maandag 6 mei 2013

In het zuiden

Mensen, mensen wat een fantastische dag hebben we vandaag beleefd! Het was groots. Vandaag, ondertussen al weer gisteren, zijn we met de club van 'De Berg', exclusief Gerard, weer eens afgereisd naar het zuiden. Zoals verteld, gaan de Grote Drie, (qua klimcapaciteiten, hoor, niet qua gewicht) met de Pinksterdagen naar de Vogezen, "ten einde de klimbenen een ultieme test te geven voor het bezoek aan de Stelvio", zo schreef sportjournalist Lucas G. in zijn dagblad. Ik zanik weer eens. Maar, we gingen wel naar het zuiden. Weer eens naar ons oude en vertrouwde stekkie in Berg en Terblijt. Achter de grote RK kerk hebben we nu al een jaar of wat een bijna permanente parkeerstek. Er staat nog net niet een bordje met onze kentekennummers er op, maar het scheelt niet veel en, inbelding misschien, het lijkt alsof de omwonenden ons al een beetje herkennen. We worden gegroet, in ieder geval. Vreemd is dat misschien dan ook weer niet. We zijn dan wel westerlingen, 'Ollanders', hier en zijn natuurlijk wat luidruchtiger dan de doorsnee Limburger. (Althans, buiten de Carnaval, natuurlijk) Maar last van ons hebben ze niet hoor, we zijn, voor Hollandse begrippen dan, muisstil, zetten het voertuig neer, zetten fietsen in elkaar en kleden ons om. Na tien minuten of zo zijn we op weg. We plassen niet eens wild tegen de haag van kerk en pastorie, dat zou wel heel grof zijn niet? Maar na de ochtend koffie en een lang zit in de auto moeten we wel en we zoeken daarom en keurig, al dan niet door de plas van honderden voorgangers, verroest hek op, even voorbij het dorp.
Het is druk op de wegen en paden van Limburg. (Later meer) Maar, dat was te verwachten. Het voorjaar was opeens losgebarsten en uitgebroken, afgelopen zaterdag. De temperatuur speerde omhoog, de zon had haar winterslaap afgeschud en de wind had gedacht om het zuiden maar eens op te zoeken om vanuit te gaan waaien. Kortom: voorjaar. De tocht die we gingen maken was een bijna replica van de vorige jaren, met enkele veranderingen. Samen met Frits had ik de route uitgestippeld en Frits had het beklimmen van de Pietersberg, iets ten zuiden van de oudste stad van het land, in het parkoers opgenomen. Ik had die klim wel eens gedaan, maar vanaf een andere kant. We kwamen nu vanaf de Maas zijde en draaiden, toch nog onverwacht, het klimmetje op. Ik was behoorlijk gespannen natuurlijk. Je weet, klimmen en ik, da's hetzelfde als ei en geen zout, als een boek zonder letters, als een fiets zonder wielen, namelijk, onbestaand. Ik gaf het al eens aan in een vorig Blog, maar toen ik (en later we), Het Rijk van Nijmegen en de Veluwezoom deden, vond ik het allemaal minder erg dan in voorgaande jaren. Dat heeft alles met de beklimming van de Alp te maken. Heb je die ooit eens opgereden, dan zijn de klimmetjes in ons land grappig om te doen en 'that's it!' Meer dan dat is het niet. Ja, het doet zeer, ja, 't is lastig en vervelend, maar meer ook niet. Ik bedoel, het is maar een heuvel. Geen berg, gewoon een obstakel in een vrij vlak landschap.
Nee, nee, ik ben niet van mijn geloof 'gepleurd', begrijp me. Klimmen zal nooit mijn 'ding' worden, Maar alles is relatief en je moet het allemaal in zijn eigen context bekijken, hoor!
Als dit geen fraaie en nietszeggende filosofische zin is, dan weet ik het niet meer!
En, zoals ik al een beetje dacht en verwachtte, liep het niet, hier op de Pieterberg. Het is een gemeen klimmetje, maar mede door het slechte wegdek. Het is smal, dat klimmetje en het asfalt is verbrokkeld en er liggen stukken gruis. Die wil je, op je smalle bandjes, natuurlijk ontwijken en dat deed ik ook en zo hing ik iets later tegen de rotswand aan. De Mergelrotswand, natuurlijk. Maar, ik bleef vaart houden en iets later was ik toch boven. (Ik passeerde nog een man en raakte zo mijn titel "Slechtste klimmer van Nederland" kwijt. Verdikkeme!
De mannen waren ver voor me uit, maar da's al jaren zo en ze stoppen trouw boven op elke klim. Op de volgende helling, de Rue de Garage, oplettende lezertjes hebben dus al gemerkt dat we in Waals België zijn ondertussen, ging het iets beter. Ik kende het klimmetje ook en wist dat er een paar fraaie en lopende bochten in zaten. Mijn hartslag deed wat ze hoorde te doen, namelijk, net als ik, stijgen, maar ik zorgde ervoor keurig rond het omslagpunt te blijven. Ik ga er van uit dat jij, de lezer, dat begrip omslagpunt kent.
(Ik hoop dat ik kan schrijven: jullie en lezers.)
De noordkant van de Hallembaye is en makkie! Hoor wie het zegt! Moi, me, ich, ik de absolute baksteen van de wereld! (Opeen na, dan) Maar 't is zo. Op het gemak kwam ik boven, stuurde de steile afzink in en genoot. Daarna reden we de Voerstreek binnen. Dat binnenrijden gaat bij onze zuiderburen over hun zogenaamde 'provinciale wegen'. Die lijken, qua uitvoering een beetje op onze 'A' wegen. Ze zijn breed en hebben geen fietspaden. Maar dat is dan ook de enige vergelijkingen die je kunt maken. Waar onze 'A' wegen, maar ook de N en de weet ik veel wat voor wegen, uitblinken in redelijk tot zeer goed wegdek en het aanwezig zijn van allerlei borden die je in pictogram stijl meedelen waar je heen moet en waar je dat kan en wat je wel dan niet mag, dat bestaat hier dus niet.
We reden de Voerstrek binnen. Ik reed met Paul wat achterop, het golft hier net zo als in de Golf van Mexico en mijn vriend, die de vorige tocht hier niet had gereden en de streek niet kende, zat te glunderen en te glimmen en te genieten.
De Voerstreek is een vreemd stuk van België. Het is een soort 'bolletje' dat onder ons Limburg ligt, maar behoort tot hun Limburg, hoewel ze er nergens aan grenst. Daarnaast is de Voerstreek, Vourons, Franstalig. In de jaren zestig trok de toenmalige regering van het land de 'taalgrens.'
Daarbij werd de Voerstreek aan het Vlaamse, Nederlandse, taalgebied toebedeeld, maar dat was fel tegen de wil van de inwoners in. De jaren zestig waren woelig, na de drukte van de wederopbouw kregen de mensen het sociaal zekerder, werden ze kritischer. Door de verbeterde economische toestanden  konden ze (meer) kranten kopen, werden ze beter geïnformeerd, kwamen er meer Tv zenders en meer opinie programma's en hadden mensen meer vrije tijd. Ze lazen meer en kregen meer info. Daardoor ontstonden onder andere de 'rellen' van '68 maar ook de opstand in de Voerstreek. Ene Happard was daar de 'Sjors van de rebellenclub'.
Er zijn zelfs doden gevallen, daar, voor zover ik me herinner.
--later meer--














Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...