nu van de Bemelerberg is, of van de Daalhemmerweg, op weg naar Valkenburg, of van de Hallembaye richting Maastricht. Ik heb ooit, in de afzink van die "Col d'Ornon", voordat de regen begon, heel even tegen de negentig in het uur geklokt, toen was het nog net aan droog. In de afdaling van de Alp heb ik, in een heel recht stuk, honderd per uur gereden. Dat duurde niet lang, ik vertelde het mijn meissie ook maar niet, dat heb ik toen ook niet gedaan, ze zou zich zorgen kunnen hebben gemaakt, maar man, man, man, wat een gevoel is dat! Met honderd, echt gemeten, honderd kilometer per uur een bocht in sturen op bandjes die bloedheet zijn en maar 25 mm breed. Ik krijg der nog wel eens iets speciaals in mijn broek van, als de heren lezers me begrijpen!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...