donderdag 23 juli 2015

Slechte trillingen van de dinges, vat je?

 
Wie kent de schilder Terpen Tijn nog? Nee, nee, niet meteen in de kunstcatalogi op de boekenplanken van je studeerkamers gaan zoeken, hoor. Nee, ook niet massaal naar het Stedelijk of naar het Boymans van Beuningen rennen om te zien wie die schilder nu ook weer eens was. Nee, de man, de naam, is een van de vrolijke bijfiguren uit de "strip", nu ja dat is heel oneerbiedig gezegd, maar uit de "met plaatjes verluchtigde" literatuur reeks over ene Tom Poes en heer Ollie B. Bommel van Marten Toonder. Die fraaie figuur, Tijn dus, is een van de leukere types in de "Bommel" verhalen en dat wil wat zeggen. Met figuren als Wammes Waggel, Professor Prlwitzkosky en meer van dat volk, is hij toonaangevend in de (vrij) weinige strips, zeg ik oneerbiedig, waarin hij figureert. Zeggen mijn gabbers, ik hoor het nu al, "L.. nou niet zo veel man, vertel nou eens." Nou ja, wat te denken van Hyper en Super en de Markies de Canteclaer, die fijnzinnige dichter? Ik citeer uit zijn "verzamelde poëmen"
Dit is de tijd van Knar, de Gakker,
Die onbesnaarde, rauwe klant,
Die met een botte bollenknakker 
Koerst door kleffend klonterland
[...]
zo gaat het nog wel even door.

Nu ja, de schilder, Terpen Tijn dus, had het steeds over het: "al dan niet hebben van 'goede' of 'slechte' trillingen van de dinges en zo", als hij een van zijn meesterwerken maakte. Trillingen is "Vibrations", in het Engels en de Beach Boys, dat watten groepje met die kleutermuziek, had ooit een nummer dat "Bad Vibrations" heette. Nee, ik had en heb niets met die surfers muziek, hoor. Maar het kwam wel weer boven drijven, vandaag.
Maar goed, ik had het profiel gelezen van de etappe van vandaag, had mijn "Michelin Local" kaart, schaal 1:150.000, nummer 333, erbij gepakt en had gezien dat de karavaan in de buurt van het dorpje Allemont zouden komen. Allemont is een stadje, nu ja village, dorpje dus, dat niet al te ver van Bourg d' Oissans afligt en dat Bourg etc. ligt dan weer aan de voet van de Alp. Ik vreesde het ergste en dat gebeurde ook, dus. Het peloton ging via Allemont en de stuwdam van het Lac de Vernay, de stuwdam heet Barrage de Vernay, naar boven en ik keek en ik kreeg die "slechte trillingen" vat je? Nee, dat doe je niet, natuurlijk niet, in elk geval nog niet. Ik weet niet of jij, de enige lezer van mijn schrifturen, de etappe hebt gezien, in ieder geval dat stukkie naar boven? Nu ja, ik wel en ik heb dat stukkie naar boven, meerdere malen moeten fietsen. Ik werd der helemaal krankjorum van, van dat stukkie naar boven. In mijn gedachten waren er wel zeven of acht van die walgelijke bochten naar boven op een heel walgelijk steil stuk klimmen. Het is een rot stuk. 
Maar nu zag ik de mannen van het fiets gebeuren naar boven rijden alsof ze nog even een boodschapje gingen doen boven. Dus ja, ik herinnerde me opeens weer hoe slecht ik daar zat en hoe de zon op mijn helm brandde en hoeveel dorst ik had, hoeveel pijn mijn benen deden, hoe ik liep te scheelden en te vloeken, om die rot klim en die achterlijke die me dat stuk op deed klimmen en hoe ik naar het einde snakte, maar, dat einde was nog helemaal NIET in zicht. Boven gekomen na die nare Barrage, reed ik, net als de profs dat vandaag deden, maar net aan iets minder snel, en dat is dus cynisch, nog een stukje op zogenaamd 'Frans' vlak terrein. Klimmen en dalen dus. Waar de mannen vandaag begonnen aan de klim naar de Glandon, moest ik, ik reed helemaal alleen, haaks rechts af naar het "Oz Station", waar wij onze tenten hadden opgeslagen in een overigens heel fraai appartementsgebouw. 
Oz station is geen trein station, overigens, maar een wintersportplaats, een station waar diverse bergbanen samenkomen, van die kabelbanen, dus. Dus, ligt het, ja, logisch, in de hoogte. Vanaf de Barrage en dat stukje "vlak", was het nog eens een kilometer of acht klimmen a 13%. Het omgekeerde van de Alp, dus. Da's dertien kilometer aan acht procent, gemiddeld. Het is, naar Oz dan, kortweg, een pokken klim, met veel bochten en zuks waar je helemaal stuk op gaat. Ik ben op die klim naar Oz station wel honderd keer gestorven en heb zwarte sneeuw gezien, heb tot op het bot geklommen, ben helemaal naar de klo... gegaan en had vanaf die dag een idee wat afzien ECHT was. 
Afzien, lieve lezer, is het voorstadium van sterven en ja, val me maar aan, maar ik geloof het echt. Ik ben bijna dood gegaan op dat vreselijke stuk naar Oz Station. Ik kwam langs een begraafplaats, dat van het dorpje Oz en ik wilde er met graagte liggen, zo diep was ik gegaan die dag.
Dus ja, ik keek vandaag naar die klim op de Barrage de Vernay, ik zag, iets later, de bordjes die richting Oz station aangeven en ik voelde de pijn, de angst en de bijna paniek weer waar ik ooit mee werd geconfronteerd. Ik ga er niet moeilijk overdoen, maar hadden we NIET in Oz station geslapen, met die vreselijke slotklim elke maal weer, dan had ik misschien wel vaker in de Alpen willen rijden. Het maatje die de slaapplek had uitgezocht en trouwens al die mannen die er toen bij waren, wel met klimbenen uitgerust, waren het, na het twee maal klimmen van die vreselijke finale, ook wel beu en ik wachtte hen, die derde keer op aan de voet. Met de auto en de fietsdrager.

Nee, ik kom misschien ooit nog wel eens in de Alpen of zo. Maar nooit meer in Oz  Station. En de Barrage de Vernay: nee, nooit meer. Het is geen klim, maar wel een pokk.. ding, nu ja, ik vertelde het al. 
Zaterdag naar de Alp. Ik ga kicken. Ik ben derop gerejen, zwaar, maar in verhouding beter te doen dan die effing klim naar Oz!

2 opmerkingen:

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...