Goh ja, vandaag was het een pittige, maar niet echt heel moeilijke etappe, waarvan de kenners, nu ja ik ook wel, als ik zo onbescheiden mag zijn, al zeiden dat er geen grote dingen zouden gebeuren. Nu ja, dat klopte helemaal: onze sprinthoop in bange dagen, DG, ging redelijk gezwind mee over de eerste col, de Peyresourde en werd pas laat ingerekend. Ook op de tweede klim, de redelijk onbekende Hourquette d' Ancizan, barstten geen donder en bliksem los, zoals het, nu, in ons stadje, wel doet!
Saaie etappe? Nou ja, zoals je het maar wilt bekijken. De "Grote mannen" hielden hun kruit droog, morgen is er, in Pau, een belangrijke tijdrit, waarin de kaarten behoorlijk geschud gaan worden.
Thomas zal die wel winnen, denk ik, maar: vlak Tony Martin ook niet uit, hoor. Die had zich vandaag een beetje verdekt op gesteld, maar ik denk dat 'ie morgen weer gaat vlammen.
So what? Nu ja, ik laat, jullie kennen me, natuurlijk weer een verhaal los, daarover.
Dat dorpje is, net als heel veel dorpjes in deze regio, die Pyreneeën, al jaren aan het 'leeg' raken. Jongere mensen verlaten een streek waar nauwelijks werk te vinden is, waar alles een beetje ingedut is en ja, ze trekken naar de grote steden in de buurt. Pau, Tarbes, Toulouse, daar dan heen. Ze kunnen geen werk vinden in die kleine, ingedutte, maar, voor ons kijkers, oh zo fraaie dorpjes, die er nu, kijk naar de etappes die ook nog moeten komen, vaak verlaten uitzien.
De commentatoren van de Belg, de onvolprezen Wuyts en De Cauwer, wezen er al op, dat er geen bakker/slager/winkelier in die dorpjes meer te vinden waren en, oh ja, je kon er al een huis, zelfs een klein chateau kopen voor 25.000 euro, maar dan zat je wel aan kapitalen opknap kosten vast, of misschien wel meer.
Maar goed: Sainte-Marie enzovoort, is natuurlijk beroemd geworden in de TdF van 1913. Toen verloor de eerste (echte) gele trui drager, maar dat was pas jaren later, in het eerste jaar na die afgrijselijke WO1, zijn leiders positie. Ene Eugene Christophe, brak, tijdens de beklimming van de Tourmalet, zowel zijn voor- als achtervork. Nu weten de echte fietsers onder ons, dat dat niet te genezen valt, zonder hardhandig ingrijpen. Tegenwoordig krijg je, vanaf de wagen van de ploegleider, meteen een andere of een reserve fiets, die op je maat is afgesteld, maar toen mocht een renner niet van materiaal wisselen en alle herstellingen moesten door de coureur zelf worden gedaan.
Kijk nu eens: Gianni Moscon, valt, zijn hele frame is naar de gallemiezen. 5000 euri naar de vanen, zo iets dan. (lekkere reclame voor Pinarello, overigens) Vroeger was dat materiaal dus allemaal van staal en dat was dus gewoon te smeden, dat dus gewoon in een Forge, een smidse. Dus nam Christophe, Fransen zijn gek op koosnaampjes: hij, Christophe, had allerlei koosnaampjes, zoals" Cricri" of "Le vieux Gaulois", de "oude Galliër", hij heeft, zag ik op oude foto's, nogal een fraaie en grote snor, vandaar, dus maar die bijnaam was nog voor de stripserie "Asterix".
Maar goed, hij nam zijn fiets op zijn bult, liep, ongeveer, veertien kilometer naar Sainte-Marie enz. en vroeg of er een smidse was.
Nu ja, die was er. Ene Bayles was de smid en ja, die wou natuurlijk graag helpen, maar: dat was dus, lees boven, verboden. Het vuur was nog niet helemaal uitgedoofd en Cricri begon dat op te stoken. Tot zover alles goed. Maar: toen moest hij ook nog eens het ijzer van zijn frame verhitten, dat allemaal in model slaan en smeden, nu ja, dat soort ingewikkelde zaken toch. Maar ja, dan kwam hij een hand of twee tekort, natuurlijk. De smid gaf aanwijzingen en daar was de renner heel blij mee.
Het hulpje van de smid, een gassie van twaalf, bood aan hem te helpen en begon de blaasbalg te bewegen. Er waren controleurs van de TdF neergestreken en zagen dat de oude Galliër hulp kreeg en die verraders beloonden hem met een drie minuten tijdstraf.
(In dat dorpje is nu wel een 'stele' een soort monumentje, voor hem neergepoot en er is een pleintje naar hem vernoemd. Helaas worden die dingen nauwelijks op tv getoond, de TdF karavaan raast er met snelheden van tegen de tachtig doorheen. Jammer, ik had er graag eens naar gekeken.)
In 1919, na die vreselijke oorlog, startte hij ook nog eens in de TdF. (Dat was dus het jaar van die befaamde trui.) Tijdens de voorlaatste etappe, dit was van Metz naar Duinkerke,een rit van !468! kilometer, OMG, brak hij wederom zijn voorvork en moest verder lopen naar al weer een smidse. Hij verloor meer dan een uur en ja, dan hebbie al ongeluk en dan val je ook nog eens.
Hij verloor die Tour met een dikke twee uur achterstand. (Hij werd wel nummer drie. De nummer laatst, ene Jules Nempon, had 21 uur en drie kwartier meer nodig dan onze held. Die Jules werd overigens nummer tien en nummer laatst, de rest was, een man of vijftig, uitgevallen.)
Tja, heel andere tijden dan de onze, waarin een fietswissel of het wisselen van een band vaak super snel geschiedt. (Ik zag overigens een reportage over het wisselen van de banden in de F1, was het bij Jumbo Max? Enfin, in 1.91 seconde! Ja in nog geen twee seconden was die wissel gefikst! Nee, vriend en neef Robbert, had nu net even niet met je ogen geknipperd, dan had je het wel gezien.
Maar goed, in 1987 ging een camera team van de Belzen op weg naar Sainte- Marie en zochten de smidse op. Een oude man met een lange grijze baard wees hen de weg. Op de vraag van dat team of hij nog iets wist over die gebeurtenis, sprak hij trots: 'Mais enfin, j'etait le garcon', hij was die leerjongen geweest.
Een maand of wat na die opnames overleed de man, een dikke tachtiger.
Cricri bleef tot 1926 coureur en stierf in 1970 op 85jarige leeftijd. Bijna geheel vergeten, triest, dat!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten