
Goed, we waren dus op weg in het rijk van Nijmegen en nu, na de fraaie brug bij Westervoort te hebben overgestoken, waren we in de Veluwezoom aangeland, waar het tijd werd voor en stop met koffie, appelgebak en nicotine. In Rheden was bijna alles dicht, dus besloten we ons heil te zoeken in De Steeg. Daar is een cafetaria, De Linde geheten, een nette en keurige gelegenheid, zoals dat vroeger heette. Ik heb over die gelegenheid al een paar maal eerder geschreven in dit Blog, naar aanleiding van een bezoek dat E. en ik daar brachten ten einde een smakelijke kroket tot ons te nemen. Zo was ik op de hoogte gekomen van de actie om geld in te zamelen voor een nieuw standbeeld van het echtpaar Carmiggelt. (Ik had daar zelfs de columniste Sylvia Witteman voor geënthousiasmeerd.) Een standbeeld dat ooit eens door (brood)dronken jongelui vernield was. (Zie onder andere mijn Blog van 070412) Bij het binnenrijden van het dorp stond daar inderdaad het vernieuwde beeld. Een fraaie bronzen sculptuur, van het echtpaar, zittend op een bank. In de ideale wereld zie je het hierboven afgebeeld.
De Linde was open en Frieda, de uitbaatster, herkende me een beetje. We hadden een leuk gesprek, ze herkende me nu wat meer en we dronken lekkere koffie, zonder gebak, maar met een tosti. Daarna gingen we de Veluwezoom zelf in en op. Klimmen zal nooit mijn ding worden, maar na 'De Berg' is alles relatief. Ik lette op mijn hartslag, op mijn verzetten en, voornamelijk, op de omgeving. Het was een fraaie lentedag, hoewel nog erg fris. Ik was gekleed in het kort, zal ik maar zeggen en dat kon prima. De jongens reden, net als op de Zeven Heuvelen weg, bij me vandaan, maar: 'what's new?' Even ging ik toch de fout in, toen ik toch nog Frits' achterwiel wilde pakken en hoorde van mijn hartslagmeter alarmerende piepjes. Ja, in het rood, ik reed op 100% hartslag en mijn horloge gaf dat chagrijnig aan met een zwart blok. Ok, klok, ok, ik laat de Feun rijden, is goed. Het zwarte blok verdween, de piepjes stopten en ik was weer in en met de omgeving en de nu echt op uitbreken staande lente.
(De milieu tijgers hebben hun gelijk gehaald. Het koude weer van de afgelopen maanden komt niet omdat de aarde opwarmt, maar juist omdat de aarde niet opwarmt of zoiets. De kou en de koude wind komen van gesmolten ijskappen en zo. Ok, ik ga het zien. In een milieu serie op de Belse TV, een serie documentaires uit de jaren 0 van onze eeuw, vertelde men blijmoedig, dat de ijskappen rond het jaar 2009 volkomen gesmolten zouden zijn. Ok, ik ga het zien.)
Velp door en daar, langs het fraaie Bronbeek, naar Arnhem. Er zijn steden die fietsonvriendelijk zijn. Haarlem is zo'n stad. Er zijn steden die fietsonvriendelijker zijn, Eindhoven valt daaronder en alle Vlaamse steden, trouwens hel Vlaanderen doet dat, maar Arnhem spant de kroon. (Nee, nee, no pun, net voor K(r)oningsdag) Zoals we tijdens een vorig bezoek al hadden gemerkt, ontbreekt iedere indicatie van richting, voor fietsers, dan. De bekende rood/witte bordjes zijn een schaars goed in de stad van Arnhemse meisjes en trolleybussen.
(Over die bussen, ze rijden hier nog steeds, moest ik even het geintje aan Paul kwijt. Ik had het een jaar of wat geleden al gemaakt, mar omdat het zo flauw is, was hij het al weer kwijt. Toen was mijn gabber nog officier bij de Marine, maar, zoals jullie al gelezen hebben, is hij nu fietsenmaker. Mijn vraag, wat het verschil was tussen een trolleybus en een fietsenmaker, wist hij dan ook niet. Dat en trolleybus stopt als hij de draad kwijt is, is natuurlijk veel minder leuk als je er officier van maakt, maar toch kwam het flauwe geintje wel aan.)
In de buurt van het station stond een bordje, zowaar: "Arnhem Zuid". Nu ja, dat was de windrichting die we zochten en we volgden dat. Maar, dat was het. Op een gegeven moment zagen we in de verte een hoge brug en na veel navigeren door straatjes en straten kwamen we daar aan. Frits zag het Gelredome, waar Vitesse die middag thuis zou spelen. En, verdikkeme, bordjes. Elst en Nijmegen! Helemaal goed. Dus vol vertrouwen verder maar vanaf daar verder geen enkel bord meer zien. We moesten naar het zuiden en hadden aanvankelijk de zon, het was nu rond 1400 uur, schuin rechts tegen, dus dat ging helemaal goed. We fietsten door saaie en uitgestorven wijken. We kregen de zon recht voor ons, ok, naar het zuidwesten, kregen haar schuin van links, toch meer westelijk, dus en daarna helemaal in de linker flank en op een gegeven moment wierp ze, de zon, onze schaduwen voor ons uit en reden we dus naar het Noordoosten! En, nergens een bordje te zien.
We kruisten busbanen en ringwegen maar, nergens een Arnhems meisje of M/V die ons op weg kon helpen. Ja, opeens een mijnheer met een hond, die ons, op onze vraag waar we de weg naar Nijmegen konden vinden, bevreemd aankeek, 'Maor die weg giet naar Nimegen, volg het fietsepad en je kump der', of zoiets was zijn, geruststellend antwoord.
We staken de rivier over en nog een en ja, daar lag Nijmegen. Dat was mijn bekende terrein.
We hadden dik 140 kilometer gereden en waren moe maar voldaan.
In Maarsen borg ik de fiets in ons voertuig en spraken we af, om a.s. zondag, morgen dus, in Limburg te fietsen. Ik ben benieuwd!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten