vrijdag 5 juli 2019

De Tour van de Baron (2) Deel een!

Nog 24 uur en we zijn weer helemaal in de ban van de TdF. Nu ja, ik ben dat al een paar dagen, hoor. Voorbeschouwingen en blogs lezen en zo. Er is, terecht, veel aandacht voor de TdF in België, met name in Brussel natuurlijk. De ploegen presentatie van afgelopen donderdag was goed voor een 100.000 aanwezigen in de straten van die fraaie stad. De grote man, die 50 jaar na zijn eerste TdF zege gehuldigd werd, was natuurlijk onze baron. Vandaag werd dat nog eens dunnetjes overgedaan toen hij op het paleis van Laken door de koning werd ontvangen. De grap was dat hij veel van zijn oud ploegmaten mee had genomen, mannen die weinig tot geen zeges hadden behaald, maar allen in dienst van Merckx hadden gereden. (Tegen goede betaling, overigens.) Later, toen hij de meer dan succesvolle fietsenfabriek met zijn naam op startte, kwamen veel van die kerels bij hem in dienst.
Ik vond het een mooi gebaar van de koning om de baron, die veel meer voor België betekent heeft dat de Saxen-Coburgjes overigens, dat, nadat de Orantjes het weer eens hadden verknald, het koningshuis van onze zuiderburen werd. (Met, natuurlijk, al de narigheden en schandalen aan koningshuizen nu eenmaal plakkend.)
Soit!
De TdF dus, want daar gaat dit stukje over. Morgen "giet it oan", zoals ik al schreef en ik heb al heel nauwkeurig, met behulp van kaarten en atlassen, de route bestudeerd. Een fraai en ja, typisch Belgisch rondje, comme de Ronde van Vlaanderen, allemaal iets ten zuiden van Brussel. Met een aantal pittige klimmetjes en wat kasseien. Ook komen ze langs 'het slagveld', Waterloo, met, weet ik zeker, heel fraaie beelden van 'de Leeuw', dat oorlogmonument dat herinnert aan de slag.

In dit stukkie wil even wat namen ophalen die ik in mijn TdF's heb zien fietsen en met een enkele die ik niet in de TdF heb zien fietsen, maar waar ik, net aan, in het wiel kon blijven.
Om te beginnen is daar een van de meest merkwaardige figuren ooit: 
Djamolidine Abdoujaparov. Ja, wat een naam, niet? De man had twee, nu ja meerdere, bijnamen, waarvan ik de, niet zo nette, weg laat. Zijn eerste bijnaam was: 'de alfabetman', naar aanleiding van zijn enorme moeilijk uitspreekbare voor- en achternamen. De tweede bijnaam was: 'de kindereter uit Tasjkent', vanwege zijn uiterlijk. Hij was lelijk en had een heel boos gezicht. 
Abdoe, zo als hij in het kort werd genoemd, was een sprintbom, die het geen flikker kon schelen wie of wat hij in de hekken reed of wie hij een kwak gaf. Het leverde hem geen vrienden op, maar wel drie maal de groene trui in de TdF. Ik heb geen idee wat er van hem geworden is, nadat hij, in '96 of zo, uit de Tour gelazerd is, vanwege een niet goede plas.

Wat dog 'ie van Wim van Est? (1923-2003) En nee, ik ken de "Wimme" de "IJzeren locomotief'" of: "Het Ijzeren Uurwerk", hij was een geweldige tijdrijder, hoor, alleen uit de kranten en tv verhalen en de boeken. Hij was de eerste Nederlandse gele trui drager. (En niet alleen dat: hij was ook de eerste etappe winnaar in de GdI en de eerste NL drager van de roze trui, overigens en won, als eerste Nederlander de RvV. Dus ja, een top coureur. Zijn faam dankt hij, niet alleen aan een enorm tal overwinningen, vooral aan het feit dat hij, 'met de gele trui om de lendenen' zoals een Vlaamse krant schreef, dat hij, in dat geel, in de afdaling van de Col d' Aubisque een bocht miste en in het ravijn sukkelde.
Slechts een man had dat opgemerkt, ene Roger de Cocq, ook een coureur en die had alarm geslagen. De ploegleiders hielden eensgezind halt en met behulp van aan elkaar geknoopte tubes en zo werd Wim van Est uit het ravijn getrokken.
Zoals elke fietser zei hij: 'Mijn fiets, hier, geef mijn fiets, ik moet verder.' (Ok, zal ik even natrappen op die Braziliaanse voetballer die zich duizend meter liet doorrollen? Nee, niet doen, fietsen is sportief, voetbal is oren aan naaien.)
Natuurlijk werd hij, voor zijn gezondheid, uit koers gehaald, maar die "tuimelperte", zoals men in de Vlaanderen zegt, leverde hem en zijn sponsor, goud geld op. Een van de sponsoren van Van Est was de horloge fabrikant Pontiac.
Een reclame maakster van die fabriek verzon de slag zin: "Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep!" Man, goed toch?
Ik heb het alleen even over de Wimme omdat ik hem, niet in het echt heb zien fietsen, nu ja, niet live op tv of zo. Nee, ik kwam hem, ooit tijdens een familie vakantie in het zuidwesten van Brabant, tegen. Letterlijk, hij kwam me tegemoet, nu ja, of ik hem. Ik herkende, ik had net zijn biografie gelezen, het was aan het einde van de jaren negentig dan, vermoeiend hoor, ja, dat van de vorige eeuw en zo allemaal vermelden, soit dus, en hij zou al een dikke zeventiger geweest zijn. Ik herkende zijn gezicht, zijn postuur en ja, ik draaide om, wilde, het was ergens in de buurt van Fijnaart, waar hij woonde, een babbel met hem maken en mijn bewondering voor hem uitspreken. Ik kwam op zijn wiel, ging naast hem rijden en vroeg of hij DE mijnheer Van Est was en hij knikte: 'Dadde ge me nog kent menneke, ge zijt nog ne broekeman, nie? Maor dank veur uwen weurden, maor ik moe nu een stukste op schieten heur!'
Hij zette even aan, ik lag meteen honderd meter achter. Ik was bijna dertig jaar jonger, gvd de gvd!

Oud coureurs blijven oud coureurs, altijd, ze haatten het, denk ik, als een toerist in en op hun wiel gaat zitten. Iets dergelijks overkwam me ooit met Peter Post. De man, nu helaas al weer jaren overleden, woonde ook in Amstelveen, niet zo ver bij mij vandaan. Hij fietste, het is jaren her, natuurlijk, nog regelmatig op zo een fraaie Panasonic, met alles der op en der aan. Ik fietste natuurlijk ook in de polders rond ons dorp/onze stad, en ik zag een coureur, met een fraaie zit, iets voor me uitrijden. Ik dook even in zijn wiel en nam over. Hij nam over en verhoogde het tempo. Ik nam over en verhoogde mijn tempo. Hij nam over en verhoogde zijn tempo weer! Toen zag ik hem in het gezicht: verdomme Peter Post! Ik nam nog eens over, verhoogde het tempo weer, maar dat ging allemaal niet meer vlot. Post bleef nog een paar honderd meter in mijn wiel hangen, kwam langs en tikte mijn op mijn bil.
'Bedankt man, ik zat er even door, goed van je, ga door zo.'

Tja, twee 'ontmoetingen' met twee superkampioenen? Eigenlijk heb ik een verguld leven toch, als fiets liefhebber? En ja, ik heb ook, door de jongste dochter, die een fietsfan is en gewoon op coureurs en zo afstapte, Mart Smeets ontmoet, een babbel gedaan met Jans Koerts, heb Oscar Freire een hand gegeven, heb een handtekening van Peter van Petegem en Servais Knaven en heb Boogie zien koersen en Eric Dekker en ja, ik ben een tevreden Fietsliefhebber!

Morgen begint het dus weer! De106 de keer dat 'Le grand Boucle' wordt verreden en ja, der zit altijd list en bedrog in en ja, het resultaat is vaak een anticlimax, maar man, man, man, wat is de TdF voor mij het zomergevoel. 
Ik heb de etappe van morgen al op de atlas verkend en gezien waar het moeilijk en zo kan worden. 
Een sprint, zeg ik, en Groenewegen wint die sprint en heeft het geel!
(Nu ja, dromen mag toch?)

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het nieuwe verraad

 In 1938 vloog Neville Chamberlain naar München, de hoofdstad van Beieren, in Zuid Duitsland, om onderhandelingen te voeren met de (tot nu t...